Tags

, , ,

Goal, December 2004

En daar zit ik op het plastic krukje in het een na laatste gangpad van Scapino. Wanhoop is een groot woord, maar mijn gevoel komt dichtbij. 3 gangen verderop doet een moeder pogingen om haar nageslacht nieuwe schoenen te laten passen. Bij de ingang staan 2 dames te kletsen. En ik? Ik weet niet welke voetbalschoenen ik moet kopen.

Het was altijd zo simpel. Als kind kocht je schoenen samen met je moeder. Er waren 3 merken. Puma met 1 streep, Quick met 2, Adidas met 3. Die laatste waren altijd te smal, de keus was dus altijd tussen de moderne Puma’s en de degelijke Quicks. De prijs speelde ook nog wel eens mee. Duur mochten ze namelijk niet zijn. 1 keer kreeg ik dure schoenen, in B1, ik weet niet meer waarom, voor het eerst gaven we meer dan 100 gulden uit voor een nieuw paar schoenen. 3 weken later stond ik weer bij Hemmink, de zijkant was opengescheurd. Natuurlijk kreeg ik nieuwe schoenen mee, Quick, type Topstar als ik het me goed herinner. Ook dat paar hield het niet lang uit, de volgende schoenen waren weer onder de 100 gulden.

Toen ik zelf schoenen mocht kopen, bleef het motto gelijk. Geen plastic, maar wel goedkoop. Voetbalschoenen zijn gebruiksvoorwerpen, de voetballer in de schoenen bepaalt wat er op het veld gebeurt, dure schoenen maken je niet beter. 50, 60 gulden en je had een paar dat een seizoen meeging. De keus werd wel wat moeilijker. Diadora, Umbro, Cruijff, merkentrouw was mij vreemd, al had dat er wel mee te maken dat ‘gewone’ Quicks niet meer te krijgen waren. Na een paar jaar eerste elftal kregen we voor het eerst schoenen. We mochten allemaal een paar passen, Nike’s. Ik koos voor vaste noppen, afschroefbaar had ik 1 keer geprobeerd, daarna nooit meer. Tijdens het seizoen bleek mijn maat alleen met losse noppen te leveren. Ik speelde door op mijn eigen ouwe schoenen.

Ik ben ouderwets: zwarte schoenen, met eventueel een streep en een logo er op en vaste noppen is wat ik wil. Ik kan me de eerste gekleurde schoentjes herinneren, jaren geleden. Vooral dartele spitsen van clubs uit de stad waren er gek op. Tegen Ferry of Sander zei ik wel eens dat die balletschoentjes zelfs mij agressief maakten. Niet dat ik die woorden ooit bewees, het was meer om de tegenstander te intimideren.

En nu zit ik bij Scapino omdat ik nieuwe schoenen nodig heb. Al 2 weken merk ik tijdens de warming up dat ik natte voeten heb. Een vaste nop is verdwenen en heeft een gat midden onder in mijn zool achtergelaten. Ik voetbal er echter wel lekker op. 5 keer gescoord in die 2 weken. Om me heen zie ik de keus. Rood, wit, grijs en bruin. Gele, oranje, witte en rode logo’s. Het gewone paar schoenen dat ik zoek, staat nergens. Tegen mijn zin pas ik al die voetbalschoenen. Ze zitten niet echt goed, al kan het ook te maken hebben metde kleur. 42, 43, ik probeer, maar enthousiast ben ik niet. Ik kan toch na al die jaren zeuren over gekleurde schoenen niet zelf met een wit paar aankomen? Ik speel toch geen tennis?

Uiteindelijk valt mijn keus op een paar Adidas schoenen. Die zitten voor het eerst in 20 jaar wel goed. De schoenen hebben veters aan de zijkant, dus niet midden, zoals het hoort, maar schuin op de wreef. Ook de noppen zijn voor het eerst in mijn leven niet rond, maar zien er uit als een soort geplastificeerde embryo’s. Maar ze zijn zwart en als ik de Euro’s omreken naar guldens hou ik nog een ouderwets dubbeltje over van de nog steeds in mijn hoofd spokende 100 gulden.

Die zondag neem ik mijn oude schoenen voor de zekerheid mee. Ik laat het kaartje nog aan de schoenen zitten. “Dan kan ik ze ruilen, als ze niet bevallen”, grap ik. Mijn vorm van de laatste weken is verdwenen. We verliezen 0-8.

Maart 2009: Twee paar later bleek het huismerk Dutchy, waar van enig leder geen sprake is, het enige zwarte paar te zijn. En dat niet alleen: het enige paar dat fatsoenlijk paste. En dus voetbal ik sinds dit seizoen op plastic schoenen. Wel goedkoop trouwens.

Advertenties