Tags

, ,

In de meer dan drie maanden dat ik ondertussen op deze aardkloot doorbreng, is er naast de flesjes, het slapen en de volle luiers nog een constante: Kroamschudd’n. En dan woon ik nog niet eens in Mariaparochie.

Een goed Twents gebruik, waarbij iedereen langs komt om het nieuwe kindje, mij dus, te bewonderen. En als ik zeg iedereen, dan bedoel ik ook iedereen. Natuurlijk eerst de familie, de oma’s en opa’s, ooms en tantes, mijn neefjes en nichtjes. Maar daarna begint het pas. De buren, de verre familie zoals oudtantes en achterneven en –nichten. Vrienden van papa, vrienden van mama. Nog meer buren. Nog meer vrienden. Er komt geen einde aan.

De collega’s van mama zijn al wel geweest, die van papa moeten ook nog een keer komen. En de vriendengroep is in delen al geweest, maar nog niet als vriendengroep. Volgens mij kan ik al lezen en schrijven tegen de tijd dat iedereen is geweest. Wat wel leuk is, dat iedereen cadeaus meeneemt. Ik heb dus een hele stapel speelgoed, al zie ik de helft niet meer beneden tegenwoordig, ik hoop dat papa en mama het goed hebben weggelegd en niet weggegooid.

Wat weer vreemd is, dat iedereen mij wil vasthouden. En dus lig ik de ene dag op schoot bij nicht Yara, de dag erna bij buurmeisje Lisanne, dan weer bij oudtante Jo, dan weer bij oudtante Dini. Het is niet meer bij te houden. Silke, Angela, Angelien, Anita, Barbara, Diane, Job, Jeroen, Joyce, Gerdien, Priscilla, Sabine en Truus en vele anderen. Alsof ik een krant ben die doorgegeven wordt. Gelukkig geeft menigeen me wel een flesje drinken als ik bij ze op schoot lig, dus dan heb ik even afleiding. Volgens mij vindt papa het nog het grappigst. Hij staat meestal met een fotocamera klaar als mama mij weer eens overhandigt.

Maar al met al slaap ik er niet minder om. En die paar die nog komen, mogen me ook nog wel vasthouden. Als ze me maar weer terug geven aan mama. Want in haar armen lig ik toch wel het liefst.

Advertenties