Tags

, , , , , ,

Oorspronkelijk: 5 september 2013

Uurtje gereden. Tijd voor ontbijt. In het overnachtingshotel te Bern veel te duur, dan maar onderweg bij een wegrestaurant. Suus heeft het minispeeltuintje ontdekt, wij wachten op onze broodjes en croissants, kijken wat om ons heen. Het bestellen viel mee. Frans na Duits vanochtend, vanmiddag Italiaans als alles volgens plan gaat.

Het is niet druk. Ook niet rustig. De radio staat aan. Zacht. Nauwelijks hoorbaar. Ineens hoor ik de intro van een lied dat me bekend voorkomt. Een lang intro. Past niet bij de band die ik in mijn hoofd heb. Die band hoor je hier natuurlijk ook niet, dertig kilometer van het meer van Geneve. Toch spoken de woorden al in mijn hoofd, voordat de zanger inzet. Het is wel het nummer dat ik dacht. Automatisch zing ik mee. Zachtjes. Net zoals de muziek, die hier duidelijk als achtergrond fungeerde.

De wind jaagt het huisvuil
Langs de gevels van de stad
Roemloos einde van een reis

De Kecks? Hier? Die hoor ik in Nederland al bijna nooit meer op de radio. En dan nog slechts een paar nummers, niet hun sterkste, helaas wel de bekendste. Maar achthonderd kilometer zuidwaarts vraag ik me af ‘waar ze zijn gebleven, de vrienden voor het leven’. Ik geniet van het moment, tegelijkertijd peinzend over hoe ik hier met de Kecks geconfronteerd kan worden.

Ik moet meteen denken aan een moment 17 jaar eerder. Op een besneeuwde avond door het Lake District in het Noorden van Engeland, kwamen we aan bij een tankstation. De auto was niet best, we hadden om moeten rijden, het was meer dan slechts een pauze, het leek op schuilen, vluchten. Ik roer wat door de opruimingsbak vol cassettebandjes. Sta ik ineens met een bandje van Herman Finkers in mijn handen. De pompbediende had geen idee hoe die daar was beland. Voor twee pond kon ik het niet laten liggen.

Themaweek 37: Uit de oude doos

Advertenties