Tags

, , ,

View Gerbie on tour in a larger map

De milleniumwisseling kon ik maar het beste in de Dominicaanse Republiek doorbrengen bedacht ik me. Dus zat ik tijdens de kerst aan bij een Dominicaans kerstdiner. Ik kwam er ook achter dat terugkeren vaak geen goed idee is. Alleen 2000 ingaan ergens in de VS of Mexico leek me geen goed idee. Maar uiteindelijk oudejaarsavond vieren op straat zonder bekenden is ook niet alles. Zeven jaar na mijn vertrek bleek er toch wel erg veel veranderd in Boca Chica, ‘mijn’ dorp.

Het werd wel weer mijn uitvalsbasis voor excursies naar dorpen en steden aan de zuidkust die ik om verschillende redenen (nog) eens wilde bezoeken. En ik had er tijd om te schrijven, iets waar het me de eerste keer in de Dominicaanse Republiek behoorlijk aan had ontbroken. Nu, jaren later kom ik nog verhalen tegen in een schriftje die ik nog moet uitwerken. Dit is er een van:

Slaap zacht

De sprinkhanen buiten en de wc binnen zijn continu hoorbaar, dat is ook niet erg. Complete stilte ken ik haast niet, dan zou ik zeker niet in slaap vallen. Nu wel, het is weliswaar nog niet zo laat, maar vele ingrediënten van een zware dag (waaronder een flesje rum gedronken met mijn oude vriend Pedro) en drie hoofdstukken in Oorlog en Vrede zorgen daar wel voor.
Onder de tafel lopen een hagedis en een kakkerlak een wedstrijdje. De hagedis wint, de kakkerlak loopt namelijk tegen een plastic zak aan, die toevallig daar nog slingerde. Buiten schiet een motoconcho voorbij, zijn brommertje is niet al te nieuw meer hoor ik.

Een halve straat verderop wordt de stereo nog eens voluit gezet, de hond ziet buiten het hek een straathond en gaat een gesprek aan dat vrij veel van een discussie tussen twee honden weg heeft. De buurman hoest nog een keer dwars door de muur heen, waarna hij ook nog eens last lijkt te hebben van broekhoest.

Rond half een ben ik eigenlijk verbaast dat ik nog steeds wakker ben. Niet eens dat irritante draaien dat aangeeft dat de slaap uitblijft, maar pure verbazing. Een idioot op een zware motor vliegt voorbij, ik zet de radio maar aan. De ‘sleep’-knop zorgt ervoor dat over een uur het geluid automatisch stopt.

De hond buiten krijgt nu last van zijn hormonen en doet pogingen om het hek open te krijgen. Erg slim is hij niet. Na een half uurtje klimt hij over het hek, maar niet nadat hij dat half uur gebruikt heeft om tegen het hek aan te lopen. Net als gisteravond overigens. En de avond daarvoor. En daarvoor. Zijn gejank terwijl hij dat doet klinkt behoorlijk wolfachtig en is zo luid dat ik de net aangezette radio nauwelijks hoor.

Het is al twee uur geweest als ik Tolstoj maar weer eens er bij pak, een half uur en weer vele bladzijden Oorlog en Vrede later doe ik het licht weer uit. De koelkast raast maar door, een dag zonder stroom heeft de temperatuur van het ding flink doet stijgen, nu er wel stroom is moet hij flink werken om alles weer koel te krijgen. Een andere buurman wordt afgeleverd door een motoconcho, hij groet nog eens uitgebreid ter afscheid. Ik draai me nog eens om en hoor dat de haan slecht is in klokkijken. Een straat verderop schiet een andere haan ook wakker en ook die kraait maar eens flink, zonder op het horloge te controleren of de ochtend daadwerkelijk is begonnen.

Als mijn radio voor de tweede keer een uur klanken heeft voortgebracht, besluit ik het alarm af te zetten. Uitslapen mag wel morgen. Die paar uurtjes extra slaap zijn niet alleen welkom, zo langzamerhand zelfs hard nodig. Ik doezel iets, maar schiet wakker als een voorbijrazende brommer vol in de remmen moet om een aanrijding met een hond te voorkomen. Zowel bestuurder als viervoeter laten hun ongenoegen blijken.

Negen uur, ik heb toch nog een paar uur geslapen. Ik draai me gelukzalig om, ik heb vandaag niets op het programma staan. Er lopen een paar mensen bij mijn deur, maar negeren kan ik erg goed op dit tijdstip. Dit lukt totdat er een op het (golfplaten) dak klimt. Niet alleen dat, hij boort ook nog eens in mijn buitenmuur.

Geïrriteerd stap ik uit bed en schiet snel iets aan, in het proces de kakkerlak verpletterend die blijkbaar een rustige nachtrust genoot in mijn linkerschoen en die nu vastkleeft aan mijn sok. Een oud liedje schiet me te binnen. Het bandje noemde zich naar een bekend karakter uit het boek ‘To kill a mockingbird’, the Boo Radleys. “Wake up it’s a beautiful morning”…

(Boca Chica, Dominicaanse Republiek, 29 december 1999)

Advertenties