Tags

, , , , , , ,

Goal, juni 2014

Overal waar je over voetbal hoort praten, gaat het over het systeem. “Ze kunnen beter met twee spitsen gaan spelen”, “Catenaccio is de enige hoop om iets te bereiken”, “buitenspelers zijn niet meer van deze tijd” en “de veldbezetting is beter in het nieuwe systeem van Van Gaal”. Met het WK in aantocht is er veel te bediscussiëren.

Ook aan GFC gaat deze discussie niet voorbij. Toen Romano Lammertink in zijn eerste wedstrijd als hoofdcoach eenvoudig won van Phenix, zat zijn vader trots langs de lijn. “3-2-3-2”, verklaarde hij glunderend. De oud-trainer bedacht dit systeem namelijk zelf, met het voormalig derde hadden we een paar jaar geleden een succesvol jaar omdat we hetzelfde systeem speelden. We versloegen betere tegenstanders omdat ze niet wisten wat ze met ons aanmoesten. In de beslissende wedstrijd tegen Rietmolen speelde GFC toch weer 4-3-3. “Hij is bang”, klonk het voor de wedstrijd langs de kant. Het maakte niets uit. Ook nu werd de wedstrijd relatief eenvoudig gewonnen.

In Brazilië probeert Louis van Gaal een nieuw systeem. De verdedigende zwakte wordt gecompenseerd door een extra verdediger op te stellen. Dit gaat ten koste van een aanvaller natuurlijk. Maar onze bondscoach zou zichzelf niet zijn als hij er geen eigen draai aan zou geven. De backs spelen eigenlijk op het middenveld dus is het geen 5-3-2 maar 3-4-3. Om dan tegen Wales meteen maar weer een ander systeem uit te proberen…

Al snel konden we zien dat het nieuwe systeem van Oranje niet zo heel bijzonder was. Hij heeft namelijk drie internationaal erkende toppers in zijn selectie. Die drie zet hij dus voorin, de andere zeven verdedigen om Van Persie, Robben en Sneijder te ondersteunen. Dat systeem kwam me bekend voor. Jarenlang speelde het vierde onder leiding van Jan Relker een vergelijkbaar systeem. Jan was er van overtuigd dat een systeem het verschil kon maken in de reserve zesde klasse op zondagochtend.

Bijkomstigheid was dat veel van zijn spelers ver in de herfst van hun carrière zaten. De eerste sneeuwvlokken waren reeds gesignaleerd zeg maar. Die wilden allemaal achterin staan. Reageren in plaats van zelf het spel maken. Hens en Frits bepaalden het spel. Niet als spelverdelers, maar pratend vanuit het centrum van de verdediging. De backs, de verdedigende middenvelders, niemand mocht de middenlijn over, iedereen moest compact bij elkaar blijven. In de middencirkel stond een snelle spits. Erik, Andre of later Jan Kamphuis. Die mochten alleen wachten op de bal diep. De middenvelders zochten het juiste moment om de dieptepass te geven.

Menig tegenstander verkeek zich op het systeem. Al snel had men een overwicht. Maar die iets te oude, iets te zware tegenstander bleek taaier dan verwacht. En dan was er ineens die counter, vaak een signaal dat het geen eenvoudige zondagochtend werd. En als de 0-1 eenmaal gescoord was, werd het systeem zo mogelijk nog verdedigender.

Ineens wist ik het zeker. Louis van Gaal heeft gewoon het systeem van Jan Relker gekopieerd. Jammer dat hij het zelf niet mag meemaken. Hij zou er trots op zijn geweest. Waarschijnlijk zou hij een bevestiging zien van zijn gelijk. En mocht Oranje deze zomer onverwacht ver komen, dan weet u waar het aan ligt. Tasje.

Advertenties