Tags

, , , ,

Tijdens de Tour schreef Mart vaak een dagelijkse column, voor verschillende kranten. Wanneer hij dat tikte vroeg ik me wel eens af. Denk dat hij in juni alvast een mapje vol schreef op zijn laptop. In de Tour de France 2003 sprak hij over een bekend onderwerp in de wielersport.

Een aantal jaren geleden doorbraken drie Nederlandse renners de omerta, de gedragscode. Maarten Ducrot, Steven Rooks en Peter Winnen vertelden dat ze wel eens uit de pot van verboden vruchten hadden gesnoept om tot betere prestaties te kunnen komen. In de conservatieve wielermaatschappij was dat ‘not done’ en de betrokkenen werden door hun ex-collega’s met de nek aangekeken.

Ze hadden de belofte van zwijgen doorbroken, zij bevuilden hun eigen nest. Kilte en zwijgzaamheid werden hun deel.

Rooks en Winnen waren afgelopen weekeinde te gast op Alpe d’Huez en ik zag ze terugkruipen binnen die omerta. Omdat ze ooit op de historische berg gewonnen hadden, werden ze geëerd en werd de rode loper voor hen uitgerold. Ze genoten met volle teugen.

Rooks en Winnen, helden van weleer, veertigers nu, bemerkten bij het grote publiek helemaal niets meer van rancune. Het was zelfs maar de vraag of de enthousiaste menigte nog van hun vaandelvlucht van een paar jaar geleden wist. En binnen hun eigen wereld? Ze stonden schouder aan schouder met andere helden, de Colombiaan Herrera, de Italianen Conti en Guerini, de Spanjaarden Echave en Mayo, de Fransoos Hinault, de Amerikaan Armstrong en hun landgenoten Kuiper en Zoetemelk. Camera’s snorden, gejuich weerklonk en een portret van innig geluk werd de wereld ingestuurd. Rooks en Winnen waren weer wielrenner en in deze setting werd niet over doping gesproken, er werd niet eens aan gedacht. Ik bekeek de voormalige helden, zag hun intense geluk en gunde hen dat. Ik zag hoe de omerta zich langzaam sloot. Ze waren weer thuis, opgenomen in het peloton. De dopingcontrole kon wachten, ze leefden nu op roem en eer van weleer.

Themaweek 49: Mart Smeets

Advertenties