Tags

, , ,

Goal, januari 2007

Deze week was het precies tien jaar geleden dat er voor het laatst een Elfstedentocht werd georganiseerd. Volgens velen warmt de aarde op, de kans op natuurijs is dus elk jaar een stukje kleiner. Maar zo lang er nog geen 22 jaar verstreken zijn, mogen we nog hopen, in 1985 had ook niemand het verwacht.

Gelukkig is er voor een elfstedentocht wel heel veel kou nodig, maar na een paar nachten vorst kan de ijsbaan al open. In mijn herinnering, maar die zal wel niet kloppen, konden we bijna elke winter schaatsen vroeger. Dat die herinnering niet klopt, blijkt wel uit het feit dat ik me geen schaatswedstrijden van GFC kan herinneren na de wedstrijden van D of C. Als jeugdleider kan ik me ook maar 1 bezoekje aan de ijsbaan herinneren.

Die laatste wedstrijden als jeugdspeler waren echter wel hele mooie. Diezelfde week hadden we ook al de wedstrijden gehad met school. Samen met Erwin en Edwin zat ik in een klas vol met Hectorianen. Op de schaats (met roodzwarte sokken!) bleek echter dat kwantiteit geen garantie was voor succes. Zowel op de sprint als op de lange afstand waren we beter dan de rest van de klas. 6 medailles voor de roodzwarten.

Op zaterdag mochten we weer naar de ijsbaan. We hadden net de leeftijd dat we de overstap moesten maken van die ellendige houtjes die nooit onder je schoenen of laarzen bleven zitten. Onze leeftijdsgroep was dus verdeeld. Een enkeling op houtjes, de betere schaatsers op lage noren en ik had kunstschaatsen. Mij was verteld dat ik een soort kruising van kunstschaatsen en ijshockeyschaatsen had, anders had ik die dingen niet eens aangedaan, maar als ik terugkijk waren het gewoon zwarte schaatsen waarmee je bij Dancing on Ice niet uit de toom zou vallen.

Het voordeel was wel dat de lange slag, die voor velen op noren nog erg moeilijk was, met mijn schaatsen toch niet mogelijk waren. Ik kon dus gewoon zo snel mogelijk schaatsen, zonder op enige techniek te letten. Op de sprint ging het redelijk, al kan ik me niet herinneren op welke plek ik eindigde.

Als afsluiting was er een afvalrace. Na twee ronden was ik al in de problemen en moest ik sprinten om niet af te vallen. Maar drie ronden later deed ik nog steeds mee, elke keer op het laatste moment iemand achter me houdend. De laatste ronde begon ik met achterstand. Erik Klein Beekman was al een stuk eerder over de lijn gekomen en schaatste al anderhalve ronde soeverein aan de leiding. Hij had al noren en reed technisch mooi, een voordeel op deze afstand. In de buitenbaan schaatste mijn neef (ook Gerben) mee en moedigde me aan. Ik moest nog flink aanzetten om in de buurt van Erik te komen.

Volgens ooggetuigen liep ik de bocht door. Pootje over was niet mogelijk met mijn schaatsen. Erik kon dat wel, maar dat was nu een nadeel. Hij had ook al een behoorlijke afstand achter de rug en raakte vermoeid. In de laatste bocht kwam ik weer dichter bij. Op het laatste rechte eind gaf ik alles en sprintte tot aan de streep. Erik schaatste mooi door en zag mij langszij komen. Na de streep liet ik me vallen en wist niet of ik nu op tijd was of net te laat. Een paar minuten later bij de prijsuitreiking bleek ik te hebben gewonnen.

Terugkijkend vind ik eigenlijk dat Erik had moeten winnen. Hij had het verdiend. Na al die jaren dus nu maar op deze manier: sorry Erik.

Advertenties