Remco Campert – Hotel du Nord

Tags

, , , ,

15-020Remco Campert – Hotel du Nord

Ver in de tachtig en nog steeds extreem productief. Ik lees zijn columns graag, bewonder zijn poëzie en verbaas me dat hij ook nog tussendoor tijd heeft om een roman te schrijven. Alhoewel de omvang eerder aan een novelle doet denken.

Walter Manning is naar de Franse kust gevlucht. Zo mag je het wel noemen. Het kleine dorpje is in de winter uitgestorven, hij is een van de weinige gasten. Na 762 dagen is zijn oude vriend alcohol wel terug in zijn leven. In de tussentijd vragen vrienden zich af waar hij is gebleven.

Ondanks het relatief korte verhaal, vertelt Campert veel, ook nog eens vanuit verschillende perspectieven, vooral Nora en Walter zelf natuurlijk. Heel veel gebeurt er niet, maar het blijft boeiend. De stijl van Campert zorgt er voor dat je voelt wat er gebeurt, niet alleen leest. Niet een beschrijving, maar een sfeerimpressie. En dus zie je de oude schrijver in de koude winterwind lopen door het Franse kustplaatsje. Je voelt de druk van Nora, die net een succesvolle premiere achter de rug heeft, repeteert voor een nieuw toneelstuk, ondertussen haar zieke vader bezoeken moet en zich afvraagt waar Walter is gebleven.

Campert mag wat mij betreft de wereld nog lang verblijden met vele mooie verhalen.

Citaat: “Hij zag ook, duizelend in de hoogte, dat de wereld te immens was voor dat figuurtje en dat er geen schijn van kans was dat het in die uitgestrektheid ooit zou vinden wat het zocht, gesteld dat het wist wat het zocht, en als het al iets zocht.” (p.66)

Nummer: 15-020
Titel: Hotel du Nord
Auteur: Remco Campert
Taal: Nederlands
Jaar: 2013
# Pagina’s: 135 (3533)
Categorie: Fictie
ISBN: 978-90-234-8410-3

Meer recensies:
De Contrabas
Vrij Nederland
De Groene
8 Weekly
De Reactor

Meer Campert op Gerbie.nl:
CaMu 1998
De familie Kneupma
Camu 1996
Een geschenk uit de hemel
CaMu 2000
Een ellendige nietsnut
CaMu 2002
Een liefde in Parijs

Mooi uitzicht

Tags

, , , , , , ,

Van der Meest, deel 71

Net naast het strand ligt het veld van Puerto de la Cruz op Tenerife. Voor de toeschouwers ligt er achter de goal een mooi kappelletje. Prachtig uitzicht over het kunstgrasveld, genoeg schaduw om de hete zon te mijden, wat wil je nog meer?

SAM_5743

Van der Meest, ode aan fotograaf Hans van der Meer. Foto’s van voetbal (-velden) over de hele wereld. Omdat de sport overal ter wereld wordt gespeeld en overal velen plezier bezorgd.

Goorse vragen (deel 138)

Tags

, , , ,

IMG_1660

We zitten weer binnen de zes weken. De vlag hangt al weer her en der. Ergens probeerde iemand de datum 1 juni belangrijk te maken, maar de echte vierders weten dat het zes wekke van te voren echt begint te jeuken. Niet alleen bij de Rellie.

De vlag hangt, Goor leeft toe naar het feest der feesten. Maar het waait ook nog wel eens, de vlag gaat alle kanten op. De vlag iets zwaarder maken kan een oplossing zijn. Vorig jaar zag ik ineens her en der bovenstaande oplossing. Goed werkend, passend. Wie kwam er als eerste op het idee?

Goorse vragen. Vragen die in mij opkomen bij foto’s die ik her en der in mijn woonplaats neem. Antwoorden en reacties zijn welkom. Ik weet het zelf vaak ook niet.

Ernst van Heerden – Wolk van die mooi weer

Tags

, , , , , , , , ,

15-017Ernst van Heerden – Wolk van die mooi weer

Een reisboek in het Afrikaans. Niet een taal die ik beheers, maar de taal lijkt genoeg op Nederlands om te kunnen begrijpen waar het over gaat. De extra dimensie tijdens het lezen gaat dus over de taal. Maar vooral ook over de cultuur. Hoe kijkt een Afrikaan in de jaren zestig aan tegen andere landen, andere culturen. Automatisch zit mijn hoofd dan bij apartheid, het enige systeem waar discriminatie wettelijk was vastgelegd.

De schrijver reist door Zuid Amerika, kijkt natuurlijk door een gekleurde bril en dat maakt het boek interessant. In dit geval lijkt het behoorlijk hypocriet wanneer er sociale misstanden worden aangestipt, wanneer er over armoede wordt gesproken. Toch merk je nergens dat Van Heerden bij de heersende minderheid hoort in zijn land, dat is al een hele prestatie van de schrijver. Toch, zelfs zonder foto op de binnenflap, weet je dat het verhaal geschreven is door een blanke. De taal geeft hem weg, het feit dat hij een bereisd man is nog meer. Welke zwarte Afrikaan heeft de kans gehad te reizen tijdens het Apartheidregime?

Toch is het verhaal niet echt boeiend. Een opsomming van toeristische hoogtepunten, het maakt het lezen niet echt boeiend. Totdat hij verderop in het boek de mensen bespreekt die hij tegenkomt, medereizigers en lokale bevolking. Pas dan merk je hoe hij over de wereld denkt, hoe hij rondtrok over het continent en hoe het er aan toeging in de verschillende landen.

Rio was het begin- en eindpunt van zijn drie maand durende reis, Buenos Aires was nog de grootste stad van het continent en in de grote steden kwam de auteur nog regelmatig een ‘blikkiesdorp’ tegen.

Als reisboek verre van een topper, maar door de schrijver, de tijd waarin het geschreven werd, een interessant verhaal om te lezen.

Citaat: “Met uitsondering van ’n handjievol Indiane van suiwer inheemse bloed, is die meerderheid Chilene sogenaamd mestizo, dit wil se ’n vermenging van Spaanse en Indiaanse bloed, aangevul deur Europese immigrante wat sedert die negentiende eeu in beduinde getalle na Chili verhuis het. Hier is ook tekens van ’n welvarender middelklas as elders – miskien een rede waarom die land minder onderhewig is aan dramatiese omwentelings en staatsgrepe.” (p.61/62)

Nummer: 15-017
Titel: Wolk van die mooi weer
Auteur: Ernst van Heerden
Taal: Afrikaans
Jaar: 1964
# Pagina’s: 160 (2919)
Categorie: Reizen
ISBN: nvt

Meer:
Wikipedia (Engels)
Wikipedia (Afrikaans)
Obituary

Meer Zuid-Afrikaans gerelateerde boeken:
Philip de Vos – Moenie ’n Mielie kielie nie
Audrey Blignault – Om die son te aanskou
Jan Dijkgraaf – Mandela in zijn eigen woorden
Abdelkader Benali – De weg naar Kaapstad
Tom Egbers – Twaalf gestolen jaren
Tom Lanoye – Maten en gewichten
Nelson Mandela – I am prepared to die

165 – Pochy y su Cocoband – Pa’ los coquitos

Tags

, , , ,

Nummer  165
Artiest  Pochy y su Cocoband
Titel  Pa los coquitos
Jaar  1992
Wikipedia  Pocy y su Cocoband
Website  Allmusic.com
Tekst  Letras

Als er een nummer in deze lijst dat gekozen is door de omstandigheden, dan moet het dit nummer zijn. Niet de muziek zelf, wel het verhaal dat er aan hangt, zorgt voor deze plek in de top 212.

Bijna een jaar mocht ik in de Dominicaanse Republiek verblijven. Al snel kon ik geen merengue meer horen. Op alle straathoeken, in de bus, op het werk, waar je ook kwam, er klonk muziek. Maanden duurde het voor ik een beetje onderscheid leerde maken in de golf van muziek die dagelijks over me heen kwam.

En toen nam een collega me mee naar een concert. In Santo Domingo stond ik tussen duizenden Dominicanen te wachten tot de band eindelijk het podium opkwam. Ruim een uur te laat, voor iedereen heel normaal klonk eindelijk de muziek. Toen zag ik wat deze muziek deed met de mensen. Vele liedjes die ik al tot indentreure hoorde, gingen leven. Voor me danste een meisje van een jaar of negen met haar grootvader. Ik kende alleen maar concerten waar de keuze was of je meeging in de moshpit of er achter ging staan luisteren naar de muziek. Dit was muziek voor jong en oud, letterlijk, zoals het dansende stel voor ons bewees. Iets later zag ik een jongedame die nog niet kon lopen. Nog geen jaar oud dus. Haar moeder tilde haar op aan haar vingers, ze stond en haar billen begonnen te schudden. Daar stond ik te kijken, twee decennia ouder en nu al minder talent dan deze Dominicaanse danseres. Soms viel ze even op haar kont, maar moeders tilde haar al snel weer op en haar ritmische bewegingen konden worden gecontinueerd. Dit was een natuurlijke achterstand die ik nooit zou inhalen, concludeerde ik al snel.

Halverwege het concert kwam de hit van dat moment voorbij. Pa’ los coquitos. Dominicanen slikken graag letters of zelfs hele lettergrepen in. Mijn collega legde uit waar het nummer over ging. Ouders die opvoedkundige klappen te pas, maar vooral ook te onpas toepasten in de opvoeding. Er zat, ondanks het vrolijke deuntje nog een serieuze boodschap in. Het verklaarde de populariteit onder kinderen. Al snel stond het gigantische podium helemaal vol met kinderen. Tientallen, ik denk wel meer dan honderd. De band was onzichtbaar, moest zich ergens tussen de gillende kinderen bevinden. Het klonk geweldig.

Nadien luisterde ik net als elke Dominicaan naar de populaire muziek van dat moment. Juan Luis Guerra is wereldwijd veel bekender, maar vooral onder toeristen en Amerikanen. De Cocoband was begin jaren negentig de band voor de gewone Dominicaan. En nu nog steeds, bijna een kwart eeuw later, zing ik het refrein zo mee. “No queremos boches no cocotazos..”

Gerbie’s top 212: Uitleg en regels. De volledige lijst tot nu toe: Top 212, te beluisteren via Spotify.

Slechtste lunch ooit

Tags

, , , , , , , , ,

IMG_2265Het voordeel van stagebegeleiding is dat je nog eens ergens komt. Tenerife bijvoorbeeld. Mooi eiland. Het nadeel is dat de stagiaires meestal precies terecht komen waar je liever niet naar toe gaat. Playa de las Americas bijvoorbeeld.

Mijn stagiaire is lunchen als ik aankom, dus loop ik ook maar even het dorp in om hetzelfde te doen. Ik moet eerst pinnen en heb niet zoveel tijd, dus plof ik op het eerste terras na de geldautomaat neer. Snel een broodje en dan weer weg is het idee. Het is er niet druk, meer dan het halve terras is leeg. De bediening doet wel druk. Er staat een apparaat op tafel waarop ik moet drukken als ik iemand wil spreken. Een ander knopje is voor de rekening. Ik besluit even te wachten. Ik ben nog van de oude stempel. In de horeca draait het om gastvrijheid, even iemand welkom heten, laten merken dat je hem hebt gezien. Het lukt redelijk snel. Ik krijg ook snel wat te drinken en bestel een broodje kip.

Wachtende ontdek ik dat de wifi beter is dan in het hotel, dus kan ik even mijn mail checken, de krant bekijken en wat bladeren op social media om de tijd te doden. Na een kwartier valt het me op dat mijn broodje er nog niet is. Na een half uur is het terras bijna leeg, net als mijn tafel. De dame die mijn bestelling opnam komt langs en kijkt verbaasd. Ook al heb ik net gewoon in het Spaans besteld, ze maakt wat gebaren en met wat losse woordjes (jij mij begrijp?) vraagt ze of ik al heb gegeten. Ik schud mijn hoofd.

Haar reactie verbaast me. Langs me heen schreeuwt ze naar binnen dat tafel 39 nog steeds niets heeft ontvangen. Geen woord van verontschuldiging, geen communicatie. Tien minuten later staat er een bord op tafel, met daarop een broodje. Ook nu weer geen woord. Gewoon neerzetten en doorlopen. Niet ‘Sorry dat het zo lang geduurd heeft’, geen ‘eet smakelijk’, helemaal niets.

De gemiddelde plofkip in de Nederlandse supermarkt heeft meer smaak dan dit gevogelte dat tussen een broodje is gedrukt. Niet alleen de service is beroerd, het eten is smakeloos. Ik druk nu maar meteen op het belletje om de rekening te vragen. Ik moet terug aan het werk en daarna nog weer naar de andere kant van het eiland.

Ook nu duurt het lang. Sterker nog. Er gebeurt niets. Ik zie het meisje van de kassa naar buiten lopen. Haar shift is afgelopen blijkbaar. Maar niemand brengt mijn rekening. Ik besluit om elk personeelslid dat in de buurt komt recht aan te kijken, om te zien of er reactie komt. De tweede hapt. Na een tijdje. Ik vraag om de rekening en hij buigt over mij heen om op het knopje te drukken. ‘Dat had ik al gedaan’, verklaar ik. Geen reactie.

Op de rekening staat alleen een flesje icetea. Ik heb geen zin om een goede rekening te vragen. Ik betaal en geef 10 cent fooi. Ik ben niet gierig, maar hoop dat het statement aankomt.

Twentse Fries of Friese Tukker?

Tags

, , , , , ,

Morgen de laatste competitieronde. Veel wedstrijden gaan nergens meer om. Heerenveen speelt nog om Europees voetbal. FC Twente had het zo maar kunnen krijgen, maar heeft geen centen om naar Andorra te reizen.  De grootste voetballer in de Friese geschiedenis is zonder twijfel Abe Lenstra. In zijn nadagen speelde hij nog een tijdje in Enschede. De beste dichter van Nederland kwam daar ook vandaan. En hij  hield van voetbal. En dus schreef Willem Wilmink een prachtig gedicht over Abe Lenstra. In het Twents nog wel.

Abe

Hier daal, mien jongs, is t voetbal mangs pet,
Maeer doarboavn speelt Abe aait met,
En as e nen bal s verkeerd hef rich,
Dan zeg Oonzn Heer: ‘Ze begriept um nich.

Peter van Straaten – Min & onmin

Tags

, , , , ,

15-008Peter van Straaten – Min & onmin

foto

Nummer: 15-008
Titel: Min & onmin
Auteur: Peter van Straaten
Taal: Nederlands
Jaar: 1994
# Pagina’s: 64 (1179)
Categorie: Cartoons
ISBN: 90-6012-911-3

Handbagage
Hoezo oud
Roken neuken drinken
Zijn we er al
Waarom ligt mijn boek niet naast de kassa
Mens & bedrijf
Vader en Zoon door dik en dun
Vader en Zoon leveren in
Vader en Zoon staan op de tocht
Vader en Zoon in de bocht
Vader en Zoon tegen wil en dank
Vader en Zoon zetten door

Ik spreek toch geen Chinees?

Tags

, , , , ,

Dat klopt. Ik niet. De meeste bezoekers van dit blog niet, gok ik. Een miljard anderen wel. En die lachen zich rot, wanneer ze mensen zien die tatoo’s laten zetten met de vreemdste teksten. Omdat ze niet door hebben wat er daadwerkelijk staat.

Gelukkig is er dan het blog van My HongKong Husband, zij leest Chinees en Engels. En dus zag ze ook vele shirts langskomen met vreemde teksten. Zoals onderstaand shirt.

Screen Shot 2015-05-02 at 17.15.35

Zou Lucille weten wat er staat? Ik gok van wel. Stiekem een vreemde tekst, zonder dat de televisiekijker het doorheeft.

Andersom komt overigens ook voor. Chinezen met een Engelse tekst op hun shirt, dat wij nooit zouden aantrekken. Lees zelf maar via myhongkonghusband.

166 – Fishbone – Bonin’ in the boneyard

Tags

, ,

Nummer  166
Artiest  Fishbone
Titel  Bonin’ in the boneyard
Jaar  1988
Wikipedia  Truth and Soul
Website  Fishbone dot net
Tekst  Lyricsmode

Slechts weinig bands kunnen live zoveel energie uitstralen als Fishbone. Je verveelt je niet, er gebeurt altijd iets op het podium. De muziek overdondert je, de band laat je niet meer los, tot de slotseconde van het concert, waarna je uitgepeigerd concludeert dat je, ondanks dat je geen danser bent, geen seconde stil hebt gestaan.

Ooit zag ik ze op Pinkpop, waar Angelo Moore in het publiek belandde en met een schoen minder terugkeerde op het podium. Legendarisch optreden.

Fishbone combineert meerdere stijlen, erg knap. Ska en Funk, Punk en Reggae, Rock en Soul, het zit er allemaal in. Soms zelfs in een enkel nummer. Vandaar ook mijn keuze voor dit nummer, de blazers brengen je in de stemming, de zang komt pas later kijken. De tekst is niet bijzonder, er zit geen diepere betekenis in het lied, het leeft gewoon, het bruist, het zet je in beweging. Je moet dus gewoon de live-versie beluisteren, de albums zijn leuk, maar pas tijdens een concert leer je het echte Fishbone kennen. Zoals hieronder.

Gerbie’s top 212: Uitleg en regels. De volledige lijst tot nu toe: Top 212, te beluisteren via Spotify.

Joris Luyendijk – Dit kan niet waar zijn

Tags

, , , , , , , , ,

15-007Joris Luyendijk – Dit kan niet waar zijn

Soms zijn er boeken die je al besteld voordat ze uit zijn. Heb ik niet zo vaak. Een goed boek is namelijk tijdloos, het maakt niet uit of je het meteen leest of een halve eeuw later. Sterker nog, sommige boeken heb ik bewust in de kast laten staan, de voorpret van het nog kunnen lezen is ook de moeite. En zo staan er nu ook nog een aantal boeken op de plank waar ik me op kan verheugen. Toch kwam dit boek tussendoor. En dat is geen toeval. Meer dan twee jaar geleden schreef ik al over het project; het begin van een column waarin hij een bankier beschreef die op elf september eerst een geweldige dag draaide op zijn werk, nog nooit zo veel winst had gemaakt, voordat hij zich realiseerde dat hij vrienden in het WTC had, raakte me geweldig. Wanneer hebzucht het overneemt van menselijkheid, dan is er weinig reden voor optimisme. Voor mij toonde dat verhaal het einde van het kapitalisme aan. Nu de rest van de wereld nog.

Het boek dat Luyendijk over de Londense City schreef, moest ik dus hebben en zelfs meteen lezen. Lezen zoals ik tijden geen boek meer gelezen heb. Zittend op de bank, meteen na het eten. Voor het naar bed gaan. Bij het ontbijt. In anderhalve dag had ik het uit. En toen kwam de publiciteitscampagne op gang. Drie kwart van wat me opviel, kwam alweer langs. De prachtige metafoor in het begin van het vliegtuig zonder piloot. De stereotypes die keer op keer blijken te kloppen. Het feit dat de bankiers niet de grote graaiers zijn, zoals de boze buitenwereld ze graag wil zien, maar gewoon kleine radartjes in een fout systeem. Dat verschillende afdelingen tegenstrijdige belangen hebben, de strijd binnen banken is minstens zo groot als tussen banken. Dat de wereld echt op de rand van een ramp heeft gestaan. Het mooie subtiele verschil tussen amoreel en immoreel. Maar vooral dat er niets veranderd is. Dat het zo weer zou kunnen gebeuren.

Ondertussen is het boek een bestseller. Velen hebben het gelezen. En er gebeurt niets. Sterker nog, de enkele politicus die een bankier kritische vragen stelt, wordt weggezet als snotneus. Bankiers vinden nog steeds dat ze recht hebben op giga-salarissen en dito bonussen. Er worden nog steeds producten bedacht die niet te begrijpen zijn. En bijna alle banken doen er aan mee. Want als je niet meedoet, lig je er uit.

De logische conclusie is verstrekkend. We moeten naar een nieuw systeem. Niet het huidige systeem aanpassen, inkaderen, maar een compleet nieuwe maatschappij. Geld mag niet het belangrijkste zijn in ons leven. Welzijn moet belangrijker zijn dan welvaart.

Een quant met Asperger mag ook een mooi leven hebben, maar we willen niet dat hij een belangrijke positie bij een bank heeft. De ogenschijnlijk mooie meritocratie waarin je prestaties op de werkvloer belangrijker zijn dan je huidskleur, je cv, je seksuele geaardheid of welke andere onbelangrijke bijzaak dan ook, is niet een meritocratie waar je trots op mag zijn.

Alles en iedereen in de Londense City wordt gedreven door geld. ‘Een paar jaar flink verdienen en dan stap ik er uit’, wordt al snel ‘ik kan niet anders, mijn hypotheek en de dure school van mijn kinderen dwingen me’. Een oligarchie ontstaat waarin een bovenklasse de wereld vorm geeft, waar onderling de baantjes en de macht verdeeld wordt. Is het al te laat? Heeft dit boek nog zin? Over een paar decennia kunnen we het zien. Misschien.

Citaat: “Als journalist en schrijver beland je zo in een raar parket. Je begint met het idee dat je op zoek moet naar ‘nieuws’: feiten waar niemand nog van weet. Maar de belangrijkste feiten over de financiële wereld zijn al lang en breed bekend, bij insiders. Het probleem ligt dieper: de sector is immuun voor ontmaskering.” (p.187/188)

Nummer: 15-007
Titel: Dit kan niet waar zijn
Auteur: Joris Luyendijk
Taal: Nederlands
Jaar: 2015
# Pagina’s: 208 (1115)
Categorie: Non fictie
ISBN: 978-90-450-2816-3

Meer:
Guardian Blog
Tegenlicht (2013)
Tegenlicht (2015)
NRC (recensie)
Website

Niet eens?
Buijink
8 weekly
FTM

Meer op gerbie.nl:
Het zijn net mensen
Hoe lossen we de crisis bij de banken op

Een echte spits is schaars

Tags

, , , , ,

Goal, November 2011

VoorkantclubbladNaast de linksbuiten (wordt vaak vreemd gevonden) loopt nog een bijzondere speler. De spits. Elk jochie wil spits zijn, maar slechts een enkeling wordt daadwerkelijk spits. Belangrijk kenmerk van de spits is dat hij altijd scoort. Klinkt voordehandliggend, maar dat is het niet.

De spits maakt het allemaal geen moer uit. De wedstrijd kan volledig langs hem heen gaan, maar er komt een moment dat hij, ongemerkt voor zijn directe tegenstander, op de goede plaats staat en ineens de bal krijgt. Hij scoort en zijn wedstrijd is goed. Tot dat moment viel hij alleen maar op door balverlies, hangende schouders, moedeloze blik en onhandige acties. Maar nu heeft hij gescoord en wordt hij, na een beroerde wedstrijd, alsnog gekozen als man of the match. Hij heeft de beslissende gemaakt tenslotte.

De echte spits maakt het niet eens uit wat de uitslag is. Of hij wedstrijden beslist. Hij wil gewoon scoren. Na de wedstrijd vraagt hij een medespeler onopvallend wat de stand eigenlijk was. Maar als hij zelf gescoord heeft, is het antwoord niet eens belangrijk. Zijn dag is al goed. De ultieme spits: Filipo Inzaghi.

Echte spitsen zijn schaars. Een misverstand is dat de spits een goede voetballer moet zijn. Integendeel. De spits mag het spel langs zich heen laten gaan, mag 89 minuten onzichtbaar zijn, mag alle ballen van zijn voeten laten springen, want dat ene moment dat komt. Dat ene moment waarin hij ineens alles goed doet. De verdediging in slaap gesust en daar ligt de bal al in het net.

Goede voetballers die in de spits terecht komen zijn dus geen echte spitsen. Van Basten bijvoorbeeld was een wereldvoetballer, scoorde vaak en wordt door velen als de ultieme spits gezien. Maar een echte spits was hij niet. Als middenvelder was hij ook een ster geworden, had de laatste jaren van zijn carrière ook laatste man kunnen spelen, als hij fit was gebleven. Zijn voorganger daarentegen was wel een echte spits. Wim Kieft. Voorzet, hoofd ertegen en goal. Simpel, zoals een echte spits dat graag ziet.

GFC heeft eigenlijk weinig echte spitsen gehad. De geruchten gaan dat Jan Scholte in ’t Hoff er een was. Jan Tieman wordt ook genoemd. Maar sindsdien staan eigenlijk altijd goede voetballers voorin, die scoren omdat ze goed zijn, niet omdat ze een neusje voor de goal hebben. Henk Höver, Simon Ruumpol, David Ifrah, hoe ze ook heten, het zijn geen echte spitsen. Edwin Zenderink kwam nog het dichtst in de buurt. Beetje rommelen, verdediger pesten, klutsbal mee en op het juiste moment toeslaan.

Zelf ben ik sinds vorig seizoen ook weer in de spits beland. Maar ik weet dat ik geen echte spits ben. Het pure ‘torinstinct’ ontbreekt. Het per ongeluk op de juiste plek staan zit niet in mij. Vorige maand het definitieve bewijs. Markelo uit. We missen veel kansen. Heel veel kansen. Ik ook. We hadden al met dubbele cijfers moeten voorstaan, maar het staat nog steeds maar 1-2. Vlak voor tijd loop ik mee, maar de voorzet komt net achter me. Ik sta te diep. Op de doellijn draai ik mij om en zie dat de verdediger de bal tegen zijn scheenbeen aan krijgt. Het leder rolt mijn kant op. In een reflex til ik mijn voet op en laat de bal over de lijn lopen. 1-3. Een echte spits had de bal stilgelegd of aangeraakt, als de treffer maar op zijn naam zou komen. De reflex, het moment dat je niet nadenkt maar doet, bewijst voor mij dat ik geen echte spits ben en het ook nooit zal worden. Het zal niet lang duren, ik schat een kilo of drie, en ik word weer als laatste man opgesteld.

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 273 andere volgers