Tags

, , , , ,

Goal, Juni 2003

De laatste jaren zie je steeds vaker uitgebreide feesten bij een kampioenschap van de pupillen. In mijn jeugd was het een bakje patat en een diploma, tegenwoordig worden de kampioenswedstrijden bezocht door hele families en gaan de spelers op de platte wagen heel Goor door. Het doet me terugdenken aan mijn eerste jaar als jeugdleider. Vlak voor de herfstvakantie begonnen we met een nieuw team, F3. Peter en ik waren allebei nieuw, al hadden we wel eens een wedstrijdje bij de F-jes gefloten.

Onze eerste wedstrijd verloren we thuis van Quick’20 F10. Als ik het me goed herinner met 0-14. Tot de winterstop volgden vele nederlagen. We waren al blij wanneer we geen dubbele cijfers om de oren kregen. Pas in de vierde wedstrijd scoorden we zelf voor het eerst. De uitwedstrijd tegen Quick werd gelukkig afgelast.

Na de winterstop begonnen we met een 7-1 nederlaag tegen Sp.Rijssen F1, er veranderde dus weinig, op het eerste gezicht. Maar de week er op wonnen we ineens. Groot feest. En dat het geen incident was bleek toen we in Holten een week later voor het eerst dik wonnen, ook met 0-14, een legendarische uitslag. We wonnen zelfs van koploper Blauw Wit, een zwaarbevochten 2-0. Ook Twente moest er op het eigen kunstgras aan geloven. Dat we serieus meededen bleek toen we een aantal overwinningen later in de kantine zaten en telefoon kregen uit Rijssen. “Hoe of F3 het had gemaakt?” Glunderend zaten de leiders in de kantine. We versloegen ook Rijssen thuis en stonden voor het eerst bovenaan.

Zonder ook maar een keer een opstelling te maken, vormde zich een team. Martijn die achterin bleef hangen, een kop groter dan de gemiddelde F-speler, afschrikwekkend gevaar voor de aanvallers van de tegenpartij. Bart die een neusje voor de goal bleek te hebben en al snel onze topscorer werd. Tom die in de kluts vaak nuttig was en Dennis zag als eerste het spelletje goed. Net buiten de kluit met spelers, die je bij de F-jes onvermijdelijk ziet, stond hij altijd juist daar waar de bal uit de scrum kwam. De tweede Tom was een balletjeswachter die ook vaak scoorde, Sander bleek balvaardig en de tweede Dennis maakte een legendarische entree door meteen te vertellen over de ruzie thuis. Voetballend voegde hij niet veel toe, aan sfeer des te meer. Niels wilde graag keepen, een half jaar zonder balcontact in het veld overtuigden ons van de juistheid van zijn keuze.

Maar bovenaan staan heeft ook zijn nadelen. Twente verscheen met een scorende spits bij ons op het veld, won met 3-5 en liep zingend het veld af “Nou worden ze lekker geen kampioen”. De uitwedstrijd bij Blauw Wit werd daardoor nog belangrijker. Een 0-2 voorsprong gaven we in blessuretijd (“Scheids het is echt tijd!”) nog uit handen. Thuis tegen Holten speelden we toen maar met 7 tegen 12. Dan was het nog iets wedstrijd. We wonnen maar met 4-0. Het was onze laatste wedstrijd. Rijssen kon het de zaterdag erna afmaken.Tot onze grote verbazing verloren zij. Het doelsaldo bepaalde de eindstand en we kwamen 17 goals tekort. De spelers hebben nooit geweten hoe dicht ze bij een kampioenschap zijn geweest. Dat er nog velen van hen spelen, is een goede zaak. Dat er slechts 1 het eerste ooit haalde en velen het achtste is ons niet aan te rekenen. Wij hebben de basis gelegd. En wat een prachtig seizoen.

Advertenties