Tags

, ,

top40Al zo lang ik me kan herinneren ben ik gefascineerd door hitlijsten. Getalletjes heeft opa er in geramd, muziek waarschijnlijk via moeders kant, het resultaat is simpel. Al sinds ik kan schrijven, schrijf ik hitlijsten op. Gewoon met een schoolschriftje naast de radio en meeschrijven. En dan natuurlijk fonetisch, ik sprak geen Engels toen ik acht was. ‘Joer the wan that i want’, herinnert u het nummer nog?

Mooi was ook de Europarade. De lijsten van diverse landen bij elkaar optellen, daar dan bepalen wat de populairste plaat van het continent is. Veel van die schriftjes moeten nog ergens op zolder liggen. Al snel vond ik ook dat ik mijn eigen lijst moest samenstellen. Een top 100, waarin hele elpees van Normaal nummer voor nummer terugkwamen en wat er verder nog populair was in die tijd. Honderd werd soms 150, als er meer nummers inmoesten.

Toen had ik ook al door dat de top 100 aan het eind van het jaar een optelsom van al die losse weken was. Dus fietste ik elke week van Reiners naar Vrielink en Sanders, later van Mengerink naar de eerste twee. Top 40 papiertjes halen. Een voor het archief, een voor aantekeningen. En in oktober wist ik meestal al wel welk nummer aan het eind van het jaar het nummer van het jaar zou zijn.

Pas in mijn tienerjaren ontwikkelde ik smaak. De Vara had toen de Verrukkelijke Vijftien op dinsdagmiddag. Goede muziek, niet perse goedverkopend, maar wel beter dan wat Veronica te bieden had. Mijn eigen hitlijstje werd ook weer leven in geblazen met een wekelijkse top twintig. Jaren volgehouden.

Onlangs toonde Rambam (Volkskrant of kijk zelf) aan dat hitlijsten simpel te manipuleren valt. Ik neem ze al jaren niet meer echt serieus. Ook de top 2000 slaat nergens op. Dezelfde achtergrondmuziek als de rest van het jaar, maar eind december gaan velen uit hun dak.

Tegenwoordig luister ik vooral naar mijn eigen muziekcollectie. Via vrienden hoor ik wel eens wat nieuws. Sommige websites zijn de moeite waard. Maar hitlijsten zeggen mij bijna niets meer. Alhoewel…