Tags

, , , ,

De Volkskrant organiseert via zijn blog een columnwedstrijd. Alleen bloggers die daar een blog hebben, mogen meedoen. Ik had weliswaar al een half jaar geen gebruik gemaakt van dat blog daar, maar het bestaat nog wel. De wedstrijd verleidde mij tot een nieuw stukje. Het moest een column zijn over een actueel onderwerp. Ik heb gekozen voor een onderwerp dat me na aan het hart ligt.

Brandblusser

Bijna acht jaar geleden maakte ik een jongensdroom waar. Aan het begin van een reis door Australië werkte ik als vrijwilliger tijdens de Olympische Spelen in Sydney. De stad leefde naar het evenement toe. Je merkte dat iedereen, van jong tot oud, er mee bezig was.

De tocht met de fakkel door Australië kreeg veel publiciteit. Omdat bijna iedereen in een kleine of grote stad aan de kust woont, was het mogelijk om de fakkel in een paar weken het land te laten doorkruisen, zodat 97% van de bevolking aan de kant van de weg kon staan. Ik vond het een beetje overdreven. De sport was het belangrijkste van de Spelen, niet de omkleding. Juist de incidentjes vond ik grappig. Iemand die zijn verjaardagstaart voor het huis op een tafel zette, zodat die met de Olympische vlam aangestoken kon worden. Een gek met een brandblusser, die net op tijd tegengehouden werd.

Maar politiek bleef er buiten. Terwijl Australië niet bepaald trots kan zijn op zijn behandeling van de Aboriginals (wist u dat de Zuid Afrikaanse politie ten tijde van het Apartheidssysteem getraind werd in Australië? Daar leerde ze hoe ze om moesten gaan met ‘die zwartjes’), werden de Spelen een volksfeest. Een symbolisch protest van Midnight Oil tijdens de sluitingsceremonie was al vergaand.

In de week voor de Spelen werd ik door de regionale radio regelmatig gebeld om een sfeerverslag te geven. De dag dat de fakkel bij mij door de straat kwam, bleek een bijzondere. Duizenden mensen waren op de been. Om half drie was het zover. De fakkel kwam langs, men juichte en even later verdween de fakkel met een bootje vanaf het strand van Coogee. Ik was om. Ik had zoveel enthousiasme om me heen gezien, dit was prachtig. Zonder pauze praatte ik vijf minuten op de radio vol over een spektakel dat minder dan dat duurde.

Photobucket

Deze fakkel betekende veel voor velen. Twee dagen later stond ik buiten het stadion het publiek te controleren terwijl de fakkel het stadion werd binnengelopen. De Spelen konden nu echt beginnen.

De huidige Olympische vlam kan nooit meer hetzelfde enthousiasme ondergaan als dat vlammetje dat ik acht jaar geleden zag. De man met de brandblusser was deze keer niet een ongevaarlijke gek, maar een gemotiveerde activist. Ik zag hem in Londen afgevoerd worden. Tussen twee politieagenten in, gaf hij nog even een verklaring aan de dichtstbijzijnde camera. “Wat China in Tibet doet is crimineel”, of woorden van die strekking.

Ook in Parijs en San Francisco liep het uit de hand. Vandaag in Buenos Aires is er een gigantische politiemacht paraat om protesten te voorkomen. De komende weken zal het niet anders gaan. Zeker als de vlam door Tibet gaat, zullen velen het moment aangrijpen om hun stem te laten horen.

Dat sport en politiek niets met elkaar te maken hebben, gelooft geen mens meer. In 1956 al ging Nederland niet naar Melbourne. De inval in Hongarije was reden voor Nederland, en drie andere landen, om niet naar Australië te reizen. Daarna de Black Panthers in Mexico, de moorden in München, de boycots van Montreal, Moskou en Los Angeles. Sindsdien leek het redelijk rustig en groeiden de Olympische Spelen uit tot het huidige spektakel.

Net als ieder ander vind ik dat China veel fout doet. In Tibet, binnen de eigen grenzen, in relaties met sommige andere landen. Maar wie is zonder fout? Ik sta niet achter de Nederlandse deelname in Afghanistan. Betekent dat dan ook dat Nederland voorlopig niets mag organiseren? Ik heb problemen met de politiek in de Verenigde Staten. En met vele dictaturen op de wereld. Maar op die manier kun je nooit meer Olympische Spelen organiseren. Was het juist niet een kenmerk van de Klassieke Spelen, dat zelfs oorlogen werden onderbroken?

Hoe dan ook, de tocht van de fakkel is al besmet. De Tibetanen zullen het er niet beter door krijgen. De keurige Engelsman met de brandblusser zal er met een boete vanaf komen. Zijn leven gaat verder. Maar de Chinees in de straten van Xiamen, straks op 12 mei, weet niet wat er allemaal al gebeurde rondom die vlam. Want vrijheid van pers kent hij niet.

Dat de Spelen zoveel publiciteit genereren dat het juist nu ideaal is aandacht te trekken, begrijp ik ook wel. Maar waar was die pers zeven jaar geleden, toen China de Spelen kreeg toegewezen? Waarom is de mens zo opportunistisch? Ik begrijp de protesten, maar blijf idealistisch genoeg om op mooie Olympische Spelen te hopen.

Advertenties