Tags

, , , , ,

IMG_0456Toen mobieltjes net nieuw waren nam ik er nog wel eens in beslag, onder het motto, ik wil niet weten dat je er een hebt, zie ik of hoor ik ‘m, dan is hij voor mij. Een collega pakte het minder omslachtig aan. Die liep rond en riep ineens ‘die kleur heeft mijn zoontje nog niet’ voor hij het ding afpakte.

Tegenwoordig hoef je daar niet meer aan te beginnen. De smartphone is een primaire levensbehoefte, ik ken leerlingen die het kreng nooit loslaten, in of buiten de les, lopend of zittend, het schermpje is het contact met de rest van de wereld.

Een vreemde ontwikkeling vind ik de vanzelfsprekendheid waarmee een stopcontact wordt geconfisceerd, ‘ik mag toch wel even opladen’? Geen moment komt het in ze op dat ze eigenlijk stroom stelen. Een enkeling vraagt nog wel eens beleefd of het mag, maar velen lopen gewoon het lokaal in en zoeken een stopcontact. Indien nodig trekken ze een stekker van een vaste telefoon of computer er gewoon even uit. Die ze dan ook niet terugstoppen als ze het lokaal verlaten. Boeken en huiswerk worden regelmatig vergeten, maar de oplader van de telefoon zit in de tas.

Verbaasd kijkt men mij aan als ik er iets van zeg. “Dat mag bij alle andere leraren wel” en “we betalen toch schoolgeld” zijn de standaard reacties. Twee niet al te sterke argumenten, al denken ze dat vaak wel. Ik ben de zeikerd, ik moet niet zo zeuren. Het wordt meestal niet uitgesproken, maar het is van de gezichten af te lezen.

Volgens mij is mijn primaire taak lesgeven. Vaak voelt het alsof ik aan het opvoeden ben. Maar even herstellen wat in zestien jaar thuis blijkbaar niet is gebeurd is een bijna onmogelijke opgave. Misschien moet er bij het afsluiten van een contract van een mobiel in de toekomst ook maar een contract met sociale gedragsregels komen. Want wat normaal werd gevonden, is sinds de komst van de smartphone allang niet meer gebruikelijk.

Het grootste nadeel van het onderwijs. Je wordt zo snel een ‘vroeger was alles beter’-eikel…