Tags

, , , , ,

Goal, Maart 2004

“Ik ben blij dat mijn kinderen geen interesse hebben in voetbal en ik hoop dat dat ook zo blijft” en “Ik loop wel eens met de hond langs het sportpark bij ons achter. Het taalgebruik wat ik dan zo hoor bevestigt alleen maar wat ik al wist. Voetbal is een asociale sport.”

2 uitspraken van 2 collega’s. Ik schrok, ik voelde dat ik mijn sport moest verdedigen. Ik begon met de voordelen van teamsporten t.o.v. individuele sporten, ik vertelde over het leren omgaan met winnen en verliezen, maar al mijn argumenten werden zo weggeveegd. “De begeleiding is nog goed bij de F-jes, daarna wordt het alleen maar slechter.”, kreeg ik te horen. “De jeugd volgt toch het voorbeeld van voetballers op televisie.” Ik kon alleen maar tegenwerpen dat topvoetbal een bedrijfstak is, onvergelijkbaar met amateurvoetbal. Ik kon ze niet overtuigen.

Mijn verbazing werd nog groter toen ik beide een pleidooi hoorde houden voor vechtsporten. De een voor judo, de ander voor jiu-jitsu. “Ik wil dat mijn kinderen zich leren verdedigen” en “Ik wil dat mijn kinderen zich leren beheersen”, kwamen achtereenvolgens op mij af. Het zette me echt aan het denken. Voetbal agressief? Vechtsporten niet?

Maar ik kon het niet simpel wegzetten als de mening van 2 toevallige voetbalhaters. Dit zijn wel 2 collega’s die sportminded zijn. 1 sportleraar zelfs. Voetbal heeft een serieus imagoprobleem. Een heleboel ouders zullen hun kinderen niet laten voetballen zo lang er nog ouders en leiders zijn die scheldend en vloekend aan de lijn een wedstrijd staan te volgen. Het feit dat de meeste scheidsrechters wel eens bedreigd of zelfs gemolesteerd zijn, werkt ook niet voor de sport.

Op een willekeurige zondagavond zie ik bij Studio Sport meer irritante spelers dan mooie acties. Meer discussies met scheidsrechters dan doelpunten. Meer zware overtredingen (met daarna de speler die glashard beweert de bal te spelen) dan goede voorzetten. Ik zie trainers bij elke persconferentie vertellen dat ze niet door de scheids hebben verloren, om daarna alle beslissingen van hem op een weegschaaltje te leggen. Ik kijk al bijna helemaal niet meer naar de Champions League of naar oefenwedstrijden van het Nederlands elftal.

Ik ben het eigenlijk wel eens met mijn collega’s, ware het niet dat ik toevallig bij een club voetbal waar ik veel tijd heb doorgebracht sinds mijn geboorte. Bij een club waar we meestal behoorlijk beschaafd met elkaar en onze bezoekers omgaan. Maar laten we ook kritisch naar onszelf durven kijken. Want GFC is niet een eiland in de wereld die voetbal heet. Ook wij hebben onze fouten, wij lopen ook het risico leden te verliezen door het imago van voetbal. In de volgende discussie verdedig ik de sport niet meer. Mijn club zal ik echter altijd blijven verdedigen. Zo lang ze dat verdient tenminste.

Advertenties