Tags

, , , ,

Een paar uur na de eerste klap sta ik weer bij het voetbalveld. Ik sta in het speeltuintje waar mijn dochter op de schommel zit. Ik had gehoopt dat er flink wat kortgebeente zou zijn, een mooie zonnige middag tenslotte, zodat ik het eerste elftal kon kijken. De hoop bleek tevergeefs. Dus sta ik mijn dochter te duwen, tussendoor geef ik ook het meisje naast haar regelmatig een zetje. Haar moeder met een gouden tand heeft daar even geen tijd voor.

Suus wil naar de zandbak, ik til haar er af. Ze loopt weg en ik voel een klap tegen mijn hoofd, zo hard dat ik nu wel door de benen zak. Een seconde of twee later hoor ik een jochie schreeuwen: “Sorry meneer”. Ik ben geraakt door een bal. Extreem toeval dus. Net die ene bal die over de ballenvanger van het kunstgrasveldje gaat, komt precies tegen mijn kop.

Het jongetje komt aangerend en biedt nog een keer zijn excuses aan. “Ik deed het echt niet expres”, legt hij uit. Zou een geweldige prestatie zijn overigens. Bal over de ballenvanger mikken, precies tegen de kop van die ene kerel die daar staat. Dan heb je talent.

De pijn is over, de schrik achter de rug, maar voor mij op de grond ligt het grootste slachtoffer. Mijn bril. Verbogen op meerdere plekken, die kan ik niet meer opzetten. Suus speelt in de zandbak en heeft niets meegekregen. Bij het hoofdveld kijken er een aantal nu achterom met vragende blikken. “Waarom zit hij daar op de grond?”, zie je ze denken.

Ik stop de bril in mijn zak en volg de voetbalwedstrijd. Iets minder zicht, maar dat maakt op dit niveau niet uit.

Sinds zondag ga ik dus brilloos door het leven.