Tags

, , , , , ,

Goal, april 2009

Merel de WitNet als vele anderen van mijn generatie ben ik opgegroeid bij GFC. Mijn vader ook. Vele echte GFC-families hebben zo vele GFC-leden voortgebracht. Het archief staat vol met Boswinkels, Schuttes en Endemans.

Veel dames zitten daar niet tussen. Er waren best dames die bij GFC hoorden en horen, tante Betsy was een goed voorbeeld. Gerda Endeman en Ina Nijmeijer zijn ook nu nog regelmatig op het veld. Ondanks hun huwelijk worden ze overigens nog regelmatig met hun meisjesnaam genoemd.

Damesvoetbal bij GFC was eigenlijk altijd een ondergeschoven kindje. Na een kortstondig handbalteam in de jaren vijftig, kwam er begin jaren zeventig een damesvoetbalteam. Het speelde bijna een kwart eeuw een rol in de marge van de club. Vele vooroordelen over damesvoetbal werden door het team bevestigd. Het maakte de dames ook niet uit. De maandagavond was hun avond, vele seizoenen in een zogenaamde ‘wilde’ bond en een paar seizoenen met slechts wat wedstrijden, een kwart eeuw later was het voorbij. Echte talenten, zoals Tamara Kelderman, moesten elders kijken om serieus te voetballen.

Half mijn leven geleden was ik jeugdleider van F3. Nog altijd mijn favoriete leeftijdscategorie. Gezellig met zijn allen aan de kant kijken naar vijf-, zesjarige jochies die in het veld liepen en soms langzaam, soms sneller ontdekten wat voetbal inhield. De ‘allen’ in voorgenoemde zin was trouwens een select groepje. Naast mijzelf Peter, wat ouders, een enkele toevallige voorbijganger en vaak een heel klein meisje.

Dat kleine meisje met haar guitige gezichtje was het zusje van een van de spelers. Ze moest mee, moeder nam haar mee. Vele spelers hadden een vader als persoonlijk coach, hij had zijn kleine zusje als supportster. En ze was altijd vrolijk. Nooit was ze vervelend, wilde ze weg, nooit zeuren, nooit huilen. Bijna niet te geloven hoe ze elke zaterdag weer ging kijken naar die grote jongens die tegen een bal aan trapten. Waarschijnlijk zal ze toen wel eens gedacht hebben: “Later als ik groot ben…”

Maar meiden voetbalden eigenlijk niet bij GFC, op wat uitzonderingen nagelaten. Pas later kwamen er meisjesteams. Maar tegen de tijd dat ze richting senioren moest, hadden de meiden een probleem. Een generatiekloof van jewelste, maar ook het verschil tussen wedstrijden willen voetballen in een competitie of een leuke maandagavond van huis weg.

Het meisjesvoetbal hing er eigenlijk ook maar een beetje bij bij GFC. Het kleine meisje van toen speelde wel bij GFC, maar moest toch uitwijken naar een buurdorp om verder te kunnen spelen. Vorig jaar kwam er een cultuuromslag. Damesvoetbal bij GFC. Een team werd opgericht en ging competitie spelen, zoals dat eigenlijk al tijden gewenst was. Ook zijn er vele meisjesteams in bijna alle leeftijdscategorieën bij GFC. De dames en meiden horen er echt bij.

Zij zijn het vooral die verantwoordelijk zijn voor de ledengroei bij GFC. Zij zijn nu onderdeel van de club. Er wordt rekening met ze gehouden. En dat hele kleine giechelende meisje speelt weer bij GFC. Volgens mij zag ik haar laatst met een aanvoerdersband lopen. Een van de ervaren speelsters in een team vol jonge meiden. Ook zij is opgegroeid bij GFC. Merel is voor mij de verpersoonlijking van het volwassen worden van damesvoetbal. Al twintig jaar bij GFC, hopelijk nog vele jaren te gaan. Een echte GFC-er, opgegroeid bij de club. Zoals velen (vooral mannen) haar voorgingen, zoals velen (mannen en vrouwen?) haar zullen volgen.

Advertenties