Tags

, , , ,

Onlangs fietste ik er langs. Ik moest even terug in de tijd, bijna vier decennia.
De struiken waren een stuk lager en minder dik dan nu.

Na lang zeuren kreeg ik een skateboard. Ik was geen ster, maar ik kon er wel op blijven staan, veel meer was het niet. Maar ondertussen had ik elke dag meer blauwe plekken, terwijl ik zeker niet was gevallen. Mijn ouders begonnen vragen te stellen, ik kon ze niet beantwoorden. Dag in, dag uit gezeur. Ik wist zeker dat ik niets raars had gedaan, dat ik niet was gevallen, zij waren er van overtuigd dat er iets niet klopte. Achteraf hadden we allebei gelijk.

Het voelde als onrecht, voor het negenjarig jochie dat nooit tegenslag had gehad. Weglopen, voor het eerst schoot het door mijn hoofd. Maar eerst zaterdag nog kampioen worden met E1, voor het eerst in mijn leven.

Op vrijdag moest ik toch mee naar de dokter. Ik voelde me niet ziek, dus wilde ik niet. De doorverwijzing naar het ziekenhuis was er in minuten. We gingen spullen ophalen. Ik weigerde ze te pakken. Ik ga alleen mee als ik weer mee naar huis mag. Morgen de kampioenswedstrijd. De belofte werd gebroken, ik moest wel blijven.

De angst voor leukemie bleek onterecht. Het bleek de ziekte van Werrelhof. Geen weerstand, door te weinig bloedplaatjes. Na 12 nachten mocht ik naar huis. Drie maanden later, twee controles later, was ik definitief genezen.

Weglopen heb ik nooit meer overwogen. Denk ook niet dat ik het lang had uitgehouden. Een kilometer buiten de bebouwde kom. Een hut bouwen. Wat eten meenemen. Een padvinder was ik niet. Mijn wereld was nog klein, meer referentiekader heb je niet als negenjarige. Maar nog steeds als ik er langs kom, herken ik het als het plekje dat ik had bedacht om naar toe te vluchten.

Advertenties