Tags

, , ,

Aan de noordkant moet ik het station verlaten, zegt het appje me, twee minuten voor we er zijn. Ik ken de weg nog niet zo goed, moet even kijken welke zijde de noordzijde is, maar loop al snel buiten. Bij de parkeerplaats zie ik dat ze me gespot heeft. En ze rent.

Ze rent alsof er niets anders op de wereld is. Ze rent langs anderen, ontwijkt tegenliggers en komt op me af. Anderhalve dag geleden ging ze van huis, een paar daagjes extra vakantie. Ik kon niet mee, ik had nog mijn werk en een vergadering. Maar de urgentie waarmee ze mijn kant op rent, doet vermoeden dat ik jaren van huis ben geweest.

Haar krullen wapperen in de wind, vol overtuiging rent ze op me af. Als in een film waarin de hele wereld stilstaat en alleen wij tweeën nog bestaan. Ze hangt in de bocht als Daphne Schippers die een 200 meter loopt. In mijn beleving gaat ze sneller. Geen seconde houdt ze in, zelfs niet nu ze vlak bij me is. De onvermijdelijke botsing gaat over in een knuffel. “Papa”, mompelt ze, maar ze is te druk met knuffelen om te praten.

Onvoorwaardelijke liefde, mijn kleine meisje geeft het me, een mooier cadeau bestaat niet. Gelukkiger dan op dat moment kun je je niet voelen. Mijn meisje en ik, een lange warme knuffel. Naast me zie ik een wat oudere man vertederd opzij kijken. Als de knuffel is afgelopen begint ze te vertellen wat ze me allemaal nog moet laten zien en wat ze de afgelopen twee dagen al heeft gedaan. Een spraakwaterval. Ik luister. Het leven is mooi met mijn dochter aan mijn hand.

Wat ben ik trots vader te mogen zijn.

Advertenties