Tags

, , , ,

Nadat vandaag het nieuws naar buiten kwam dat zelfs bisschop Gijsen beschuldigd wordt van misbruik, wil een pater graag reageren via dit weblog. Ik heb hem echter moeten beloven dat hij anoniem mag blijven. Gezien de gevoeligheid van het onderwerp zal iedereen dat begrijpen.

“Als misdienaar wist je niet beter. Er kwam een moment dat je bij de pastoor, de kapelaan of bij een pater geroepen werd. Iedereen wist dat, maar er werd niet over gepraat. Het was een soort publiek geheim. Heel Limburg had een of meerdere misdienaren in de familie, dus laat nu niemand roepen dat ‘hij het niet heeft geweten’. Dat geloofden we niet van de Duitsers na de oorlog, maar geloof mij, er is geen katholiek die hier niet van wist.

Ook was duidelijk dat wanneer je zelf later pater werd, dat het jouw beurt was. Als je dan ook mee wilde doen, moest je maar groeien binnen de organisatie. Ik werd dus ook pater. Ik had niet de hersens om door te studeren voor pastoor, kapelaan was misschien ooit haalbaar, maar eerst moet je jaren pater spelen.

Toen ik eens voorzichtig informeerde hoe het ging met misdienaars kreeg ik te horen dat ‘we dat niet meer deden’. ‘We zijn hier niet in België’, werd er dan nog aan toegevoegd. ‘In de jaren zestig doe je dat soort dingen niet meer’, was de conclusie. Dat viel tegen. Eerst moest je de kuisheidsbelofte doen, dan bleek dat je ook niet meer aan kleine kinderen komen. Wat blijft er dan nog over?

Eerst accepteerde ik het, maar de geruchten dat pastoors, dekens en bisschoppen nog steeds doorgingen bleven aanhouden. Ik informeerde naar een overplaatsing naar België, maar kon mijn echte motivatie natuurlijk niet vertellen. Ik heb overwogen uit te treden, maar zat ondertussen al zo lang in dat klooster, terug in de maatschappij had ik nooit meer kunnen functioneren.

Het was behelpen. Ik heb een goed geheugen, dus het beeld van vele schooljochies onder de douche kon ik onthouden tot ik ’s avonds alleen was. Toch voelde het als onredelijk. Jaren lang werd je voorgehouden dat je eerst als jongetje ontgroend moest worden, maar dat je daar dan later profijt van had. Maar tegen de tijd dat ik kon oogsten, waren de ongeschreven regels ineens anders.

U kunt zich voorstellen dat ik met grote verbazing de laatste maanden de media gevolgd heb. Het ene na het andere schandaal kwam naar buiten. Paters, bisschoppen, de paus zelf, priesters alles en iedereen ging door met misbruik. En tegen mij zeiden ze dat het echt niet meer kon. Ik ben bewust buitengesloten, maar kan niet naar een rechter stappen. Ik kan geen klacht indienen bij een onderzoekscommissie, ik kan nergens terecht. Maar ik ben net zo goed slachtoffers als al die zielenpoten die veertig jaar na dato ineens alsnog klagen. Nou geloof me, als het echt zo erg was, dan was je wel eerder naar buiten gekomen.

Maar wie helpt mij? Wie geeft mij mijn kans terug? Die hele kerk deugt van geen kant.”

 

Advertenties