Tags

, , ,

Zo maar een les topografie. We bespreken Duitsland. Het Sauerland, de Alpen en Berlijn zijn al geweest. Ik heb wat foto’s van de hoofdstad laten zien en voel me soms een beetje een geschiedenisleraar. Het ijzeren gordijn blijkt een vreemde term, dat er jarenlang twee Duitslanden waren is ook niet algemeen bekend. Het vluchten van Oost naar West Berlijn wordt ook niet helemaal begrepen. “Waarom vluchten ze niet gewoon naar Nederland?”

We komen bij de tweede stad van Duitsland. Hamburg. De belangrijkste attractie staat al tussen aanhalingstekens, de Reperbahn. Voor ik verder vertellen kan, weer een vraag.

“Hoe heten de inwoners van Hamburg?”

“Wat denk je zelf?”

“   “

“Hamburgers”.

Gegrinnik.

Ik probeer er weer een historische draai aan te geven met een oud geintje. Ooit sprak de Amerikaanse president John F. Kennedy (“Wie?”,“O, van die film”) in de hoofdstad de historische woorden “Ich bin ein Berliner”. Mocht hij blij zijn dat hij niet in Hamburg was.

Ze begrijpen het. “Of in Frankfurt”.

Die begrijpen ze dan weer niet.

Ik wil net verder gaan met Dresden als de volgende vraag komt.

 “Ja, niet over dit hoofdstuk, maar ik vroeg me af hoe de inwoners van Mongolië heten?”

“Mongolen”, de hilariteit stijgt. Deze les kan ik beter als beëindigd beschouwen.

“Maar hoe noemen ze daar dan iemand die…”

“Iemand met Down-syndroom bedoel je?”

“Ja.”

“Iemand met Down-syndroom dus.”

“Zeggen ze dat zo?”

“Maar dan in Mongools, maar dat spreek ik niet.”

De rest van de klas vindt het een grappig gesprek.

“Of bedoelde je een Mongools mongooltje?”

Ik geloof dat Dresden, Münster, de Noordzeekust en de Oostzeekust niet meer zijn blijven hangen na dit gesprek.

Advertenties