Tags

, , , , ,

Goal, januari 2010

Een druilerige avond, eind oktober 1998. Al wekenlang is het zo slecht weer dat het altijd twijfelachtig is of we kunnen trainen. De alternatieven zijn echter beperkt. Een partijtje op een slecht verlichte, hobbelige parkeerplaats of weer de loopschoenen aan voor nog een rondje Zeldam. Geen aantrekkelijke opties. Dus lopen we op hoop van zegen richting het trainingsveld.

De oefenhoek is uitgesloten. Hoeven we niet eens te kijken, als gebruikelijk is het daar een grote watervlakte. Bovenop is het ook niet best. Sneeuw en modder wisselen elkaar af. Als we een voorzichtig rondje warm lopen komt het water naast onze schoenen steeds omhoog.

De verste hoek lijkt redelijk, nauwelijks plassen te zien en ook de sneeuw is er verdwenen. De grond is er niet bevroren zoals bij de sporthal. Verre van ideaal, maar als eerste elftal word je toch geacht zo nu en dan te trainen, is de algemene gedachte. Laten we maar een partijtje spelen.

Er worden er twee aangewezen die mogen kiezen. Net als vroeger op school, maar vooral op straat en op veldjes. De twee sterksten poten en kiezen een partij. De goeien gaan het eerst, dan de vriendjes en dan blijven er nog een paar over.

Het is een harde manier. De overblijvers waren altijd dezelfden. Nutteloos, onsportief, sta-in-de-weg. Je speelde liever zonder ze, dan met hen erbij. Het interesseerde niemand wat ze er zelf van vonden, hoe graag ze zelf ook eens als eerste gekozen zouden willen worden. Al is het maar eens in hun leven. The law of the jungle vertaald naar een trapveldje.

Terug naar de natte en koude dinsdagavond. Romano en Simon zijn gekozen. Dat is normaal. De rest volgt, er staan er steeds minder om me heen. Zelfs Freddy verdwijnt naar de overkant. Wie kiest nou een keeper terwijl er nog spelers zijn? Het zal toch niet? De een na laatste is half geblesseerd. Toch gebeurt het: ik word als laatste gekozen.

Een virtuele klap recht in mijn gezicht. Dit is mijn hele leven nog nooit gebeurd. Ik loop naar de kant die mij er bij krijgt. Teddy heeft het door en complimenteert me indirect door iets jennend te roepen dat me dat niet vaak zal zijn overkomen. Kuper lacht.

De afgelopen maanden was dit minder vreemd geweest. In de voorbereiding, toen ik voor het eerst sinds drie jaar weer tegen een bal trapte. Aan het begin van de competitie, toen ik werd opgesteld, in het veld liep, maar nauwelijks een bijdrage leverde. Maar niet nu. Niet na afgelopen zondag in Wierden waar ik eindelijk lekker speelde. Waar ik kansen creëerde, doelpunten voorbereidde en volgens velen de beste man van het veld was.

Eigenlijk had ik geen zin in trainen. Een rondje rennen over het Zeldam was goed geweest. Mijn avond is verpest. We winnen het partijtje en ik word topscorer die avond. Ik was bij alle goals betrokken. Het hielp niets. Er was ook niemand die het merkte.

Advertenties