Tags

, , , , , ,

Na wat aandringen kwam ze bij me. Er ging veel mis. De eerste uren was ze er bijna nooit. Klasgenoten wilden niet met haar samenwerken, collega’s geloofden niet dat ze gemotiveerd was. Ze begreep de kritiek.

Toch was de reden simpel. Nachtmerries. Vijftien jaar nadat ze gevlucht was, lag ze ’s nachts wakker. Bijna elke nacht. Drie was ze toen haar ouders haar meenamen, weg uit toenmalig Joegoslavië, op zoek naar een betere plek voor hun kinderen. Het geheugen van de mens steekt raar in elkaar. Probeer je maar eens iets te herinneren van je tweede levensjaar. Meestal is het een verhaal dat een ander je verteld heeft. Pas na drie, vier jaar zijn er dingen die blijven hangen. Maar in het onderbewustzijn zit veel meer. En dat kwam bij haar allemaal naar boven, geen leuke flashbacks dus.

En terwijl haar klasgenoten wakker werden en zich klaar maakten voor school, viel zij eindelijk in slaap. Een onrustige slaap, ook nog op een tijdstip dat dat eigenlijk niet zou moeten. Een paar uur later kwam ze alsnog naar school. Maar dat ze steeds verder achter kwam, dat was logisch. Ik vertelde haar dat ze hulp moest zoeken. Dat wilde ze niet. Ze zou herkend kunnen worden, ze zou als gek bekend komen te staan. Mijn argument dat er weinig redenen beter waren dan de hare, sloeg niet aan. Ik werd haar vertrouwenspersoon. Amateur psycholoog mocht ik spelen, omdat zij me vertrouwde. Omdat ze wist dat ik het niet verder zou vertellen. Ik schrok van menig detail, van vele gebeurtenissen, maar kon niet meer dan aanhoren. Hopen dat vertellen voor haar hielp bij verwerken.

In de vergaderingen verdedigde ik haar, vroeg om begrip. Het werkte. Ze kwam wat vaker vroeg op school, haalde haar toetsen met de hakken over de sloot en kon op stage. En dat deed ze goed. Wat heet, erg goed. Ze mocht blijven. Jaren later kwam ik haar nog een enkele keer tegen, als ik op stagebezoek ging. Vlak voor haar diploma trouwde ze al. Ze is ondertussen moeder. En ze werkt nog steeds. Achter de voordeur voelt ze zich anders. Als de deur dicht is, is ze Nederlandse. Ze werkt, voedt een kind op, betaalt belasting, een modelburger.

Trots ben ik er op dat ze het gered heeft. Dat ze de trauma’s enigszins kon wegstoppen. Dat ik een heel klein beetje heb kunnen helpen.

Themaweek vluchtelingen