Tags

, , , ,

Goal, December 2016

Zoals wel vaker kom je tot een helder inzicht na een hoop drank. Bij mij was dat het geval op de zaterdag van Schoolfeest. ’s Ochtends op tijd bij de Tapperij, ’s avonds nog even een rondje door de tent op weg naar huis. Ik kwam Jan Tieman tegen. Op zich niet bijzonder, dat je in de tent iemand tegen komt die je kent. Maar ik had hem ’s ochtends ook al gezien. Nu ben ik zelf ook de jongste niet meer, maar Jan is 83. Die kan het toch niet net zo lang volhouden als anderen die de helft van zijn leeftijd zijn? Of zelfs een kwart?

Met terugwerkende kracht viel het me op dat ik Jan wel erg vaak zag. Op het voetbalveld bij het eerste, hij mist geen wedstrijd. Maar ook ’s ochtends bij het vierde, zelfs bij een uitwedstrijd. Let op, we hebben het over een uitwedstrijd van het vierde van GFC. Daar waar zelfs de reserves soms niet eens weten wat er in het veld gebeurt. Dan staat hij gewoon te kijken in Almelo of Markelo, in de motregen, op een bijveld. En hij weet ook altijd hoe het tweede het heeft gemaakt. Op een en dezelfde ochtend! Als ik een krantje ging halen bij Bruna of als ik Suus ophaalde bij de gymnastiek, ik kwam Jan tegen. Op straat. Op weg naar mijn werk. In het café. Dat kan toch niet, zo vaak iemand tegen komen, laat staan iemand van boven de tachtig. Als je wilde weten hoe de verbouwing van de kleedkamers ging, Jan wist het. Hij was er net geweest. Maar volgens mijn schoonvader ook in de kantine van Twenthe, tijdens de nacompetitie. Het is gewoon onmogelijk.

Onlangs haalde BNN het nieuws doordat ze in Korea een hond gekloond hadden. Jaren geleden hadden we al het schaap Dolly. Ik heb het donkerbruine vermoeden dat de wetenschap een stuk verder is dan ze ons verteld.  Ira Levin schreef er ooit al een mooie thriller over, ‘The boys from Brasil’. De schrijver had een vooruitziende blik. Ze hebben een mens gekloond. Jan Tieman. Er zijn drie Jan Tiemans. Een die op zondagochtend naar het voetbalveld gaat, de andere gaat ’s middags naar het eerste. De derde heeft het weekend vrij en is door de week bij de Rellie, bij het biljarten en in de zaak van zijn zoon. Elke dag twee keer overleggen wie waar naar toe gaat, wat er gebeurt is, zodat ze altijd op de hoogte zijn.

Bij de Rellie schijnt hij de bijnaam Disco-Opa te hebben. Ik begrijp het nu. In een gezelschap van legendarische drinkers, is het de oudste die alle jeugd onder de tafel drinkt. Logisch, in het relatief oud uitziende omhulsel zit een vers gekloond lichaam. Een lever waarop George Best jaloers zou zijn geweest. Tuurlijk houdt hij dat vol.

En bij GFC zien we de andere kloon. Jeugdteams, lagere elftallen, het eerste, de kantine, de commissies, Jan ziet het, spreekt iedereen en mist niets. En de oorspronkelijke 83-jarige man die normaal gesproken in een bejaardenhuis zou zitten, zit thuis, ergens in een klein kamertje in de zijstraat van de Kerkstraat en coördineert de twee kloons. Hij blijft zo perfect op de hoogte van alles wat er speelt, Jan Tieman weet meer dan Goors Nieuws.

Hopelijk doorkruis ik nu geen wetenschappelijk experiment met deze column. Graag spreek ik met u af dat de volgende keer dat u Jan Tieman ziet, net doet of u dit niet hebt gelezen. Laat hem (of een van zijn kloons) in de waan dat we van niets weten. Hoop ik dat we hem nog jaren tegenkomen.