Tags

, , , , , , , , ,

Goal, Februari 2002 reprise

“Naar hem heb ik mijn zoon genoemd” zegt de man in de kappersstoel naast me, wijzend op een foto van Romario in mijn sportkrant. “Die heeft nog in mijn land gespeeld”, antwoord ik. Hij is snel: “Pe sj fee Ainthofe” weet hij, terwijl hij de naam uitsprak zoals Romario dat ook deed toen hij nog tussen de gloeilampen zat. Ik besluit hem meteen om advies te vragen, waar ik in Mexico een leuke wedstrijd kan zien. Weer weet hij het antwoord meteen. “Aanstaande zondag in Guadalajara, daarwordt de klassieker gespeeld. Maar dan moet je wel zo snel mogelijk kaarten regelen, anders is het uitverkocht”.

Zijn woorden spoken nog een keer door mijn hoofd, 2 dagen later, in de rij bij het stadion. Het is bijna 6 uur, sinds 9 uur vanochtend sta ik in deze rij, een van de 3, voor de drie verschillende ringen van het stadion. Ik heb me laten vertellen dat ik in de rij sta voor zona B. Goed zicht, niet te duur, maar ook niet in de nok van het stadion. Voor me staan, ruwe schatting, ruim 200 man. Er schijnen zo´n 20.000 in zona B te gaan, moet goed gaan dus. Behalve dan dat de loketten om 10 uur open zouden gaan. Toen erom 11 uur nog geen beweging was, heb ik nog eens gekeken en hingen er aankondigen dat de verkoop om 5 uur ging starten. Maar een uur na dat tijdstip kijken we nog steeds tegen een gesloten luik aan. Hoewel, sinds de politie een half uur geleden de rij besloot te organiseren, zijn we zover naar achter gedrongen dat we het luik niet eens meer kunnen zien.

De kranten stonden de hele week vol over deze wedstrijd, maar vooral over bijzaken. De verhoging van de entree, dit wordt de duurste klassieker ooit. Over het feit dat de spelers geen shirtjes mogen wisselen nade wedstrijd. Over de aanvangstijd die 3 keer veranderde in 4 dagen. Over de thuisclub die liever niet wil spelen omdat 3 van zijn spelers met het nationale elftal op tournee zijn, terwijl de internationals van de bezoekers gewoon bij hun club spelen.

Het is tien over 6 wanneer de eerste in de rij zijn 2 kaartjes mag kopen. Kwart voor zeven is het voorbij. Het blijkt dat er slechts 100 kaarten verkocht werden. De 150 voor me en de honderden achter me kunnen morgenvroeg om 10 uur terugkeren wordt er verteld, ook al hebben ze achteraan in de rij niet eens door wat er gebeurt. Ik verbaas me over het feit dat het zo rustig blijft, een paar scheldpartijen in koor en een enkeling die verhaal gaat halen bij het loket (ondergetekende inclusief, ik heb even de neiging me uit tegeven voor een journalist van het welbekende Nederlandse voetbalmagazine Goal), maar de verkopers kunnen er ook niets aan doen, de verantwoordelijken zijn natuurlijk niet hier. Achter me in de rij staat een studente stilletjes te huilen. Haar vader en een oom komen speciaal voor deze wedstrijd vanuit Tijuana, aan de Amerikaanse grens, een weekend bij haar logeren. De reis duurt 22 uur, morgen moet ze naar school en ze heeft geen kaarten. Terwijl sommigen na 12 uur wachten afdruipen, blijft ze tegen beter weten in in de rij staan.

De volgende ochtend keer ik terug. Ik heb besloten dat ik naar deze wedstrijd wil en heb geen zin om gigantische bedragen aan zwarthandelaren te betalen. De clubleiding vertelt vanochtend in de krant dat ze deze groep wil tegenwerken, maar bij het stadion weet men wel beter. Mexico is corrupt. De verkeerde mensen hebben de kaarten allang in de broekzak. Vandaag ben ik bewust wat later gekomen, zodat ik eerst bij het loket kan informeren hoeveel kaarten ze vandaag verkopen, mijn sarcasme niet al teveel naar boven laten komend. Ik had beter kunnen weten. Het loket gaat om 12 uur open, weer anderhalf uur wachten, gelaten sluit ik weer aan in de rij, ik sta nog verder weg dan gisteren. Ik pak mijn boek, onderbewust wist ik dat dit zou gebeuren.

Om kwart over 12 begint de verkoop en dit keer heb ik geluk. Een man pikt me uit de rij en vertelt me dat zijn zoon een kaartje extra heeft. Ze hadden gisteren ook achter het net gevist en waren sinds vanochtend 4uur aanwezig, herkenden me als de buitenlander die gisteren bij het loket had staan klagen en besloten het extra kaartje voor een marginale winst aan mij te verkopen. “Ook vandaag zijn er veel te weinig kaarten, 150 dit keer”, vertelden ze me nog. Velen zullen zo meteen weer teleurgesteld moeten vertrekken.

De volgende ochtend sta ik erg vroeg op. Het is de wedstrijddag en hoe vroeger je in het stadion zit, hoe beter je plek. De binnenstad is afgesloten vanwege de jaarlijkse marathon (zou dat kunnen in Rotterdam, Marathon en Feyenoord-Ajax op dezelfde dag?). Ik zie de lopers vertrekken op hun eindeloze tocht en neem aan de andere kant van het centrum de bus naar het stadion, waar de kaartjes nu voor 3 tot zelfs 6 keer de prijs worden verkocht. Het is nog geen 9 uur, ruim 3 en een half uur te gaan voor de aftrap.

Op het plein voor en in de straten om het stadion is een markt aan het ontstaan, waar vooral petten, hoedjes, shirts en ontelbaar vele vlaggen worden verkocht. Maar ook de frisdranken, bier, vers fruit, hamburgers, taco’s, hotdogs en broodjes warm (en ondefinieerbaar) vlees doen het goed op dit vroege uur. Na een wandeling rond het complex zijn de poorten geopend en kan ik een plek uitzoeken, ter hoogte van de middellijn. De eerste vlaggen worden opgehangen en supporters van beide clubs schreeuwen hun leuzen, waarbij ze elkaar in originaliteit pogen te overtreffen, tot hilariteit van iedereen aanwezig.

Drie uur wachten lijkt veel, maar het valt reuze mee. Voor me zit een familie die vrijdag wel kaarten kreeg (vader had zich een goede plek in de rij gekocht) en we praten over Van Basten en Hugo Sanchez, het WK in Frankrijk waar Nederland en Mexico gelijk speelden, Leo Beenhakker en zijn oude club Amerika, de bezoekers van vandaag en vele andere zaken. Het valt me op dat alle supporters door elkaar zitten. Sterker nog: vele groepen vrienden, families en koppels komen gezamenlijk, maar hangen verschillende clubs aan. De sfeer is goed.

Een uur voor de wedstrijd begint de Mariachi-groep (de lokale traditionele muziek) een optreden, onder luid gejuich van beide supportersgroepen. De spelers die even later voor hun warming-up op het veld kwamen werden nog hartstochtelijker toegejuicht. Vlak voor de wedstrijd begint daalt een kalmte neer in het stadion. 80.000 fanatici wachten gespannen op het begin van de wedstrijd.

Tienduizenden vlaggen zwaaien als de spelers voor de tweede keer, nu in het tenue, het veld betreden. Roodwitte, namens de aanhangers van de thuisclub, maar bijna net zoveel gele namens de aanhangers van America. Qua spreekkoren winnen de Chivas (geiten, de meeste latijns-amerikaanse sportclubs hebben een bijnaam, meestal een dier) het van de Aguilas (adelaars) uit de hoofdstad. Dit is een echte klassieker. De 2 grootste clubs uit dehistorie van Mexico, uit de 2 grootste steden van het land.

De wedstrijd is niet bijzonder goed, wel erg spannend. Het is een echte topper, veel fanatieke duels, veel middenveldspel, weinig kansen. Halverwege de eerste helft komen de Chivas uit Guadalajara op een 1-0 voorsprong. Een schot wordt door de keeper losgelaten en een van de aanvallers (wiens moeder deze week overleed, maar op haar aandringen toch meedoet) werkt de bal alsnog tegen het net.

Tot de rust is de strijd gelijkopgaand. In de 15 minuten wint een supporter een vakantie naar Cancun. Hij was de eerste die de bal in het gat van de hoofdletter “O” wist te schieten, in de naam van de sponsor. In de tweede helft vallen de bezoekers aan. America heeft zijn internationals wel, is favoriet, maar staat wel achter. Een van deze internationals, Blanco, bekend van het WK te Frankrijk, valt vooral op door zijn irritante gedrag. Hij zeurt bij elke beslissing van de scheids, rolt vervelend lang door bij onschuldige botsingen, schreeuwt naar de grensrechter, vraagt om kaarten voor onschuldige tegenstanders en meent zelfs een ballenjongen te moeten beïndrukken door zich overdreven breed dreigend naar hem te wenden.

De thuisclub verdedigt de voorsprong en komt bij een van de spaarzame counters zelfs op 2-0. De gele adelaars gooien nog eens alles op de aanval, maar worden zelden echt gevaarlijk. De 3-0 in blessuretijd is slechts een mooie afsluiter voor iedereen in een rood en wit shirt. De eerste hoofdstedelingen hadden het stadion al verlaten.

Na de wedstrijd veel vrolijke gezichten die de in geelgestoken verliezers uitlachen. Achter me laat een jongen met tranen in zijn ogen zijn hoofd vallen op de schouder van zijn vriendin. Zij spreekt een paar troostende woorden, maar haar hele gezicht straalt. Haar club heeft net zijn club verslagen.

Advertenties