Tags

, ,

 

Toen ik nog heel klein was hielden papa en mama mij wel eens voor een spiegel. Vond ik niets aan. Een baby, maar waarom ik daar nu naar moest kijken. Toen ik wat groter werd, begreep ik het beter. In die spiegel zit een baby die mij precies nadoet. Als ik mijn hand opsteek, steekt die baby ook de hand op. Als ik naar de spiegel toe beweeg, dan komt die andere baby ook dichterbij. En dat is best leuk.

Toen ik dat eenmaal doorhad, vond ik spiegels ook leuk. Je kunt van alles doen, het maakt ook niet uit in welke spiegel je kijkt, die andere baby doet alles precies hetzelfde als ik. En hoe die baby dat doet weet ik niet, maar overal waar ik ben, is zij ook. Zelfs afgelopen zomer op vakantie, in Frankrijk en Spanje, we kwamen haar altijd tegen. Vooral in de lift waren veel spiegels. Het grappige was, in elke spiegel zat een dubbelganger. Welke kant ik ook opkeek, ik zag dezelfde baby.

Bijzonder is ook dat je niet eens altijd in een spiegel hoeft te kijken om haar te zien. In de magnetron (als die aanstaat), in winkelruiten, in de deur, overal is datzelfde baby’tje. Volgens mij is ze best lief. Toen ik haar een keer een kusje wilde geven, kreeg ik van haar ook een kusje terug. Lief toch?

Advertenties