Tags

, , , , , , , ,

Goal, Februari 2010

Bron: uefa.com

Bron: uefa.com

Het hoogtepunt van mijn middelbareschooltijd was de jaarlijkse voetbalwedstrijd tegen de docenten. Vooral het laatste jaar was mooi, ik mocht zelf meedoen. Voor het eerst sinds jaren wonnen we, het was een groot feest.

Sinds ik zelf voor de klas sta, valt het me op dat je als docent anders bekeken wordt. Menig maal werd de vraag “Voetbalt u?” uitgesproken met zoveel vraagtekens op het eind, dat blijkt dat het eenvoudiger is om een docent als drugsmokkelaar te zien dan als iemand die nog steeds voetbalt.

Eenmaal speelde ik een wedstrijd tegen leerlingen. Vol vertrouwen kwamen ze de zaal in. Zij zouden die oudjes wel eens even wegtikken. De pannakoning van Nederland in hun team bleek eerder een nadeel dan een voordeel. Weliswaar lukte het hem om menig collega te poorten, maar daarna was hij tevreden. Daar win je geen wedstrijd mee.

Onder aanvoering van collega Jan Wetering, ooit zaalvoetbalhoofdklasse en Deto 1, nu al voorbij de 50, tikten we de jeugd, na een 0-1 achterstand, helemaal weg. 14-5 wonnen we. Maandenlang durfden ze niet meer over voetbal te praten. Vooral de keeper, die regelmatig pochte dat hij bij Almelo 1 op de bank mocht zitten, had weinig praatjes meer, nadat ik hem 6 keer had gepasseerd.

Voetballers in de klas is altijd leuk. Kun je op een rustig moment eens even informeren hoe het in het weekend ging. Joris Rikhof, zoon van een Vasse-legende, speelde bij FC Twente in de jeugd. Hij beweerde dat zijn vader mij nog kende. Volgens mij stond hij er gewoon slecht voor bij mijn vak op dat moment.

Abdifatah Mohammed Hassan speelde nog bij GFC tot en met C1. Toen ik hem in de klas kreeg speelde hij samen met Kevin Heuvelink bij FC Twente/Heracles. Na een paar maanden waarin bleek dat school niet eens op de tweede plaats stond na voetbal, nam hij alweer afscheid van de opleiding.

Een paar jaar geleden kwam ik op een regenachtige zondagochtend in Hengelo ineens een ex-leerling tegen. Hij vlagde de tweede helft en gaf een bal achter die de lijn niet eens raakte. “Die had je nog tegoed van toen je me er uitstuurde”, was zijn commentaar achteraf. Dat ik hem juist regelmatig matste heb ik hem niet helpen herinneren. We hadden gewonnen tenslotte. In mijn laatste wedstrijden in het eerste kwam ik ook voormalige leerlingen tegen. Bij Wierden en bij onze zustervereniging Twente. Ze kijken toch anders naar je als je ze jaren later in het veld tegenkomt.

Tegenwoordig zitten er voornamelijk jongedames voor me in de klas. Maar ook daar blijken er verrassend veel van te voetballen. In Markelo op het veld naast ons kwam ik er ineens een tegen. Hier achter de kantine ook al, vlak voor we zelf moesten spelen. De meesten spelen recreatief. Zoals ik nu ook al jaren doe. Prima, niet iedereen hoeft fanatiek te zijn.

Dit jaar zit er voor het eerst een jongedame in de eerste klas die wel fanatiek voetbalt. Ze is zelfs gescout door de Twentse voetbalacademie en speelt in de A1 van de damesafdeling. Zij mist regelmatig een les, omdat ze drie keer per week moet trainen. Haar naam was al een hint voor mij. Niet haar vader, maar haar oom speelde ooit in de aanval van Sparta. Het talent zit in de familie dus.

Gezien het feit dat het aantal jongens in mijn klas de laatste jaren meestal onder de 10 procent ligt, lijkt de kans mij niet al te groot dat een van hen nog eens een beroemd voetballer wordt. Misschien een van de meiden wel. Met de stijgende populariteit van die sport, kan ik over een paar jaar op de bank naar het scherm wijzen en achteloos de opmerking ‘haar heb ik nog topografie bijgebracht’ laten vallen. Ik hoop dat ik tegen die tijd zelf ook nog speel. Maar of er in het vergrijzende docentenkorps nog genoeg animo is om een team te vormen dat het tegen de voetballende dames opneemt, durf ik te betwijfelen

Advertenties