Tags

, ,

Afgelopen dinsdag was er de avond die wij ‘kleintje diploma’ noemen. Elk jaar aan het eind van het schooljaar is er een diploma-uitreiking. Meestal krijgen die avond tussen de dertig en vijftig leerlingen hun diploma. Een gezellige avond, met familie en vrienden, muziek en hapjes, speeches en cadeaus.

Maar er is altijd ook een groep die niet op tijd klaar is. Er is iets mis gegaan. Een stage die mislukte. Een tijdje ziek, waardoor toetsen niet gehaald zijn. Te zware toetsen die een jaar later opnieuw gedaan moeten worden. Er kan veel mis gaan tijdens een opleiding. Als school probeer je dan de leerlingen niet meteen een heel jaar te laten missen. Indien mogelijk zorgen we er voor dat deze leerlingen voor eind september klaar zijn. Het scheelt ze, of hun ouders, een jaar schoolgeld (al snel bijna duizend euro), het scheelt ze tijd, maar ook het idee dat ze er eigenlijk nauwelijks langer over hebben gedaan.

Begin oktober is er dan meestal een klein groepje, dat alsnog hun diploma krijgt. Een klein feestje, met minder mensen, geen geld voor muziek en geen avondvullend programma. Afgelopen dinsdag waren er zeven. Vijf hadden hun hele familie meegenomen, twee wat vrienden. Het was dus een wat kleinere setting.

Eigenlijk is deze avond veel mooier dan de avond aan het eind van het schooljaar. Alle leerlingen hebben een klein vlekje, ze hebben vertraging opgelopen tenslotte. Maar ze krijgen wel hetzelfde diploma. Ze kunnen net zo goed als de klasgenoten die een maand of drie voorliggen op zoek naar een baan of een vervolgstudie. En op deze avond kun je de leerling persoonlijker benaderen. Waar we ze ‘normaal’ met een groepje tegelijk naar voren halen, kan dat nu één voor één. Elke leerling krijgt een eigen woordje.

Ik mocht de avond aan elkaar praten en deed dat met veel plezier. Niet de nadruk leggen op de vertraging, maar vooral over de prestatie praten. Een anekdote uit de opleiding er bij halen, van een werkweek of excursie of zo, een beeld scheppen van de leerling. Het ging goed. Alle zeven straalden ze. Het meisje dat dat ene vak zo graag wilde halen, dat ze elke week twee of zelfs drie keer dezelfde les volgde in parallelklassen. Het meisje dat op haar eerste stageplaats de weg helemaal kwijt was, een jaar ziek thuis zat, maar met een prachtige stage in Spanje haar opleiding afsloot, zelfs haar verslag in het Spaans schreef. Haar vader kwam me speciaal bedanken. De jongen die bijna een klacht tegen me indiende, omdat het hem moeite kostte te accepteren dat hij vakken over moest doen, bedankte me kort met ‘mooi gesproken meneer’. Het meisje dat een stage zag mislukken, tijdens haar derde stage (twee moeten er dus slagen) overgeplaatst werd omdat ze het niet aankon, maar na haar stage meteen een contract voor een half jaar aangeboden kreeg.

De laatste die aan de beurt was, was een speciale. Ze heeft langer ingeschreven gestaan dan dat ik hier les geef. De laatste jaren als extraneus, er ontbrak een stage. Al drie jaar werkte ze in haar huidige baan, toen het bedrijf ineens stagiaires wilde. Zij rook haar kans. Ik was het met haar eens. Haar werk werd als tweede stage erkend. Na meer dan zeven jaar kreeg ze toch nog het diploma dat ze op basis van haar schoolprestaties zeker verdiende. Ook zij kwam me bedanken. “Met dank aan u”, waren haar woorden. Ik kon het eenvoudig afwimpelen met “je hebt het zelf verdiend”. Maar trots was ik wel.

Het was een mooie avond. Zeven jonge mensen klaar voor de toekomst. En voor een heel klein stukje heb ik daar aan mee kunnen werken. Daarom heb ik het mooiste beroep van de wereld.

Advertenties