Tags

, , , , , , , ,

De derde en laatste keer dat ik hier een honkbalwedstrijdbezocht, vergeet ik niet snel. Samen met Monchi, een van de kelners in het hotel, bezocht ik de laatste wedstrijd van de play-offs. De wedstrijd was goed, maar wat mij het meest bij bleef was de thuisreis.

Het supportersvervoer in het betaalde voetbal gaat eigenlijk vrij vreemd. Als de heren supporters maar vaak genoeg problemen hebben, komen ze in aanmerking voor de “titel” risicosupporter en kunnen voor een sterk gereduceerd tarief een zogenaamd combikaartje kopen. Hiervoor krijgen ze dan een treinreis, vervoer van station naar stadion, entree en de terugreis. Het enige wat nog ontbreekt, is dat de NS ze een maaltijd aanbieden in een van de stationsrestauraties (die toch door hen gesloopt worden) na weer een verloren risicowedstrijd.

In dit land moeten de supporters na een honkbalwedstrijd zelf zien dat ze thuis komen. Ze hebben geluk dat er in de stad nog extra bussen rijden na de wedstrijden, die meestal ’s avonds gespeeld worden.

Die avond nemen we de bus, in dit geval een oude afgeschreven Amerikaanse schoolbus, die al compleet vol is als wij er aankomen. Vol betekent 3 supporters op een bankje waar normaal 2 kinderen zitten, en daarbij natuurlijk het hele gangpad gevuld. We kunnen er nog net in via de achteringang en staan dus nog op het trapje als de bus vertrekt. Na de winst, en dus nog een beslissingswedstrijd (die ze overigens verloren) voor een plaats in de finale van de play off’s, zit de stemming er goed in. Er worden namen van spelers gescandeerd, en het “Licey, campeon” is niet van de lucht. De bus maakt ondertussen steeds meer snelheid en we hebben moeite om staan te blijven, gelukkig is er geen ruimte om te vallen.

De cobrador (een soort conducteur) komt langs en int het geld. 2 pesos (30 cent), het vaste tarief voor een ritje binnen de stad, ongeacht de afstand. Nadat de eerste supporters uitstappen, staan we ineens wat langer stil. We zijn namelijk aan het tanken. En iedereen blijft rustig zitten (of staan). Nadat ik in “Tussen het tuig” van Bill Bufford gelezen had over de niet echt geslaagde combinatie hooligans en tankstations verbaast me dit ten zeerste.

Na het oponthoud heeft de chauffeur er echt zin in. Hij geeft meer gas, en we worden heen en weer geslingerd door de bus. Waar de buschauffeur normaal om de kuilen (rijkelijk aanwezig) heen rijdt, lijkt deze ze juist op te zoeken. Het vloeken en schelden begint. Maar terwijl ik verwacht dat ze de bus compleet slopen, ook al valt er weinig te slopen, blijft het rustig. Wel schreeuwt men zo hard, dat de chauffeur niet hoort dat er mensen uit willen. Hij voelt zich echter Ayrton Senna, vliegt door een oprit en kan nog juist het reclamebord aan het eind daarvan ontwijken. Eindelijk heeft hij door dat er mensen uit willen. Hij stopt, en ik zie in de stroom die nu uitstapt Monchi en haast me ook uit de bus.

Buiten wacht Monchi me op, en lachend meldt hij dat die chauffeur behoorlijk dronken is. Ik denk even aan de voetbalsupporters in Nederland. Zou dit dan de oplossing zijn… Ik lach maar met hem mee en ben blij dat ik heelhuids uit deze bus ben gekomen. De personeelsbus van het hotel komt 10 minuten later hier voorbij. Voor Dominicaanse begrippen, is de thuisreis verder vrij rustig.

Advertenties