Tags

, , , , , , , , ,

13-024Robert K. Adair – The physics of Baseball

Al vaker concludeerde ik dat mijn kleine zusje een goede smaak heeft qua boeken uitkiezen. In ieder geval komt ze met boeken die ik niet zo snel zelf zou kiezen. Deze bijvoorbeeld. Maar tegelijkertijd wel leuk dat ik daardoor een boek lees dat ik anders niet zou lezen. Optimistisch begon ik te lezen, het was al een tijdje sinds ik iets over honkbal gelezen had. Het optimisme duurde niet lang. Dit is geen sportboek, dit is een schoolboek. Pure natuurkunde en nog niet eens simpel.

13-024bNu moet ik toegeven dat Natuurkunde mijn zwakke plek was. Een frustratie. Ik vond scheikunde leuk en haalde goede cijfers, wiskunde kwam me aanwaaien, maar op de een of andere manier is het me nooit gelukt om natuurkunde onder de knie te krijgen. Elk jaar werden mijn cijfers zwakker, er restte me niets anders dan het vak te laten vallen, examen zou onmogelijk zijn geweest. Achteraf geef ik de schuld aan mijn docenten. Intelligent genoeg om een boek te schrijven, maar niet geschikt als docent. Want vragen uit je eigen boek dicteren en daar het antwoord meteen achteraan geven is wat anders dan les geven. Een conciërge had de vragen ook kunnen oplezen.

Maar goed, eenmaal begonnen aan het boek van Adair raakte ik toch wel gefascineerd. Honkbal is natuurlijk een schitterende sport, zeker als je een beetje de nuances begrijpt. Een schaakspel, maar dan iets actiever. Een fysieke sport, maar dan iets rustiger. Een sport voor het volk. Een typisch Amerikaanse sport, niet voor niets ‘America’s favourite passtime’ genoemd.

13-024aOok een sport van statistieken, van cijfertjes, voor elke situatie is een relevante stat beschikbaar. En dus ook een sport waar de wetenschap wat mee kan. De schrijver van dit boek heeft een Ph.D., dan moet je wel wat kunnen volgens mij. En hij kan dus ook baseball uitleggen, voor de fanatieke volgers, vanuit zijn vakgebied, natuurkunde. En dan krijg je dus hoofdstukken als ‘The flight of the Baseball’ (h2), ‘Batting the ball’ (h5), ‘Properties of Bats’ (h6) en ‘Running, fielding and throwing’ (h7). Maar vooral mooie grafieken die soms duidelijk zijn, maar soms ook alleen te begrijpen zijn voor degene die wel in 6 VWO een voldoende wist te scoren voor natuurkunde.

Aan het eind van elk hoofdstuk worden de natuurkundige regels die er bij gehaald werden nog eens uitgelegd en toegelicht, ik moet eerlijk toegeven dat ik dat niet trok. Ik heb mijn best gedaan, maar soms moet je erkennen dat het je pet te boven gaat. Bij deze. Het baseballruleboek wordt er ook geregeld bijgehaald. En dan krijg je dus tekstuele hoofstandjes waar waarschijnlijk menig avond over vergaderd is als: ‘The bat handle, for not more than 18 inches from the end, may be covered or treated with any materiaal to improve the grip. Any such material or substance, which extends beyond the 18 inch imitator, shall cause the bat to be remover from the game. No colored bat may be used in a professional game unless approved by the Rules Committee.’ Het gewicht en materiaal van de bal is ook precies vastgelegd, zelfs het aantal (216) stiches waarmee het is dichtgenaaid.

13-024cWat levert dit nu allemaal op? Een boek dat gelezen moet worden ter informatie, niet ter vermaak. Het leest niet simpel, maar wel is het spelletje nog beter te begrijpen als je uit hebt. Sommige dingen hebben minder invloed dan verwacht, andere juist veel meer. Mijn bewondering voor de slagmensen is in ieder geval gegroeid. Je staat te wachten en hebt slechts een fractie van een seconde de tijd om te beoordelen of je een bal gaat slaan, waar die komt en hoe je die moet raken. Zelfs het aantal milliseconden dat nodig is voor informatie om van de ogen naar het brein te gaan, schijnt relevant te zijn.

De zogenaamde ‘corked bat’ is dan weer een mythe, al schijnen vele honkballers er nog wel in te geloven. De rotatie van de geworpen bal dan weer wel, want zonder die rotatie is het bijna onmogelijk een bal echt ver te meppen. Volgt u het nog?

Ook voor de werpers is mijn bewondering toegenomen. De hardst geworpen bal is niet per definitie de beste. Juist het kunnen voorspellen wat de slagman gaat verrassen is de kunst. Daarom ook dat een van mijn favoriete spelers, Greg Maddux, een van de beste pitchers ooit werd. Zijn fastball was niet zo hard als van vele andere pitchers, maar hij ‘las’ de wedstrijd en de tegenstander beter dan wie dan ook. Hij had een arsenaal aan worpen. Een slagman die een fastball verwacht, slaat te snel als een bal net een stukje langzamer wordt geworpen en dus later aankomt bij de plaat.

13-024dAl met al een interessant boek. Leerzaam. Maar of het aan te raden is aan andere, betwijfel ik.

Citaat: “The inelasticity is usually described in terms of a coëfficiënt of restitution (COR), which is the ratio of the velocity of the ball rebounding from the surface of a hard, immovable object to its incident velocity. Consquently, the COR is equal to the square root of the proportion of the collision energy returned to the kinetic energy of the ball’s flight.” (p.82)

Nummer: 13-024
Titel: The physics of baseball
Auteur: Robert K. Adair
Taal: Engels (US)
Jaar: 2002
# Pagina’s: 192 (3914)
Categorie: Sport (honkbal)
ISBN: 978-0-06-008436-3

Meer:
Artikel uit dit boek
Popular Mechanics
Wikipedia over Adair
Uitgever
Recensies
Goodreads

Advertenties