Tags

, , ,

Vaak zit ik niet meer in de trein, maar onlangs kwam het zo uit dat ik rustig met een goed boek de thuisreis van mijn werk begon. Alleen lezen wilde niet zo goed lukken. Dat heeft te maken met het feit dat ik een goed gehoor heb, dus alles hoor, van nature nieuwsgierig ben en er dus niet veel langs me heen gaat in een treincoupé. Helaas moet ik zeggen, want er zijn genoeg dingen die ik eigenlijk liever niet hoor.

De meest voordehandliggende zijn toch wel telefoongesprekken van anderen. En dat Leo zijn telefoon, met irritante ringtoon, opneemt en even kort praat over de wijn van die avond, rood of wit, ach, dat is niet zo’n probleem. De dame met een licht kleurtje die naast me in een taal die ik niet versta even kort iets in het apparaat zegt, hoort erbij.

Maar uiteindelijk stoort het wel dat er blijkbaar niemand meer schaamte noch fatsoen kent en gewoon uitgebreid gaat zitten bellen in een overvolle treincoupé. Het viel me al eerder op dat zodra er een vertraging van drie minuten wordt aangekondigd, tientallen vergelijkbare telefoontjes worden gepleegd, alsof iedereen op het station wordt opgehaald en alsof de ophaaldienst niet even wacht wanneer de trein een paar minuten te laat is. Een Kenny G-achtige ringtone stoort mij ook. Dat ze richting Oldenzaal verder reist hoef ik ook niet te weten, net zo min als de auto die er gekocht is, waarmee ze wel of niet opgehaald wordt straks.

De meest irritante dame was die als amateur-psycholoog zat in te praten op een vriend, niet schromend om alles drie keer te herhalen. En dat op een zo luide toon, dat de betreffende vriend beter niet onder ogen van medereizigers kan komen. Hij moet de deurwaarder eerst zien te vermijden, dringend woonruimte zoeken, maar vooral geld zien te verdienen. En dat het iedereen wel eens minder gaat en dat op straat slapen geen optie is, hoef ik echt niet zo vaak te horen. Sorry, meisje met neuspiercing, dit soort gesprekken voer je niet in het openbaar. Bel hem terug als je thuis bent, zeg hem dat de hele coupé meeluistert, maar twintig minuten een virtuele sofa bieden is gewoon extreem storend.

Als uitsmijter wordt het gangpad geblokkeerd op het moment dat ik uit wil stappen. Maar ik had kunnen weten dat de telefoon belangrijker is. “Johnny, jij had gecalled?” Ik kende dat laatste werkwoord nog niet. Toch ook wel leerzaam dus, meeluisteren met anderen. Het boek moet ik thuis maar weer verder lezen.

Advertenties