Tags

, , ,

De tijden veranderen. Een dikke kwart eeuw geleden was het een eer om gevraagd te worden als jeugdleider. Met veel plezier heb ik meerdere seizoenen F3 mogen coachen, de kleinste voetballers, hun eerste schuchtere stappen op het voetbalveld. Met voetbal had het niet zo veel te maken, maar plezier krijgen in het spelletje was belangrijk, dat lukte Peter en mij redelijk goed.

Tegenwoordig moet GFC de oudere jeugd smeken of hun bijbaantje op een ander tijdstip kan, er is een chronisch te kort aan jeugdleiders. Vanaf C fluiten ze al de jongste jeugd, vanaf B kunnen ze voor hun eigen wedstrijd ook nog eens een pupillenteam coachen.

Bij de hockey lijkt het probleem nog groter. Er zijn niet alleen veel minder hockeyclubs, wat resulteert in uitwedstrijden voor F-jes op een uur rijden, er zijn ook nog minder vrijwilligers. Ouders moeten dus coachen, desnoods bij toerbeurt. Als vervanger van de reguliere coach, mocht ik onlangs mijn debuut maken als hockeycoach. Voor de tweede keer speelde Suus op een kwart veld, na de kleine partijtjes van vorig seizoen. De eerste wedstrijd ging ruim verloren, aan mij de taak om de tweede wedstrijd er wat van te maken.

De regels ken ik nog steeds nauwelijks, het voordeel is wel dat, net als bij het kluitjesvoetbal, dat ik nog kende van de voetbal, ook de jongste hockeyjeugd graag dicht bij elkaar op het veld staat. Weliswaar worden ze geacht in een opstelling te spelen, vaak is het toch nog een drukte van jewelste vlak om de bal. Ze raken dan ook vaker de stick van een tegenstander dan de bal zelf.

Er is nog een wedstrijd voor ons op ons veld, dus warmlopen wordt lastig. De speelsters zelf lossen het eenvoudig op door een rondje om het hele veld te rennen. Keepster Linde, zwaar ingepakt, hobbelt ook mee. Halverwege zie ik dat ze het klimrek aan de overkant hebben uitgekozen om een pauze te houden, een heel rondje rennen is ook wel erg veel. Ik mag nadenken over een opstelling. Suus moet plassen, dus de eerste wissel is bekend, een plek op het middenveld is populair, Evi is de gelukkige. Zeven andere meisjes staan om heen en schreeuwen door elkaar heen waar ze willen lopen. Ik wijs willekeurig wat posities toe, als Linde me onderbreekt. “Ik wil wel op goal”, meldt ze droog, vanachter haar keepersmasker. We hebben een opstelling, laten we maar beginnen.

De tegenstanders lijken me niet zo goed als het team dat ik vorige week met 5-0 zag winnen, maar na twee aanvallen staan we al met 2-0 achter. Dat duurde vorige week nog tot flink na rust, nu moeten we nog 20 minuten voor het rust is. Waar gaat dit eindigen? Ik moet wisselen, want twee jongedames kou laten lijden aan de zijkant is niet echt de bedoeling. Welke van de tweeling is nu Amy en welke Nina? Een had roze schoenen en de andere blauwe, maar wie? De dichtstbijzijnde is de klos. Even later kan zij haar tweelingzus er weer uithalen, probleem opgelost.

Na een flinke scrimmage scoren we 2-1. Onze eerste goal van het seizoen, feest! Wat de uitslag ook gaat worden, we hebben gescoord, onze dag is goed. Maar de dames hebben de smaak te pakken, Evi scoort weer en we staan gelijk. Vlak voor rust komen we weer achter, maar de eerste helft biedt perspectief. Nu komt het aan op mijn speech in de rust. Maar wat moet ik ze zeggen? Ik complimenteer ze met de eerste helft en praat ze moed in, er zit meer in. De aandachtspanne is kort. De fruitbak is populair, de radslagen volgen snel en voor ik het weet staat er vlak voor me een op haar handen en moet ik oppassen geen hockeyschoen tegen mijn kin te krijgen.

De bedoeling was duidelijk, ik moest de voeten tegenhouden. Al snel staat nummer twee ook voor me op haar handen, hockey is even bijzaak. Als geintje til ik er een bij haar enkels op en zet haar weer op de grond. Denkfoutje, ze staan in de rij om door mij opgetild te worden, langzaam begin ik mijn rug te voelen. De tegenstanders staan al weer klaar, bij ons staan er nog meerdere op de handen. Daar gaat mijn rustspeech.

De tweede helft gaat desondanks geweldig. Amy, onze kleinste, scoort de gelijkmaker, Suus zorgt voor onze eerste voorsprong. De wissels worden ook eenvoudiger, een bal op de hand, een stick tegen de knie, ik hoef niet te kijken wie er nu weer uit moet. Vlak voor tijd wordt het 4-4, een prima uitslag om mee af te sluiten.

Mijn debuut als hockeycoach, een punt, een leuke wedstrijd, maar toch heb ik het gevoel dat ik vooral als turnattribuut nuttiger was dan als coach.

Advertenties