Tags

, ,

Deze week weer twee leerlingen uit mijn mentorklas die toch besloten dat ze de verkeerde keuze hebben gemaakt. Even nadenken in de kerstvakantie doet voor sommigen de besluitvaardigheid toenemen.

Politiek is er een hoop ophef over een uitspraak van Plasterk die de schoolkeuze ter discussie wil stellen. Sceptici zijn bang dat de ooit mislukte middenschool weer terug zou moeten komen, maar volgens mij heeft de minister wel een punt. Praat er tenminste over, de oplossing komt misschien nog wel een keer, ooit, maar ga er niet automatisch van uit dat we op dit moment de beste mogelijkheid benutten.

Wat niet ter sprake is gekomen, is de vervolgkeuze en volgens mij is die minstens zo belangrijk. Want terwijl 60% van de Nederlandse jeugd op het VMBO zit, wordt er over de keuze na het VMBO nog steeds niet gediscussieerd. En die keuze is voor velen volgens mij veel moeilijker. De keuze op je 12e is voor de meeste leerlingen niet moeilijk. Typische VWO leerlingen komen daar ook wel terecht, net zoals voor de meerderheid het VMBO wel een geschikte leerweg heeft. Slechts een aantal twijfelaars behoeft tijd en aandacht, wordt het HAVO of toch de Theoretische leerweg?

Maar de keuze voor een beroepsopleiding, het MBO, is veel ingrijpender. De niveau 2 leerling is met 17/18 al uitgeleerd en moet dan bijna 50 jaar een beroep uitoefenen. Op die keuze rust een gigantische druk. Elk jaar weer zie ik het voor me. Drie klassen vol enthousiasme die een keuze hebben gemaakt voor een beroepsveld. In de loop van september komen de eerste twijfels. Al voor de eerste toetsweek zijn er afhakers. Na de eerste toetsweek, voor sommigen een ramp, volgen er meer. Aan het eind van het jaar zijn we tevreden wanneer tweederde het tweede jaar haalt. We hebben klassen waar meer dan de helft dat niet redt, gehad. Hebben die studenten een verkeerd beeld? Waarschijnlijk. Kunnen wij daar iets aan doen? Waarschijnlijk niet.

Want hoeveel men ons van boven blijft wijzen op de uitvalcijfers, bij ons valt het nog mee. Op de opleidingen met niveau 2 is de uitval veel hoger. Niet dat het instituut veel uitval heeft. Er is leerplicht voor ongediplomeerde studenten tot 27 tegenwoordig en in onze regio zijn alle beroepsopleidingen in één instituut gevangen. Slechts interne overstappers dus. In vergelijking met de Randstad valt het bij ons mee.

Even kort wat wij doen om de leerlingen van het VMBO een goed beeld te geven: In februari komen de leerlingen naar JobQuest, een soort banenmarkt voor tweedejaars VMBO-ers, om ze een indruk te geven (1). Er is later in het jaar een VMBO-doemiddag (wie die term heeft bedacht, ik weet het ook niet), waarin de hele school wordt overstroomt door VMBO-ers die een middagje vermaakt moeten worden (2) en daardoor een beeld van de opleiding moeten krijgen.

Een schooljaar later komen wij op bezoek bij zo ongeveer alle VMBO-scholen in de omgeving om voorlichting te geven (3). Tijdens deze voorlichting geef ik (net als vele collegae) een beeld van de opleiding, maar vooral ook van het vakgebied wat ze na de opleiding betreden. Dan is er het Open Huis (27 januari mogen we weer). Ouders en mogelijke studenten lopen rond, kijken rond, krijgen weer voorlichting, praten met studenten, docenten, bedrijven en kunnen een goed beeld krijgen van waar ze terecht komen (4). Vele twijfelaars kunnen dan ook nog een dagje mee komen lopen, waarbij we ze koppelen aan een eerstejaars student die ze die dag vertelt wat er allemaal gedaan wordt (5) op een doorsnee schooldag. Dan is er nog de intake, waarbij ik soms het gevoel heb dat ik de opleiding nog moet verkopen, terwijl het volgens mij de student moet zijn die zich goed moet presenteren om bij ons te mogen komen (6).

Vlak voor de zomer komen alle net aangenomen studenten dan nog een keer op school om de mentor te leren kennen, de boekenlijst op te halen en even rond te snuffelen in die grote nieuwe school (7).

Zeven momenten waarop tijd en moeite wordt genomen om de keuze eenvoudiger te maken. Naast de folders (8), de website (9) en de schooldecaan (10) dus allerlei mogelijkheden om veel informatie over je keuze te vinden. En dan nog: als er maar een derde uitvalt, zijn we tevreden. Zou het misschien ook kunnen zijn dat sommige studenten het gewoon echt niet weten? Dat ze midden in de puberteit allerlei dingen belangrijk vinden, maar niet school, laat staan werk later? Dat studenten niet een van de bovenstaande tien mogelijkheden als informatiebron nemen, maar ‘ik heb gehoord dat’ en ‘ik zag op televisie dat’ de belangrijkste basis voor de keuze was?

 

Mogen we studenten niet een foute keuze gunnen? Waarom moet het altijd maar zo gestroomlijnd gaan? Waarom zijn efficiëntie en effectiviteit ook in het onderwijs belangrijker geworden dan de mogelijkheid tot late ontplooiing? Kan een student niet groeien? Kan een student niet veranderen? Laten we gewoon accepteren dat er wel eens iets mis gaat. Dat we aan sommige studenten meer tijd moeten besteden dan aan anderen. Dat sommigen wel wat anders aan hun hoofd hebben dan de juiste schoolkeuze. Dat problemen thuis, bijbaantjes, gezondheid, familieomstandigheden en de puberteit factoren zijn die wij in het onderwijs nooit kunnen beïnvloeden, maar die wel degelijk invloed hebben op de keuze die studenten moeten maken op jonge leeftijd. En dat dus de consequentie is dat er studenten na het begin van de opleiding er pas achter komen dat dit niet is wat ze willen. En dat het geen schande is dat ze alsnog van opleiding wisselen. Als ze er maar goed over nadenken, als ze maar weten waarom ze willen switchen, als ze maar leren van een fout.

Misschien dat de politiek en het onderwijs ook kunnen leren van fouten.

Advertenties