Tags

, , , , , , ,

Johan 4

Het risico dat onderstaande verkeerd wordt uitgelegd is aanwezig. Het zou zelfs kunnen dat er haat voor onze oosterburen uit doorklinkt. Dit is niet terecht, noch de bedoeling, maar ook wel weer begrijpelijk als het gaat over de rotkoppen van Duitse voetballers.

Het altijd zeurende en verongelijkte gezicht van Duits recordinternational Lothar Matthaeus is nog steeds regelmatig te ‘bewonderen’. Bezig aan zijn zoveelste come-back in der Mannschaft toont hij aan dat het met de voorgenomen verjonging nog niet echt loopt. Zelfs bij zijn eigen club en binnen zijn eigen team heeft hij geen vrienden. Niemand mag hem. Vooral Nederlandse voetballers, die zo’n leuk vragenlijstje moeten invullen voor een voetbalblad, noemen hem regelmatig als er naar ‘de kwal van de voetballerij’ wordt gevraagd.

Andreas Möller is een ideale speler voor de karikaturisten. Een jankertje. Een duiker. Een matennaaier. Zijn gelaatstrekken laten zich het best omschrijven met de Twentse uitdrukking ‘lippe’. Oftewel een prominent aanwezig pruillipje, in een gezicht dat elk moment in huilen kan uitbarsten. Na ruim 90 interlands voelt hij zich nog steeds miskend. Hij hoopt ooit nog op te groeien.

Nog erger is Jurgen Kohler. Waar bij diverse voetballers een lach verschijnt, na het maken van een doelpunt, is dat voor hem geen reden tot vrolijkheid. Het is slechts een bevestiging van de superioriteit van het Duitse volk. Uit zijn manier van voetballen spreek een politiek besef dat ruim 60 jaar achter ligt. Hij was het die de aanzet gaf tot de vernietiging van de enkels van een der mooiste voetballers die ooit op aarde rondliep: Marco van Basten. Vele Italiaanse verdedigers volgden zijn voorbeeld. Het resultaat is bekend. Kohler is een ideale soldaat. De snor, maar vooral het klakkeloos opvolgen van de bevelen van zijn meerderen. Het uitschakelen van zijn directe tegenstander is zijn missie. Kohler is de voetbalvariant op genocide.

De overtreffende trap heet echter Oliver Kahn. Alle vooroordelen die in heel Europa over Duitsers heersen (en dat zijn er niet weinig), worden door de Beierse doelman bevestigd. Zelfs een cocaïneverslaafde schrikt van de blik in zijn ogen, met het dopinggebruik in de Tour de France lijkt het best mee te vallen als je hem ziet. Kahn is het prototype van de keeper die zelf geen fout maakt. Een schot van 60 meter door zijn benen rollend is voor hem een reden om zijn middenveld uit te foeteren: die hadden hem nooit mogen laten schieten. In zijn theorie is een goal nooit, maar dan ook nooit, de kunne van een aanvaller, maar altijd een fout van een medespeler. Na elke goal krijgt de verdediging er van langs.

De Oostenrijker Herzog hoorde hem ooit verbaasd aan en werd daarop hardhandig uit het strafschopgebied verwijderd. Kahn deinst niet terug voor fysiek geweld, zelfs al gaat het dan om een medespeler. Kahn belichaamt alles wat er fout is met het hedendaagse voetbal. Collegialiteit en plezier zijn ouderwetse termen, voetballen draait om geld en aanzien. De gedachte aan een interview met Kahn doet journalisten van beroep wisselen, de buren pakken de dozen in zodra hij zich heeft voorgesteld en televisies ontploffen na een close-up van hem.

Slechts een ding is erger dan Oliver Kahn. Kahn en Kohler samen met het commentaar van Evert ten Napel.

Advertenties