Tags

, , , ,

Harry Mulisch – De ontdekking van de hemel

Genoemd worden als een van de grote drie is natuurlijk een eer, maar het is niet genoeg. De allergrootste zijn in het taalgebied vergroot ook nog eens de kans op die nobelprijs voor de literatuur, er ontbreekt een boek. Een magnum opus. Een roman die over honderd jaar nog steeds op alle boekenlijsten van scholieren zal staan. Daarvoor komt maar een enkel verhaal in aanmerking, het standpunt van god. Een verhaal waarin de hele wereldgeschiedenis wordt verklaard, met tussendoor de gedachtegang van de heerser, de allesbepalende, dan komt het goed.

Ik kan het mis hebben, maar de gedachten van Mulisch voordat hij begon aan deze roman, moeten ongeveer zo zijn gegaan. Bij mij in de kast staat de 32e druk, bijna een half miljoen exemplaren zijn er gedrukt. Op dat moment. Dan tel ik de vertalingen nog niet eens mee. Het boek werd door lezers van het NRC gekozen tot beste Nederlandstalig boek aller tijden, het moet wel een meesterwerk zijn.

Toch is een boek van meer dan 900 bladzijden in de kast niet een logische keuze als volgende boek. Je ziet er toch tegen op, als je weer eens staat te overwegen welk boek uit de kast de volgende wordt. Aan de andere kant hoor ik, fanatiek lezer, daar niet voor terug te deinzen. Ooit las ik zelfs Oorlog en Vrede uit. Dus begon ik deze herfst aan het beste Nederlandse boek dat ik nog nooit las.

Het viel me mee in het begin. De hoofdstukken waren mooie hapklare brokken, het verhaal was best boeiend en Mulisch zorgde voor levendige personages. Ik begreep de lof. Maar toen ik een maand later nog niet op de helft was, het verhaal begon te kabbelen en Mulisch vooral bezig was met tonen hoe breed ontwikkeld hij was, hoe veel zijpaden hij kon inslaan en toch weer terug kon komen op de hoofdweg, begon ik me te ergeren. Een Magnus opus kan ook 500 bladzijden tellen. Kan zonder encyclopedische kennis van sterrenstelsels en joodse geschiedenis. Kortom, het boek was langdradig omdat het een dik boek moest worden.

Een twist in het verhaal kun je altijd door iets onverwachts initiëren. Het komt een aantal keren voor in dit boek. In mijn beleving heb je twee soorten onverwachte gebeurtenissen. Aan de hand van humor vergelijk ik ze. De totaal nergens op slaande briljante ingeving zoals in Monty Python of de toeval van de dichtslaande deur links en de opengaande deur rechts zoals bij John Lanting. In mijn beleving vallen de twists van Mulisch allemaal in de categorie John Lanting. Waar de ontmoeting van Max en Onno nog toeval kon heten, een gegeven voor het verhaal, is de dood van Max echt een in de categorie ‘Buurman, ik hier’. En dat is niet de enige keer in dit boek.

Quinten, de eigenlijke hoofdfiguur, moet messiaanse trekken hebben, maar komt eigenlijk nauwelijks tot leven. Blijft een fletse bijfiguur die noodgedwongen de spotlights krijgt. De ontmoeting met Onno aan het eind slaat nergens op, ook de manier waarop ze na enkele minuten weer hun oude rollen terug hebben, sorry, ik trek het niet langer.

Het einde moet natuurlijk in Jeruzalem plaats vinden, het is geen toeval. Mulisch schrijft ernaartoe. Hij wordt voorspelbaar. En ondanks een redelijk eind en een leuk begin, is het boek dus uiteindelijk veel te lang, pretentieus, onmogelijk te geloven en zijn de karakters slechts ten dele geslaagd. De ironie van het magnum opus van een van de beste schrijvers is misschien wel dat dit verhaal een passend meesterwerk is van een auteur die vooral zichzelf altijd erg goed vond, maar die bij leven te weinig tegengas heeft gekregen. Misschien zijn er wel andere schrijvers die over vijftig jaar als groter worden gezien, persoonlijk zou het mij niet verbazen. Als Nederlandse literatuurliefhebber mogen we blij zijn dat hij nooit in aanmerking kwam voor de door hem zo gewenste Nobelprijs. Wanneer dit werk het eerste boek is dat een willekeurige buitenlander oppakt, dan gaan we meer zieltjes verliezen dan winnen voor de Nederlandstalige literatuur.

Klein voorbeeldje: “Ik begrijp best waar je me hebben wilt, maar nu ga ik jou eens testen. God roept jou voor zijn troon en zegt: ‘Mijn zoon, ik heb besloten dat de wereld voor alle eeuwigheid geregeerd zal worden in de geest van Hitler of in die van Stalin. Jij moet beslissen, wie van de twee moet het worden, – met de bijzondere bepaling, dat als je niet wenst te kiezen tussen die twee boeven, of als je weigert in te gaan op zulke immorele spelletjes, dat het dan Hitler wordt’. Wat zeg je dan?” (p.162).

Citaat: “Natuurlijk drink ik veel, Ik ben zelfs van plan veel te veel te drinken vanavond. Besef je wel, dat ik net zo goed voor het eerst vader word als het ons lukt? Met allebei zijn handen wreef hij over zijn gezicht. Opeens was de wereld veranderd. Al die zeventien jaren die hij met Sophia en Quinten had doorgebracht, leken plotseling voorbijgewaaid als een zucht van de wind. Alles begon opnieuw, maar nu op een rechtschapen, ondubbelzinnige manier. Hij stond op en wankelde even.” (p.641)

Nummer: 17-060
Titel: De ontdekking van de hemel
Auteur: Harry Mulisch
Taal: Nederlands
Jaar: 1992
# Pagina’s: 907 (14628)
Categorie: Literatuur
ISBN: 90-234-7092-3

Meer:
Wikipedia
Lezen voor de lijst
Hebban
Goodreads
Downloaden (pdf)
Volkskrant (recensie)

Meer Mulisch via gerbie.nl:
Roelvink of Mulisch
De elementen
Het theater, de brief en de waarheid

Themaweek 42: Dikke boeken

Advertenties