Tags

, , , , , , , ,

Goal, September 2004

Winston Bogarde wordt meestal als voorbeeld genoemd van de profiteurs van het Bosman arrest. Een contract tekenen voor vele jaren tegen een gigantisch salaris en daar (bijna) niets voor hoeven te doen. Al twee jaar zit Bogarde niet meer bij de selectie van Chelsea, hij traint met een jeugdteam mee, maar speelt geen wedstrijd.

Vroeger, toen we al vonden dat een paar miljoen erg veel geld was voor een voetballer (wie herinnert zich nog de 14 miljoen gulden voor Gullit?), zeiden we gekscherend wel eens dat we voor de helft van dat bedrag opde bank wilden zitten. Tegenwoordig, met topclubs die meer dan 40-50 spelers onder contract hebben staan, is op de bank zitten al een hele prestatie. Tenslotte heb je dan meer dan de helft van de selectie achter je.

Door een flinke vertraging kreeg ik de kans Madrid in te gaan. Weliswaar kostte het me vele uren slaap, maar die kon ik in het vliegtuig wel weer inhalen. Na een uurtje in het centrum te hebben rondgelopen, keek ik op de kaart waar ik mijn tweede en laatste vrije uur zou doorbrengen. Pas toen viel het me op dat niet ver van het hotel waar ik me net na de lunch moest melden een metrostation was dat ‘Bernabeu’ heette. Tien minuten later stond ik bovenaan de trap van dat metrostation te kijken tegen de zijkant van het stadion van Real Madrid. Midden in de stad, zoals zo vele oude stadions.

Een wandeling door het stadion was mogelijk. Dus al snel stond ik met 2 Italianen en een Aziaat op de bovenste ring te genieten van de grootheid van het stadion. In drie kwartier zag ik erg veel: de presidentiele box, de kleedkamer van de tegenstander, het museum met een prachtige eregalerij met foto’s van iedere speler die ooit het shirt van Real Madrid aan mocht trekken en vooral vele bekers en trofeeën.

Het meest verbaasde me echter de bank. Niet zo maar een dugout, zoals we die bij GFC ook hebben. Zelfs geen luxe uitvoering, waarin meer spelers zouden kunnen dan de 4 en Gea zoals bij ons. Nee, ik zag een rij stoelen die in menig bioscoop jaloezie zou opwekken. Ik keek en dacht met pijn aan de vliegtuigstoel waar ik de komende 12 uur in zou moeten zitten. Dit was een bank om nooit meer te willen voetballen.

Photobucket

Twee rijen luxe stoelen met een afdak, met daarnaast nog eens een dug out zoals we die kennen, voor de trainers, verzorgers en begeleiders van het team. Dit was een reservebank waar ik met plezier elke week zou willen zitten. Ineens begreep ik al die sterren die voor Real tekenen. Slechts 11 van hen kunnen spelen. Tijdens de wedstrijd mogen 3 van hen nog even bewijzen dat de trainer voor de verkeerde 11 koos. Maar de meerderheid zit gewoon op de bank. En waar kun je de wedstrijd beter bekijken als van deze bank. Honderdduizend Madrilenen werken de hele week hard om een kaartje voor deze wedstrijd te kopen, maar zitten ergens boven in een hoek te staren naar de poppetjes ver beneden hen. Op die bank zit je beter dan de voorzitter in zijn Presidentiële vak van de eretribune. Je ziet het spel goed, terwijl je heerlijk kunt uitrusten. Voor de wedstrijd mag je nog even met een bal spelen op het veld. Voor een seizoenskaart van vergelijkbare kwaliteit ben je een kapitaal kwijt.

Oh mocht ik toch eens in mijn leven het rugnummer 36 krijgen op dat prachtige witte shirt. Ik zou zelfs een plek op de tweede rij van de reservebank accepteren. Ik zou een contract voor een jaar tegen een onkostenvergoeding zonder nadenken ondertekenen. Helaas zit het er voor mij niet in. Ik ben bang dat het toch bij deze ene gelegenheid blijft: een foto gemaakt door een Portugees, terwijl ik op de bank zit. Dat het juli is vergeet ik liever even.

Februari 2009: Teruglezen lijkt het erop dat deze column door vele Nederlandse voetballers is gelezen. Het inherente advies is tenslotte opgevolgd. Op dit moment zitten hier wekelijks al snel drie, vier Nederlandse spelers.