Hugo Borst – O, Louis

Tags

, , , , , , , , ,


Hugo Borst – O, Louis

Ooit was hij de spelverdeler van zijn geliefde Sparta. Later, als journalist, werkte hij goed samen met de trainer, altijd goed voor een mooi interview, een onverbloemde mening. En toen ging het mis, Van Gaal beschuldigde de schrijver van het lekken van zijn telefoonnummer, Borst voelde zich onterecht aangevallen en ging in de tegenaanval. Het kwam niet meer goed.

Maar het is best lastig, wanneer je het Nederlands voetbal moet analyseren, terwijl een van de bepalende figuren in die wereld je negeert. Andersom is het niet slim om als bondscoach een gezaghebbend journalist tegen je te hebben, omdat je te eigenwijs bent om je excuses aan te bieden.

Op zich een persoonlijke fittie, een probleem waar de rest van het land weinig mee te maken heeft. Maar Van Gaal is zo interessant voor een schrijver, Borst kan zo mooi schrijven. Dan kun je elkaar niet negeren. En dus schrijft Borst een boek dat ‘O, Louis’ heet, waar Van Gaal op de cover staat, maar wat eigenlijk meer over hemzelf gaat, bijna zelfpsychologie.

Voor velen was dat een reden om het boek niet te waarderen, om het af te kraken, voor mij juist andersom. Ik waardeer het omdat het over Borst gaat, niet over Van Gaal. De trainer is de kapstok, het gaat om hemzelf. Boeken over Van Gaal zijn er genoeg, als dan niet met zijn medewerking. Zoals Auke Kok al aantoonde met zijn biografie over Cruijff, medewerking is niet perse een voordeel, zonder diens familie schreef hij het beste Cruijffboek sinds Nico Scheepmaker. Op dezelfde manier schrijft Borst een prachtig boek over Van Gaal, juist omdat Van Gaal niet meer dan een bijrol speelt.

Zesentwintig hoofdstukken met dezelfde titel als het boek, vierentwintig keer zoektocht (er zit een telfoutje in de inhoudsopgave), de stukken kun je als geheel zien, maar ook als losse stukjes, verzameling columns, herinneringen, opiniestukken en onderzoek. En dat maakt tot een beter boek dan verwacht. Beter dan menigeen doorhad.

Citaat: “ ‘Maar het klopt godverdomme niet, Louis. Je hoort me toch. Je zit ernaast. Je beschuldigt me van iets wat ik niet heb gedaan. Hallo, neem dat even terug.’
‘Waarom zou ik dat terugnemen? Ik heb alle reden om aan te nemen…’
‘Je zit ernaast, mannetje. Doe godverdomme ‘ns normaal man, ik zou maar even sorry zeggen!’
‘Vind jij dat normaal: op zo’n toon praten?!’
‘En dat zeg jij! Louis, dit bevalt me helemaal niet. Ik heb je nummer niet weggegeven. Punt uit. Neem die opmerking dus even terug!’
‘Als je blijft schreeuwen…’
‘Dat maak ik zelf wel uit. Ik probeer mijn gelijk te halen. Je zit ernaast. Dus moet je je excuses maken. Zo werkt dat. Maar dat kun jij niet opbrengen, he, meneertje Fatsoen.’
Tien seconden later is het gesprek voorbij.” (p.201/202)

Nummer: 20-070
Titel: O, Louis
Auteur: Hugo Borst
Taal: Nederlands
Jaar: 2014
# Pagina’s: 399 (13473)
Categorie: Voetbal
ISBN: 978-90-6797-054-9

Meer O, Louis:
Hebban
Sportboek gezocht
Zijn zegje
Biografie portaal
Voetbalboeken punt net

Meer Borst:
Borst, Hugo – Alle ballen op Heintje
Borst, Hugo – Over lust en liefde
Borst, Hugo – Over vaders & zonen
Borst, Hugo – Waarom ik zo van Sparta hou (en Aad de Mos haat)

Meer Van Gaal:
King Louis naar Rio (Hard Gras 94)
Meindert Talma – Ik ben Louis van Gaal
Cruijff of van Gaal (Hard Gras 57)
Spaans met Amsterdams accent
Column Johan 4 (Goal, september 1997)

Themaweek 102: Sportboeken

Tim Krabbé – Drie slechte schaatsers

Tags

, , , , ,

Tim Krabbé – Drie slechte schaatsers

Na al die jaren, na vele boeken, ben ik nog steeds niet in staat de schrijver goed in te schatten. Zijn meesterwerken zijn kort. De Renner, onmisbare literatuur voor elke wielerliefhebber, maar zeker ook Het Gouden Ei, nog geen 100 bladzijden, populair op de verplichte boekenlijst, maar absoluut een van de beste boeken geschreven in ons taalgebied. Het lijkt zijn kwaliteit.

Terwijl aan het begin van dit jaar Vrienden mij dwong om een week lang te bloggen, niet alleen omdat het zo’n dik boek was, maar ook vanwege de gigantische informatiedichtheid. Ook zijn boek over Columbine was zo uitgebreid. Dus wat hem met fictie perfect lukt, lijkt hem met non-fictie niet te lukken.

Drie slechte schaatsers is dus fictie, maar is zelfs voor zijn doen kort. Lekker dun, klein boekje. Een kort verhaal dus. Over schaatsen, op deze manier een belangrijk stukje Nederlandse cultuur. Schaatsen als metafoor, als tijdsbeeld, als symbool voor hoe het met de hoofdfiguren gaat.

Terecht wordt het verhaal geprezen, ondanks de beknoptheid toch veelzeggend. Te weinig ruimte voor diepgang, maar tegelijkertijd wel er voor zorgend dat de lezer aan het denken slaat. Past goed in mijn verzameling.

Citaat: “Maar eigenlijk, nu hij erover nadacht, bewees de goddelijkheid van het schaatsen juist dat God niet bestond. Want als je een wereld moest scheppen, en je kreeg de vrije hand zoals God had gehad, dan zou je, om schaatsen te kunnen bedenken, toch wel heel veel eerst moeten bedenken. Water, kou, vriezen. En als je dan al zoiets krankzinnigs verzon dat water, waar je je hand in kon steken en dat alle vormen kon aannemen, kon veranderen in iets wat hard en star was, dan moest je er nog bij verzinnen dat het dan niet stroef als steen was, maar glijdend.” (p.12/13)

Nummer: 20-062
Titel: Drie slechte schaatsers
Auteur: Tim Krabbé
Taal: Nederlands
Jaar: 2004
# Pagina’s: 46 (12006)
Categorie: Fictie
ISBN: 90-446-0517-8

Meer:
Krabbé, Tim – De grot
Krabbé, Tim – De stad in het midden
Krabbé, Tim – Een tafel vol vlinders
Krabbé, Tim – Vrienden
Krabbé, Tim – Wij zijn maar wij zijn niet geschift

Themaweek 102: Sportboeken

Michel van Egmond – De wereld volgens Gijp

Tags

, , , , , , ,

Michel van Egmond – De wereld volgens Gijp

De verleiding was niet te weerstaan. Als deel 1 zo vaak herdrukt wordt, zo veel lezers trekt die anders nooit een boek lezen, laat staan kopen, dan is een deel 2 onvermijdelijk. En dus krijg je de gebruikelijke mix van mooie uitspraken en rake observaties. Precies wat je van Van Egmond mag verwachten, precies wat de doelgroep hoopt.

Toch zit er ook een serieuze ondertoon in het verhaal, Gijp kent geen geheimen en de ellende in zijn privéleven wordt niet eruit gefilterd. Maar het mooiste zijn toch de verhalen van Gijp. Drie citaten:

“Ik weet nog dat er bij Oranje achttien selectiespelers waren: zestien van Ajax en twee PSV’ers: Gullit en ik. Die Ajacieden hadden hun eigen warming-up. Dat kwam toen net in, met allemaal van die ingewikkelde pasjes en oefeningen. Ik zeg tegen Ruud: daar ga ik niet aan meedoen, aan die gekkigheid. Ik word al moe als ik ernaar kijk. Laten wij maar gewoon een balletje overtikken. Beetje rommelen, beetje rekken, zoals altijd. Dat soort dingen vond hij altijd wel mooi. Deed-ie lekker mee. Was ook een leuk gezicht voor het publiek: veertien van die zwetende Ajax-klanten die zich vreselijk liepen uit te sloven. En dan twee man die ter hoogte van de cornervlag niet meer bijkwamen van het lachen: Ruud en ik.”

‘Wat denk jij, zou Jantje Boskamp straks ook nog een toetje nemen?’, vraagt Van der Gijp aan de parkeerwachter. ‘Of denk jij van niet?’
Hij wacht het antwoord niet af, laat wel als extra dank nog even zijn televisielach door de straat klateren, geeft de man een klap op de schouder, slaat nu zijn arm om Nicky heen en leidt hem door het drukke verkeer naar Kampong Kita, een restaurant zo groot als een parkeergarage en bijna net zo gezellig. Binnen staan 200 stoelen. Op een ervan zit Jan Boskamp, de schrik van elke All-You-Can-Eat-restaurateur, als een Brusselse boeddha al te wachten. (55/157)

‘Ik neem niets serieus, vooral mezelf niet.’
-Hoezo eigenlijk niet?
‘Kan ik niet. Ik zie mezelf de hele dag van alles doen. Ik zie mezelf wakker worden, ik zie mezelf koffiezetten, ik hoor mezelf tegen de hondjes praten.’
-Nou en?
‘Nou, en? Ik weet niet hoe het met jou is, maar bij negen van de tien dingen die ik doe, denk ik toch al vrij snel: goh, wat ben ik nu toch allemaal aan het doen?’ (140/157)

Nummer: 20-030
Titel: De wereld volgens Gijp
Auteur: Michel van Egmond
Taal: Nederlands
Jaar: 2016
# Pagina’s: 270 (7033)
Categorie: Voetbal
ISBN: 978-90-4883-414-3

Meer:
Wikipedia
Hebban
Scholieren

Themaweek 102: Sportboeken

Tiny Desk Concert – David Crosby & the Lighthouse Band

Tags

, , ,

Sinds een paar jaar luister ik ze allemaal, elke mogelijke podcast van TDC. En dan komt er regelmatig iets voorbij dat me niet zo boeit, maar er ontgaat me niets wat ik zou willen horen. En soms word ik positief verrast. David Crosby kende ik natuurlijk al wel vanuit de samenwerking met de heren Stills, Nash en mijn favoriet Neil Young. Maar deze samenstelling kende ik weer niet. Maar wel erg mooi:

Themaweek 101: Tiny Desk Concerts

Tiny Desk Concert – Billy Bragg

Tags

, , ,

De Britse zanger wordt ‘contemporary folk Singer’ genoemd. Zelf zou ik meer de nadruk leggen op zijn activisme. Ooit hoorde ik een bootleg waarbij hij tussen de nummers door bijna propaganda aan het bedrijven was. Schuin achter me staan twee boeken van hem, die ik nog moet lezen. De CD’s luister ik niet zo vaak meer. Maar dat Billy Bragg een goede zanger is, in vele betekenissen van het woord goed, daarvan ben ik overtuigd.

Themaweek 101: Tiny Desk Concerts

Tiny Desk Concert – Sting & Shaggy

Tags

, , , ,

Nu, in Coronatijd, is het lastig voor de Amerikaanse publieke omroep om muzikanten uit te nodigen in hun kleine ruimte. Gelukkig krijgen we via de Podcast (of andere kanalen) sinds kort weer Tiny Desk Concerts vanuit eigen huis.

Deze week (voor de tweede keer op deze site) een themaweekje met mooie, hopelijk verrassende, muziek. Vandaag Sting met Shaggy. Een onlogische combinatie, die misschien juist daardoor wel zo goed werkt.

Themaweek 101: Tiny Desk Concerts

John Irving – De koning van het kinderspeelgoed

Tags

, , , , , ,

John Irving – De koning van het kinderspeelgoed

Hij staat vooral bekend als schrijver van hele dikke romans, waar hij meerdere jaren over doet, maar die zonder uitzondering erg boeiend zijn, na gedegen voorwerk, met een paar stokpaardjes.

Toch heb ik nog een paar andere boeken van Irving in de kast staan (en gesigneerde, wat hier niets mee te maken heeft, maar wel erg leuk), zoals dit essay. Het gaat vooral over zijn voorbeeld en vriend Günter Grass, de schrijver van het wereldberoemde ‘Das Blechtrommel’.

Helaas gaat het meer over de schrijfsels, dan er diep op in te gaan. Had iets meer verwacht, gehoopt. Niet slecht, maar gewoon iets meer diepgang. Geefnie, heb veel schitterende boeken van hem in de kast staan. Hoop dat er nog een mooie roman volgt.

Citaat: “De volgende ochtend ging ik naar een boekhandel waar ik zou signeren. De eigenaar geneerde zich voor het hakenkruis dat met een spuitbus op zijn etalageruit was gekliederd. ‘Heeft niets te betekenen,’ zei de boekhandelaar. ‘Dit is ordinair vandalisme.’ Maar hoe kan een hakenkruis in Duitsland ‘niets’ te betekenen hebben.” (p.28/29)

Nummer: 20-067
Titel: De koning van het kinderspeelgoed
Ondertitel: Günter Grass en zijn werk
Auteur: John Irving
Taal: Nederlands (Engels)
Jaar: 1996
# Pagina’s: 71 (12801)
Categorie: Essay
ISBN: 90-414-0086-9

Meer Grass:
Grass, Günter – De blikken trommel
Grass, Günter – Im Krebsgang
Grass, Günter – Kat en muis

Meer Irving:
Irving, John – Avenue van de mysteriën
Irving, John – The fourth hand
Irving, John – In one person
Irving, John – Last night in twisted river
Irving, John – My movie business
Irving, John – Pension Grillparzer
Irving, John – A prayer for Owen Meany
Irving, John – A Son of the circus
Irving, John – Until I find you
Irving, John – Waarom ik van Dickens hou
Irving, John – A widow for a year

Themaweek 100: Nog meer boeken

Willem Vissers – Samuel

Tags

, , , , , ,

Willem Vissers – Samuel

Dat Willem Vissers mooi kon schrijven, dat wist ik allang. Dat hij een ontzettende aimabele man is, kwam ik achter toen ik tegen hem mocht voetballen bij het legendarische Ballen op de Berg. Dat hij een meervoudig gehandicapte zoon had wist ik niet, totdat hij begon met zijn column over Samuel in de Volkskrant. Wat kon hij geweldig schrijven over de jongen van zestien met een geestelijke leeftijd van anderhalf. Wat was ik onder de indruk van zijn wekelijkse verhalen, zo liefdevol geschreven, zo positief vertellend over de middelste zoon, die anders was dan de andere twee.

Velen waren met mij onder de indruk, natuurlijk moest er een bundeling komen. Na een jaar van columns kwam dat boek er natuurlijk. De frequentie van de columns ging omlaag, niet meer wekelijks, nu maandelijks.

Diepe bewondering heb ik voor het gezin Vissers, waar Willem zo mooi over schrijft. Bernice, zijn vrouw, die alleen achterblijft als de voetbaljournalist weken van huis is voor een groot toernooi. De broers David en Joshua, waarvan de laatste jonger is, maar zijn grote broer al snel op meerdere vlakken inhaalt. Maar vooral die grote Samuel. Syndroom van Kleefstra, een afwijking in het DNA. Dan ben je dus niet in staat te praten, kun je slechts met spalken voorzichtig voortbewegen, eet je niet zelf, hebt continu aandacht nodig, continu zorg. Een grote baby die het leven van het gezin bepaalt. En kijk eens naar de voorkant, dat is toch een lief jong?

Bewust heb ik het boek een tijdje in de kast laten staan, veel van de columns kende ik al, via social media of gewoon, in de krant. Dus het kwam niet als een verrassing dat ik het goed vond. Maar ook bij herlezing bleken de columns erg ontroerend, erg mooi. Zonder twijfel een van de beste boeken van de laatste jaren.

Citaat: “We willen nooit overlast geven. We hopen altijd dat Samuel zich volumetechnisch een beetje inhoudt, als we op een terras zitten of langs een zwembad. (…) We zijn altijd dankbaar als anderen in de openbare ruimte lief zijn voor hem en vergevingsgezind voor de eventuele overlast.” (p.98/99)

Nummer: 20-066
Titel: Samuel
Ondertitel: Kroniek van een ongewoon gezin
Auteur: Willem Vissers
Taal: Nederlands
Jaar: 2017
# Pagina’s: 159 (12730)
Categorie: Columns
ISBN: 978-90-488-3979-7

Meer Vissers op gerbie.nl:
Voetbal is liefde
Pingelaars, pegels en andere verhalen

Meer Samuel:
Hebban
Willem leest voor over Samuel
DWDD

Themaweek 100: Nog meer boeken

Nico Rost – Goethe in Dachau

Tags

, , , , , , ,

Nico Rost – Goethe in Dachau

Verplichte literatuur volgens Eddy. En dan neem ik dat graag aan. Zware kost, niet even tussendoor lezen. Bleef dus even liggen, tot na de zomer, na de Tour. Maar toen was ik toch nieuwsgierig, al speelde het plichtsbesef van een geleend boek ook een beetje mee.

Al snel had ik door dat dit niet het boek was wat ik verwachtte. Iemand die opgesloten zit in een concentratiekamp is bezig met overleven, was mijn eerste gedachte. Rost leek vast te zitten in een goede bibliotheek. De alledaagse gebeurtenissen werden afgedaan in bijzinnetjes, de literatuur, waar hij met veel moeite altijd weer aan kwam, was het belangrijkste bestanddeel van zijn dagboeknotities. En dat leest meer als een studie, als een lijst met boeken die ik nog moet lezen, als een boekclub waar obscure schrijvers voorbijkomen, door mensen die proberen indruk te maken. En dan te bedenken dat alleen al het schrijven van dit soort notities levensgevaarlijk was. Papier was al nauwelijks te vinden, laat staan dat je erop kon schrijven, nog moeilijker om het te verbergen. Rost lukte het allemaal.

Gaandeweg begreep ik ook dat het een verdedigingsmechanisme was. Zo lang er literatuur is, is het leven niet zinloos. Wanneer je de wereld beter begrijpt omdat klassieke schrijvers je wat duidelijk maken, is zelfs een strafkamp te relativeren. (Bladzijde 77: ‘Heb hem toen uitvoerig verteld waarom ik dit dagboek zo schrijf en niet anders. Het is immers in de eerste plaats een middel om al mijn gedachten en m’n energie op de literatuur te concentreren – elke dag opnieuw als het gaat, om daardoor niet steeds aan Edith en Tijl, aan mezelf, aan eten enz. te denken. Een soort zelfverdediging dus. En tot nu toe heeft het me geholpen…’).

Dan is de continue stroom doden niet meer dan een gegeven, maar niet automatisch van toepassing op jezelf. Dan kom je schrijvers tegen die je ooit in een ander land sprak, of waar je ooit wat van had gelezen, maar die je nooit zelf had herkend, als niet iemand je had verteld dat het een schrijver was. En die iemand zei dat, omdat je zelf hele dagen bezig was met lezen, het verkrijgen van boeken, het lenen van titels.

Dus heb ik halverwege eindelijk de juiste mindset om het boek indruk te laten maken, om het proberen te begrijpen. Niet dat het ooit mogelijk is om je voor te stellen hoe het leven in een concentratiekamp is, maar juist door er niet de nadruk op te leggen, lukt het Rost om het een beetje duidelijk te maken. Hij weet ook, als vertaler, schrijver, publicist, dat ooit, na de oorlog, of hij die nu wel of niet overleeft, zijn aantekeningen gebundeld zullen worden, gepubliceerd gaan worden.

Op een gegeven moment negeer ik de bijna eindeloze reeks voetnoten (576 in totaal, bijna 3 per bladzijde), als ik meer wil weten over een bepaalde schrijver zoek ik later wel op Wikipedia. En tegelijkertijd zie ik steeds meer gebeurtenissen om de literatuur verschijnen in zijn aantekeningen. Steeds meer hoop op het einde van de oorlog, maar ook meer relativeringsvermogen. Dankzij de literatuur en de goede bewakers, waardoor hij, zelfs in deze beroerde omstandigheden, tussen de honderden doden per dag, ziet dat niet elke Duitser een oorlogscrimineel is, dat zelfs slechte mensen goede kansen hebben. Knappe observaties, die hem na de oorlog zelfs gedeeltelijk opbreken, wanneer de communistische partij in Nederland, waar hij voor de oorlog overtuigd lid van was, hem na publicatie laat vallen, omdat sommige passages niet zwart-wit genoeg zijn opgeschreven volgens hen.

Dagboeken zijn meestal niet mijn favoriete genre, maar binnen het genre is dit zeker een topper. Juist door niet de dagelijkse ellende van Dachau uitgebreid te beschrijven, juist door te relativeren terwijl het einde nog niet in zicht is, juist door de kracht van literatuur nog eens te onderschrijven, heeft Rost een gedenkwaardig oorlogsboek geschreven. Dikke aanrader!

Citaat: “Naar de andere dertig lijken keek niemand. De SS verwaardigde ze met geen blik, hoewel daar veel meer aan te zien was.
Ze waren immers uitgemergeld en broodmager. Van sommigen was de buik gezwollen en de huid al zwart; anderen zaten onder de zweren, weer anderen vertoonden aan hun benen en op hun rug flegmonen en open gaten, zo groot als theeschoteltjes. Twee misten een been, een een arm.
De SS vermoedt dat de dode man vermoord is; ze heeft daarom foto’s genomen en uitvoerig notities gemaakt.
Zijn de andere dertig soms niet vermoord?
Zijn die dan een natuurlijke dood gestorven?” (p.183)

Nummer: 20-117
Titel: Goethe in Dachau
Ondertitel: Dagboek 1944-1945
Auteur: Nico Rost
Taal: Nederlands
Jaar: 1948
# Pagina’s: 272 (22652)
Categorie: Dagboek
ISBN: 978-90-816628-8-8

Meer:
Wikipedia
Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse letteren
Hebban
Verzetsmuseum

Themaweek 100: Nog meer boeken

Remco Campert – Beschreven blad

Tags

, , , , ,

Remco Campert – Beschreven blad

Zonder twijfel een van mijn favoriete schrijvers, zeker in ons taalgebied. Tientallen titels staan al op de plank. Maar de goede man is een grootproducent, daarbij al schrijvend sinds de oorlog, vele titels ontbreken dus nog. En ondanks de digitale database in mijn telefoon overkomt het me soms nog: ik koop een boek dubbel. Het zij zo. Maar nog niet gelezen, dus pak ik die er deze zomer maar eens bij en leg hem op Mount TBR, de stapel boeken op mijn nachtkastje die ik binnenkort wil lezen.

Campert is op zijn sterkst als columnist en vooral schrijver van korte verhalen. Zijn poëzie lees ik soms, net als deze novelle, maar daar ligt, in mijn ogen, niet altijd zijn kracht. Het continue hoge niveau van zijn korte verhalen haalt hij soms wel, maar niet altijd. Dat heeft ook wel weer iets moois, het bewijst dat je een groot schrijver kunt zijn, maar dat niet alles van een groot schrijver automatisch geweldig is. Zoals Messi wel eens een mindere wedstrijd speelt, Mondriaan wel eens blokjes verkeerd raakte en Neil Young ook wel eens een album vol herrie uitbracht. Niet minder interessant, maar wel minder gewaardeerd.

Deze novelle had ik snel uit, maar sleurde me nooit naar binnen. Geen zinnetjes die je dagen later nog door het hoofd schieten. Geen personages die je meteen voor je ziet. Gewoon een verhaal dat wel loopt, maar nergens heen lijkt te gaan.

De Bijenkorf gaf het uit in de literaire boekenmaand 2001, ben bang dat het te verleidelijk was om nee te zeggen, maar dat de goede man niet perse een geweldig verhaal in zijn hoofd had toen de deadline naderde. Geeft niet, vele andere titels wachten op (her)lezing.

Citaat: “Ik, schrijver? Hoe was Sonja op dat idee gekomen? Misschien vond ze het interessant. Het klonk in ieder geval interessanter dan: ik geloof dat hij ‘iets met geld’ doet. Er schenen nog nooit zo veel miljonairs te zijn. In het café waar ik haar weleens trof was bijna iedereen, hoe jong ook, miljonair, mezelf incluis. Ze had me bijzonder willen maken – dat maakte haar ook wat specialer.” (p.52)

Nummer: 20-064
Titel: Beschreven blad
Auteur: Remco Campert
Taal: Nederlands
Jaar: 2001
# Pagina’s: 72 (12478)
Categorie: Fictie
ISBN: 90-714-4292-6

Meer:
Campert, Remco – Bij hoog en laag
Campert, Remco en Jan Mulder – CaMu 1996
Campert, Remco en Jan Mulder – CaMu 1997
Campert, Remco en Jan Mulder – CaMu 1998
Campert, Remco en Jan Mulder – CaMu 2000
Campert, Remco en Jan Mulder – CaMu 2002
Campert, Remco – Een ellendige nietsnut
Campert, Remco – De familie Kneupma
Campert, Remco – Een geschenk uit de hemel
Campert, Remco – Hotel du nord
Campert, Remco – Een liefde in Parijs
Campert, Remco – Tot zoens

Themaweek 100: Nog meer boeken