Tags

, , , , ,

Gstaad 95-98Marek van der Jagt – Gstaad 95-98

Omdat Grunberg een tijdje dit pseudoniem gebruikte, kon het dat hij twee keer een debutantenprijs won. Toch waren er al snel geleerden die doorhadden dat hij achter deze schuilnaam moest zitten. Uiteindelijk gaf hij het toe. Al had hij voor experts al dermate veel hints gegeven dat achteraf iedereen beweerde het meteen al begrepen te hebben.

Dit is het derde boek dat ik lees van ‘van der Jagt’. En op de een of andere manier kan ik niet aan de indruk ontkomen dat Grunberg dit pseudoniem heeft bedacht om alle verknipte seksuele fantasieën zich af te kunnen schrijven. Dit bleek overduidelijk in Monogaam, maar zeker ook weer in dit boek. Er zit ook duidelijk een provocatie in verwerkt. Want Francois, hoofdpersoon uit dit boek, heeft een zo overduidelijke fascinatie voor zijn moeder, dat Oedipuscomplex een onderschatting lijkt.

En omdat vader nooit in beeld is, reist kleine Francois, die langzaam groter wordt, met moeders van plaats naar plaats, vluchtend voor het verleden, op weg naar, ja wat eigenlijk? Van Heidelberg naar Baden Baden, via Straatsburg naar Goslar en diverse plekken kort tussendoor. Tot slot Stuttgart en Gstaad, zoals de titel van het boek al aangaf. Moeders werkt meestal als kamermeisje, Francois moet mee. Zelfs nadat hij volwassen is geworden, kan hij niet anders dan meegaan. De band met zijn Mathilde is zo sterk, hij heeft geen keus.

Zij moet hem alleen opvoeden, werkt daarvoor hard, maar steelt ook veel, van hotelgasten en winkels, het lijkt een verslaving. Goedpraten kan ze het, ze hebben het niet breed, maar de kick van het jatten lijkt minstens zo belangrijk. Dat Francois verknipt raakt, is niet meer dan logisch. Zijn beeld van de mensheid is gekleurd, hij heeft geen idee hoe het er in ‘de echte wereld’ aan toegaat. Zodra er ook maar iets mis gaat, neemt Mathilde hem weer mee naar een andere plek. Hij doet zich voor als tandarts, komt daar zelfs lang mee weg.

In Gstaad loopt het echt uit de hand. Francois wordt al snel een onmisbare kracht in het mondaine oord. Van skileraar werkt hij zich op tot sommelier, een functie waarin hij veel meer moet adviseren dan welke wijn bij welk gerecht past. Maar uiteindelijk gaat het mis. Zozeer mis, dat vluchten – een natuurlijk instinct – eigenlijk geen zin meer heeft. En de conclusie wordt mooi samengevat in de allerlaatste zin: ‘Niemand heeft recht op de waarheid.’

Van der Jagt bestaat niet meer. Hij heeft in totaal vijf boeken uitgebracht onder deze naam. Beide romans heb ik ondertussen gelezen. Het zijn zeker geen slechte boeken. Maar was ik bij de boekenweeknovelle ‘Monogaam’ nog geamuseerd door de afwijkende gedachtegang van de hoofdpersoon, in ‘Gstaad 95-98’ vind ik het gewoon irritant. Niet elke slechterik in de literatuur hoeft levend te worden, begrepen te worden, maar de absurde draai die Francois maakt, kan en wil ik niet volgen. Sterker nog, ik stoor me er aan. Misschien is dat juist wel de bedoeling van Grunberg. Misschien is dat juist de reden dat hij dit soort absurde karakters juist in boeken van zijn alter ego verstopt, niet in zijn eigen romans. Al moet ik zeggen, dat ook daar de vreemdste seksuele afwijkingen als normaal worden gepresenteerd.

Citaat: “Ik keek zo goed als ik kon. Het vlees was roze als altijd. En daar waar het de kleur had van rauw koeienvlees, had het ook deze ochtend die kleur. ‘Maak me open,’ zei ze. (…) Ze pakte mijn rechterhand en duwde die naar binnen.” (blz. 99)

Nummer: 11-011
Titel: Gstaad 95-98
Auteur: Marek van der Jagt (ps. Arnon Grunberg)
Taal: Nederlands
Jaar: 2002
# Pagina’s: 303 (3664)
Categorie: Fictie
ISBN: 90-290-7657-7

Meer Van der Jagt:

De geschiedenis van mijn kaalheid
Monogaam
Recensieweb over Gstaad
Humo over Gstaad
De recensent
Wikipedia

Advertenties