Tags

, ,

Johan 4

De geschiedenis staat bol van de godsdienstconflicten. Oorlogen, kruistochten en vervolgingen waren het gevolg van de vraag of Hijbestaat, en zo ja hoe Hij dan heet, hoe Hem te eren en hoe ons leven in te delen. Vragen die onbeantwoordbaar blijven. Dat de geschiedenis zich blijft herhalen, is dagelijks op het journaal te zien.

Ook binnen de edele voetbalsport heeft de godsdienst invloed. Na de oprichting van de RKVV Twenthe verloor GFC vele leden, met het excuus dat ze niet wilden, maar moesten verkassen.

De duidelijkste scheiding in het voetbal is die tussen zaterdag en zondag. Vele clubs in het zaterdagvoetbal zijn opgericht om de zondagsrust te eren. Dat heeft ook de carrières van Jaan de Graaf en Folkert Velten geen goed gedaan. Maar voor deze voetballers was de persoonlijke, tijdelijke en aardse roem geen optie. Op zondag speel je niet.

Ook GFC had enkele leden die na A1 niet de stap maakten naar de senioren, die immers op de verboden zondag spelen. Was dit niet het geval geweest dan had Jan Kees Mulderij nu binnenkort 250 wedstrijden in het eerste gespeeld. Nu kwam na A1 niet GFC 1, maar Enter Vooruit, waar hij na enkele wedstrijden in het 2e binnen een half jaar een basisplaats veroverde in het 1e met de broers Velten, strijdend op het hoogste amateurniveau. Bijna 10 jaar later, zonder Veltens, speelt Jan Kees er nog steeds in het 1e. Een enkele GFC-er had nog de hoop dat hij op latere leeftijd tot inkeer zou komen en samen met Peter Visser GFC naar hogere sferen zou brengen. Het zal nooit gebeuren. Jan Kees is getrouwd in Enter en de enige kans hem ooit in een rood-zwart shirtte zien, is een reünie van zijn B1 uit 1986.

Met deze schitterende voetballer verloor GFC een enthousiaste supporter: vader Mulderij. De fanatiekste supporter die GFC in de jaren 70 en 80 had. Elke zaterdag was hij aanwezig op het voetbalveld. Uit of thuis, op Mulderij kon je rekenen. In zijn strijkijzer (copyright: E.Heuvelink) reed hij 3 spelers (meer pasten er niet in) naar verre uitwedstrijden. Zijn neus bijna tegen de voorruit aangedrukt, hangend bovenop het stuur, geconcentreerd rijdend.

Altijd was hij positief, hij viel de jongens nooit af. Hij moedigde ze aan, zonder nadrukkelijk aanwezig te willen zijn. Hij was het tegenovergestelde van die ene vader waar jeugdleiders zo’n hekel aan hebben. Die ene die zich bemoeit met de tactiek, die kritiek heeft, die de scheidsrechter beledigt en in zijn motorisch gestoorde zoontje een potentiële prof ziet. Jan Kees was zijn favoriet, maar dat liet hij nooit merken. Dat hij moeite had met namen was nooit een probleem. “Zwart-Wit Delden was te goed voor onze jongens”, vond hij. “Hup GVC”, klonk het soms. In 12 jaar GFC miste hij bijna geen wedstrijd, sindsdien volgt hij Enter Vooruit.

Bij een doordeweekse wedstrijd verschijnt hij nog weleens op het GFC-veld (als E.V. vrij is ten minste). Tijdens de voorbereiding staat hij er geregeld. Dit jaar zag hij een goed GFC van Wierden winnen. Niemand vertelde hem dat hij naar het tweede gekeken had. Nog steeds is hij op zaterdag erg druk. Eerst 2 wedstrijden met 3 kleinzoons in Almelo en daarna moet hij zijn zoon natuurlijk ook nog zien in Enter. Misschien is het gemis van Vader Mulderij voor GFC wel net zo groot als dat van zoon Mulderij.

Advertenties