Tags

,

Op weg naar huis neem ik een zandweg. Weliswaar kun je dan maar 50, bij mooi weer 60 rijden, maar het is een stuk korter. De weg is eigenlijk van Rijkswaterstaat, dus verboden voor doorgaand verkeer. Het is al kwart voor zes, ik doe het toch.

Normaal zie je bijna nooit iemand op dit stukje zand. Een enkele visser, vaak Duitsers, iemand die met de hond wandelt. Vandaag staan er liefst twee auto’s, vlak bij elkaar geparkeerd. In de stationwagen zit niemand, in de hogere auto daarachter zitten twee mensen. Zij lijkt me iets jonger dan hij. Ze hebben de stoelen zo neergezet dat ze tegen over elkaar zitten. Ze zien mij langs rijden, een blik alsof ik ze betrapt heb.

Waarom zit je om kwart voor zes op een zandweg tegen over elkaar in een auto? Volgens mij maar één mogelijkheid. Dit zijn vreemdgangers. Gezien haar stationwagen (ik gok dat de grotere auto van hem is, of in ieder geval van de zaak), is ze een moeder. Een nog niet zo oude moeder ook. Ergens is er in haar leven dus iets misgegaan. Allebei hebben ze naar huis gebeld. “Het is erg druk op het werk schat, wacht maar niet met eten”. In twee huizen zitten onvolledige gezinnen aan de maaltijd zo meteen.

Eigenlijk voel ik alleen maar medelijden. Als je elkaar zo moet ontmoeten, dan lijkt me niet dat het lang goed kan gaan. Twee huwelijken en één buitenechtelijke relatie. Als ik geld moet inzetten gok ik dat maximaal 1 van de 3 over een jaar nog bestaat.