Tags

, , , ,

Eenmaal geacclimatiseerd in Nieuw Zeeland kom ik precies tegen wat ik in Australië zoveel mogelijk probeerde te vermijden; de industrie die backpackers geworden zijn in deze twee landen. In plaats van de standaardtoeristen die in twee of drie weken vakantie er een hoop geld doorjagen, blijkt er een parallel markt te bestaan voor de duizenden backpackers die in dit werelddeel een behoorlijke tijd rondreizen en in die periode nog veel meer uitgeven.

De industrie is er behoorlijk op ingesprongen. De hostels springen als paddestoelen in een goede herfst overal uit de grond, al stellen vele hostels niet echt veel voor. Een aantal stapelbedden in een paar slaapzalen, een oude televisie met een tweedehandsbank ervoor en een keuken waar de kakkerlakken zich voor omdraaien en je hebt zo’n hostel. Nu nog zorgen dat je in de reisgidsen komt te staan en de backpacker komt automatisch.

Maar waar het in een groot gedeelte van de wereld daarbij blijft, in Oceanie moeten de backpackers helemaal uitgemolken worden en dus ontstaan er internetcafes. Waarom deze de naam café hebben is mij vaak een raadsel, want koffie is er niet te verkrijgen, in de betere staat een koelkast en kun je dus een blikje cola krijgen. Verreweg de meeste ondernemers kopen een partij afgeschreven kantoorapparatuur op, zetten die op een paar werkbanken in een kaal gebouw, liefst binnen 50 meter van een van voornoemde hostels met een Aziatische employee die niet alleen erg weinig Engels spreekt, maar bijvoorkeur niets van computers weet. De computers aansluiten op het internet en de cash stroomt binnen, de backpacker moet tenslotte communiceren met de rest van de wereld.

Verder zijn er de vervoersbedrijven. De backpacker is dan weliswaar op reis, maar hij hoeft niet zelf uit te vinden hoe laat de bus of trein vertrekt. Sterker nog, hij hoeft niet eens naar het station. De bussen droppen hem af en pikken hem weer op bij het hostel van zijn keuze. En onderweg maken de bussen nog extra stops bij supermarkt, toeristenattracties en andere bezienswaardigheden, dus zelf uitvinden wat er allemaal te zien en doen is, is ook niet meer nodig, de bus regelt alles voor je. Zowel in Australië als in Nieuw Zeeland zijn dit soort bedrijven te vinden.

Dan zijn er nog de excursies. Terwijl je verwacht dat dat het culturele gedeelte van de reis is, waar onze vriendelijke rugzaktoerist het een en ander kan leren over de lokale cultuur, de geschiedenis van het land of over hoe de lokale bevolking leeft, blijkt het tegendeel waar te zijn. De excursies zijn voor de extreme thrills. De folders met de uitroeptekens! Je kunt skyjumpen, bungyjumpen, duiken, speedbootracen, raften, abseilen, snorkelen en kanoën. En dan zal ik nog wel het een en ander vergeten zijn. En elke activiteit is weer uniek, alles is avontuur, adrenaline moet hoog zijn, het gaat tenslotte om een ‘once in a lifetime experience’. En het is niet genoeg om van bruggen en uit vliegtuigen te springen, nee je moet er ook een T-shirt van kopen en een video bij hebben. Dan heb je bewijs voor de ongelovigen en souvenir, zodat je later tenminste weet waar je geld is gebleven. En ’s avonds wordt je weer netjes bij je hostel afgeleverd. Weer een rib uit je lijf.

De avond is niet om reiservaringen uit te wisselen met andere reizigers, een potje te kaarten of een goed boek te lezen. Nee, ’s avonds moet er gestapt worden. Er zijn discotheken en kroegen die slechts van de buitenlandse gasten met hun rugzak leven. Er zijn dorpen die niet meer zonder de tijdelijke gasten zouden kunnen. Speciale aanbiedingen, introductiekortingen en allerlei middelen worden ingezet om de gulle backpacker binnen te halen, de concurrentie is groot tenslotte. Dus tot midden in de nacht gaat men door. Slapen kan altijd nog. In de bus bijvoorbeeld, ze maken je wel wakker als er iets te zien of te doen is.

Dit alles zorgt ervoor dat de backpacker veel meer uitgeeft dan hij of zij vooraf gepland had. Er zijn genoeg voorbeelden van nieuwkomers die binnen een paar maanden er duizenden guldens doorheen jagen en voortijdig naar huis vertrekken. De echte volhouder zoekt dan een baan. Fruitplukken is een industrie die graag reizigers aanneemt. De lokale bevolking heeft een hekel aan het harde en soms smerige werk, maar de altijd om geld verlegen zittende buitenlandse reiziger gaat voor een schamel salaris en gratis onderdak wel een paar weken de boer op. De meesten werken echter in de grote steden. Allerlei werk is er te vinden, dus springen er weer allerlei aasgieren op af die bemiddelingsbureaus opzetten voor werkzoekenden. En omdat de backpacker langer in de stad verblijft zijn er allerlei appartementen te huren, die net even iets goedkoper blijken te zijn dan in een hostel leven, maar dan heb je wel je eigen plekje! Dat de lokale bevolking niet die absurde bedragen wil betalen voor aftandse kamers en appartementen is logisch, maar de backpacker heeft niet altijd de tijd en de keus om wat goeds te vinden.

Al met al valt er genoeg te verdienen aan de naïeve backpacker die het avontuur van zijn leven beleeft. Het ergste is dat het zo langzamerhand een self-fulfilling prophecy aan het worden is. De ‘gewone’ bussen en treinen rijden onregelmatig, op beroerde tijden en komen niet meer overal, dus je moet wel met zo’n dikke lippen busje mee. Een ‘gewoon’ appartement krijg je niet meer als backpacker, want dat loont niet voor de verhuurder. Zelf werk vinden is steeds moeilijker, omdat de bemiddelaars een groot gedeelte van de markt hebben ingepikt. Bij bepaalde bezienswaardigheden kun je niet meer rustig genieten, vanwege de massa’s. Zelfs boven op een berg van zo’n 2000 meter staat er iemand met een mobiel telefoontje uit te leggen hoe mooi het uitzicht is. In de openbare bibliotheken mogen buitenlanders niet meer internetten, of worden de emailsites geblokkeerd. Je moet wel heel sterk zijn, wil je na een tijdje nog uit de pas lopen. En avontuur? Het is maar hoe je het wilt zien. Voor velen zal het na een tijdje zo in de herinnering staan. Voor het gemak vergeten ze dat de enige beslissing die ze zelf hebben genomen de beslissing is aan wie ze het geld hebben uitgegeven. Avontuurlijk? Dacht het niet.

Advertenties