Tags

, , , ,

Goal, November 2015

Natuurlijk moet deze column over papa gaan. Dat verwacht iedereen, dat wil ik zelf ook. Maar nog geen vijf jaar geleden heb ik al het verhaal geschreven over de geweldige voormalige voetballer die 65 werd. Herplaatsen? Niet nodig, staat wel op mijn blog. Ongetwijfeld staat er elders in deze Goal al wel een mooi In Memoriam, die hoef ik dus ook niet te schrijven. Maar wat dan? En dan ineens dringt het verhaal zich zelf op.

Pasen 1988. SOS uit. Mijn eerste basisplaats in het eerste. Zaterdag nog meegedaan in A1, al een aantal keer ingevallen. Oefenwedstrijden zelfs helemaal. Maar dit wordt mijn echte debuut. SOS staat laatste, wij een plekje hoger. Ik begin als rechtshalf. Speel onopvallend. In de rust nog meer blessures. Ik mag midmid spelen de tweede helft. Het gaat beter. Halverwege de tweede helft is de bal aan de linkerkant. Ik loop om Jan heen, krijg de bal mee, passeer een man en haal de achterlijn. Ik dribbel naar binnen en zie dat Hans zich aanbiedt. De keeper komt iets los van de lijn en ik schiet tussen hem en de paal door. Mijn eerste doelpunt in het eerste. We winnen met 2-3. Zij degraderen. Wij niet. Papa staat trots aan de zijlijn. Later vertelt hij mij hoe trots opa zou zijn geweest.

November 2015. Mijn eerste wedstrijd na het overlijden van papa. Hellendoorn uit. Ik loop naar het veld en krijg de flashback. De club is gefuseerd. Er ligt kunstgras. Er is een paar kilo meer mij. Maar ik kijk meteen naar links en zie de goal, waar ik 27 en een half jaar geleden die ene goal maakte. Ik vertel het een aantal medespelers. “Jij onthoudt echt alles”, klinkt het. Klopt niet. Maar je eerste goal in het eerste is bijzonder.

Halverwege de eerste helft staat Bert klaar om in te gooien. Aan de linkerkant. Weinig beweging, tot ik het gat zie en diep sprint. Hij begrijpt het en gooit de bal over de back. Ik ben eerder bij de bal dan de laatste man en passeer hem. Vanuit de linkerhoek nader ik de goal, net als toen. Deja vu, schiet het door mijn gedachten. Ik kijk niet of er iemand meeloopt deze keer. Die bal kan maar op één manier het doel in. De keeper staat bij de paal. Even twijfelt hij. Genoeg. De bal kan er tussendoor. Hij schampt de paal, maar hij gaat er in.

Een T-shirt met mijn vaders hoofd heb ik niet aan. Ik wijs ook niet naar de hemel. Daar geloof ik niet in. Maar het moment raakt me wel. De symboliek dat ik net nu, net op dit veld, deze goal mag maken. Uit precies dezelfde hoek. Ik geloof niet in leven na de dood, in over de schouders meekijkende dode ouders. Ik geloof niet in voorbestemming. In ‘het moest zo zijn’. Ik geloof niets. Maar ik ben er van overtuigd dat papa het mooi zou hebben gevonden.

Als je ouder wordt, weet je dat je op een dag je ouders kwijtraakt. Dat je net zo trots op ze bent, als zij op jou. Het gaat niet altijd zoals je wil. Ik had papa graag willen zien voetballen. Ik had gehoopt dat hij meer zou genieten van zijn oude dag. Hij had de tachtig wel mogen halen. Maar soms lopen de dingen niet zoals je wilt.

En sinds ik vader ben, snap ik waarom ik regelmatig hoorde: “Wat zou je opa trots zijn geweest.” Ik zag een opa die extreem trots was op mijn kleine meisje. En omdat de geschiedenis zich herhaalt, weet ik ook zeker dat ik mijn vader vaak zal citeren. De verhalen die ik zal vertellen, zullen de herinneringen van Suus worden. En ik hoef niet te liegen als ik haar vaak zal vertellen dat opa trots op haar zou zijn geweest.