Tags

, , , ,

Oorspronkelijk: donderdag 6 oktober 2011

Ze zingen allemaal mee. Hij had het zo gewild. Zijn enige ballad. Vandaag wel heel erg van toepassing. Het refrein klinkt hard, iedereen kent de tekst uit het hoofd. Het lijkt wel een feesttent.

Als de tijd is gekomen
Dan kan ik alleen maar dromen
Dat ik als zanger op het podium mag staan
Met al die legenden die me voor zijn gegaan

De familie zit op de eerste rij. Was nog wel even een gepuzzel. Wie zit er naast wie? Maar het is ze gelukt, zonder al te veel vertraging, zonder woorden. De rest van de zaal zat al vol natuurlijk. Zijn vriendin zit nu naast zijn tweede vrouw. Daarnaast de familie en de derde vrouw. Aan de andere kant de vrienden en zijn eerste vrouw. De rij er achter de verre familie, soms erg letterlijk als het om neef Hendrik (tegenwoordig Henry) uit Canada gaat, samen met de buren. Want ook al past het niet bij zijn imago, een gewoon rijtjeshuis in een Vinexwijk betekent dat je buren hebt, waar je minimaal een keer per jaar mee moet praten, tijdens het verplichte buurtfeest.

Op de derde rij de B- en C-sterren. Zij hopen in beeld te komen, op de foto, een interview met de regionale omroep. Een crematie is een gelegenheid als elke ander om publiciteit te scoren. Er wordt al gesproken over een cover ter ere van, misschien voor een goed doel, maar al te veel kunnen ze niet praten, want in hun nek hijgend zitten de fanatieke fans. Zij die vanochtend al in alle vroegte bij het crematorium stonden omdat ze een goede plek wilden hebben. Die met afschuw zagen dat allerlei nepvrienden een gereserveerde plek kregen, terwijl ze zelf niet dichter bij konden komen dan de vierde rij.

Vanaf de zesde rij wordt het onduidelijker. Vage kennissen, de slijter, fans, wat pers, iemand met een bord waarop ‘warum?’ geschreven staat, de vriendin waarvan niet bekend was dat ze ook de sponde deelde met de overledene en wat oude klasgenoten.

Na de meezinger en de zalvende woorden klinkt zijn hit. Hij wou het zelf zo. De familie had nog aangedrongen om het niet te doen, maar zijn vriendin wist zeker dat hij het zo gewild zou hebben. En al snel staan de ramen te schudden in de sponningen en klinken er beugelflesjes die open gaan. Vooral de vierde en vijfde rij had op dit moment gewacht. “Willem & de Knalpotten” zongen “In de hemel is geen bier..”, in zijn kist zou Willem dit zeker gewaardeerd hebben.

De familie kijkt wat vreemd naar achteren waar velen opstaan. Ze zijn gekleed alsof ze nog in de jaren tachtig leven. Punkrock is niet dood. Okay, Willem wel, maar zijn muziek leeft voort. De beugelflesjes zijn niet de eerste van de dag. De sfeer slaat om. Er is te weinig ruimte op de rijen vlak achter de familie, lijkt het. Wil daar nu iemand er uit, of krijgt hij een aanval? Die meneer die als een lijk zo wit aan de zijkant stond, omdat hij weigerde op de achterste rij te gaan zitten, komt ook tot leven.

En ineens is daar de moshpit. Nog nooit vertoond. Tussen de kist en de eerste rij ontstaat een springende massa van lichamen die ongecontroleerd door elkaar heen springen, tegen elkaar heen, luid de muziek meeblerend, zonder enig oog voor het verdriet van de naasten. Eentje stoot er tegen de kist aan, een foto valt om, een bloemenkrans wordt verstampt, Willem stoïcijns doorzingend van CD, niet wetend dat hij op zijn eigen crematie zou zingen. En zo was zijn dood toch nog landelijk nieuws. De eerste pogo op een crematie ooit.

Themaweek 3: uit de oude doos