Tags

, , , ,

We zitten in een niet zo leuke vergadering. Nu is dat met de meeste vergaderingen zo, maar deze is bijzonder zwaar. Door het raam naast de deur zie ik twee studenten aankomen. Ze dralen even bij de deur en twijfelen of ze aan zullen kloppen. Ik sta op en loop snel even met ze de gang op. De vergadering kan wel twee minuten zonder mij verder.

“Meneer, weet u hoe je een stropdas voor moet doen?” Hij kijkt me ietwat gegeneerd aan. “Mijn moeder had geen tijd vanochtend”, voegt hij toe, terwijl hij in zijn tas op zoek gaat naar de stropdas. Ik vind het wel grappig. Hij kijkt me over het hoofd, zo lang is hij. Bij vlagen heeft hij zelfs een grote bek, in ieder geval is hij druk. Maar daar tussendoor kan hij ook leergierig, beleefd en netjes zijn. En nu zelfs een beetje verlegen, maar ook weer niet te groot om hulp te vragen.

Ik vertel hem dat de stropdas niet verplicht is voor de excursie van straks. Met een dikke winterjas aan zie je er toch niets van. Maar hij wil ‘m toch voordoen. Ik denk even meer dan twee decennia terug. Ik moest ook een stropdas voor, maar had net die dag mijn enige stropdas thuis laten liggen. Lenen moest ik er een en dan ook nog vragen of iemand er een knoop in wilde leggen. Je voelt je dan toch even lullig.

Hij geeft me de gifgroene stropdas en ik maak geen opmerking over de kleur, ik hou me in. Ook ik ben geen expert in het strikken van een stropdas, daarbij is elke stropdas weer even wennen. Maar mijn tweede poging is goed genoeg. Ik overhandig hem de stropdas en keer terug naar de vergadering.