Tags

, , , , ,

Goal, september 2017

Zo langzamerhand krijg ik de laatste jaren steeds meer een schurfthekel aan zogenaamde tradities. De zwartepietendiscussie is daar het beste voorbeeld van, maar ook in de voetballerij zijn we ook nogal gewend aan vele zaken en staan zogenaamde tradities daadwerkelijke vernieuwing en vooruitgang in de weg.

Onlangs laaide de discussie over kunstgras weer op. Alsof het lekker is om op een bemodderd (oktober), bevroren (februari) of droog veld (mei) te spelen. Alsof het gebrek aan talent op topniveau iets te maken heeft met het feit dat de laatste jaren steeds meer clubs op kunstgras spelen. Kunstgras is vooruitgang, of je er nu voor of tegen bent, we bellen niet meer met een bakelieten telefoon, de postkoets en de paardentram zijn afgeschaft en de huidige jeugd weet niet eens meer dat je vroeger moest betalen voor een elpee of cassettebandje als je muziek wilde luisteren. De techniek valt niet te stoppen.

In het topvoetbal zie je dat de zogenaamde laptoptrainer in opkomst is. Dat videoanalyses allang ingeburgerd zijn en dat het gebruik maken van statistieken langzaam wordt geaccepteerd. De ouderwetse trainer die, in de trant van Ernst Happel “Kein geloel, fussballen” mompelt, wordt steeds zeldzamer. Trainers die het spelletje leerden via FIFA-computerspelletjes zijn de komende jaren steeds meer te bewonderen. GFC zal mee moeten gaan met de tijd, zal tradities moeten loslaten.

Als het conservatieve deel van GFC de macht krijgt (of houdt), dan zouden we nog steeds voetballen met een leren bal met zo’n veter er in, waren de palen nog van hout en vierkant en bepaalde de elftalcommissie de opstelling, niet de trainer. Ik denk dat vele jeugdige leden niet eens weten wat een elftalcommissie was. Ook bij GFC is vooruitgang niet tegen te houden. Ik snap best dat wanneer je de vijftig eenmaal gepasseerd bent (en vele GFC-ers zijn dat) je moeite hebt met vernieuwingen. De menselijke geest wordt in de loop der jaren niet flexibeler.

Maar waar zouden we zijn zonder damesvoetbal? Zelfs na de zegetocht van de Oranje dames op het EK afgelopen zomer hoorde je menigeen mopperen dat het best knap was, maar dat het niveau niet echt hoog was, dat ze er liever niet naar keken en dat ze mannenvoetbal leuker vonden. Wie vroeg ze om te vergelijken? Het voetbal op zondagochtend, waar ik zelf ook allang ben aanbeland heeft toch ook niets te maken met het voetbal dat men in de Champions League speelt? Nou en, ieder heeft plezier op zijn niveau, dus ook de lagere senioren en de dames. Al lijkt het Nederlandse topvoetbal de afgelopen tijd ook steeds meer op dat zondagochtendniveau.

Het G-team is al jaren een succesvol onderdeel van ons clubje. Ooit werden ze ongeschikt geacht om te spelen, tegenwoordig hebben we vele GFC-ers die ook op hun eigen niveau plezier beleven aan het spelletje. En de samenwerking met Aveleyn is voor zowel die stichting als voor GFC een mooie en nuttige overeenkomst.

Het zaterdagteam blijkt ook een geweldige aanwinst te zijn voor GFC. Jaren tegengehouden, maar toen ze er eenmaal waren een groot succes. Op social media is er geen team te vinden met zo veel humor als dit team. Lachen met een scherm voor je neus. Maar wel met voetbal als uitgangspunt. En dan te bedenken dat nog geen twintig jaar geleden de aankoop (een paar slordige guldens per jaar) van het domein www.gfc.nl nog als een overbodige uitgave werd gezien. GFC leert gelukkig van zijn fouten, al is het dan langzaam.

De fietstocht op tweede pinksterdag is al ter ziele gegaan. De verkoop van witte muizen is gestaakt. De frequentie van het clubblad is bijgesteld. De laatste revue was 40 jaar terug. Het aantal teams op zondag gehalveerd. Het paaskamp is tegenwoordig het meikamp. GFC verandert, of we nu willen of niet. 

Tradities zijn mooi (soms), maar kunnen en mogen niet in de weg staan van vooruitgang. Want als GFC over 40 jaar weer een mooi jubileum wil vieren, dan moeten we meegaan met de tijd. Niet zoals Enschedese Boys ten onder gaan na meer dan 100 jaar, maar een levendige en bloeiende club midden in de samenleving. Zoals we al 110 jaar zijn en hopelijk nog vele jaren zullen blijven.

Advertentie