Tags

, , , , ,

Het kaartje dat de studenten voor me hebben geregeld gaat naar Almelo. Maar dan moet ik me op laten halen of nog weer een half uur verder met de trein. Als er aansluiting is tenminste. Dus ik stap uit in Apeldoorn, maar weet dat ik daar maar twee minuten heb om over te stappen en een kaartje te kopen. Op het perron is geen automaat, dus moet ik gokken. Gaat het me lukken?

Ik besluit richting de trein te lopen en vraag een meneer in een NS uniform (ik gok de machinist, maar het zou ook de conducteur kunnen zijn) of ik nog de tijd heb een kaartje te kopen. Volgens hem niet, maar als ik in Zutphen een kaartje koop mag ik mee. Ik stap in en ga zitten. Dit is geen zwart rijden, maar ook niet zoals het hoort. Laat ik het grijs rijden noemen, ik heb toestemming tenslotte.

Ik lees verder in mijn boek, het verhaal heeft me te pakken. In Zutphen stap ik over en duik snel mijn boek in, als er iemand rennend aan komt en de stilstaande trein betreedt. Hij heeft nog drie minuten, rennen is overbodig. Hij komt vlak bij me zitten en als hij me vriendelijk aankijkt, vertel ik hem dat hij het wandelend ook had gered. “Maar ik heb geen kaartje”, antwoord hij, “zou ik dat nog kunnen halen?”

Op de klok zie ik dat we nog twee minuten heb en op dat moment realiseer ik me dat ik ook geen kaartje heb gekocht. Verzonken in mijn boek ben ik op de automatische piloot overgestapt en vergat dus een kaartje te kopen. Normaal ook niet nodig bij het overstappen. De trein vertrekt en twee niet zo heel jeugdige zwartrijders hopen dat er om kwart voor elf geen conducteur meer de moeite doet om te controleren.

Een station verder ben ik de enige zwartrijder. Bij het tweede station stap ik opgelucht uit. De NS heeft me genoeg geld gekost en veel ergernis in de loop der jaren, ik voel me niet echt schuldig.

Advertenties