Tags

, ,

Het is er gevaarlijk. Het is te klein. Er is niets te zien. De wegen zijn er slecht. Het is ontzettend duur. Het is niet de moeite waard. Vele redenen hoorde ik van reizigers om niet naar Belize te gaan. De meerderheid van de backpackers slaat het land dan ook over. Weer anderen reizen er alleen maar doorheen op weg van Mexico naar Guatemala of andersom.

Ook ik heb niet al te veel tijd ingelast voor het kleine landje, ongeveer half zo groot als Nederland, aan de Caribische zee. Maar op weg naar de wereldberoemde ruines van Tikal in Guatemala, las ik toch een stop in in Belize city.

Photobucket - Video and Image Hosting

Totdat een orkaan in 1961 de stad verwoeste was het de hoofdstad van het land. Sindsdien dient Belmopan, een dorp in het binnenland als regeringszetel, maar behalve de overheidsgebouwen is het een dorp van niets. Belize was het laatste land in midden Amerika dat onafhankelijk werd. Maar ook na 1981 bleef het land afhankelijk van Groot Brittannië en onderdeel van het commonwealth.

De plaats met dezelfde naam als het land is de enige van het land die de titel stad verdient. Maar ook hier wonen slechts 80.000 inwoners, het centrum is niet al te groot, alles is er goed te belopen. Na aankomst met de bus vanuit Mexico valt meteen op hoe vriendelijk iedereen is. Wildvreemden stoppen ongevraagd om je de weg te wijzen en de politie is hier niet een uniformgeile macho die respect wil zoals in dit deel van de wereld gebruikelijk is, maar een aardig aanspreekpunt, die vriendelijk groet en vraagt of ze met iets kunnen helpen. Het lijkt wel alsof men direct wil bewijzen dat het land, en vooral de stad Belize, niet zo gevaarlijk is als de reisgidsen beweren.

Ik moet toegeven dat de stad weinig opwindend is. In een korte wandeling zie je vele, misschien wel alle, bezienswaardigheden, die door de lokale bevolking, medereizigers en reisgidsen worden aangeprezen. De tweede dag van mijn verblijf besluit ik dus maar om een bezoekje te brengen aan Caye Caulker, een eilandje ruim 20 mijl voor de kust van de voormalige hoofdstad. De speedboot er naar toe is al een leuke attractie. Er zitten zo’n 25 passagiers in, volgens het principe ‘wie het eerst komt mag mee en ik vertrek als de boot vol is’. Terwijl de lokale bevolking als ervaren reizigers geen zwemvest willen, zitten er een paar toeristen met een vuil stukje oranje schuimrubber om hun nek enthousiast foto’s te nemen. De stuurman kijkt verveeld en slaagt er in om zelfs op een zo goed als gladde zee het bootje over de schaars aanwezige golven te laten stuiteren.

Caye Caulker is een stukje paradijselijk zand volgens vele oudere inwoners, zonder verkeer, al is dat met de komst van enkele golfkarretjes nu niet meer het geval. De 800 inwoners en enkele tientallen toeristen verblijven aan de noordkust van het zeven kilometer lange eiland, waar slechts een aantal zandpaden de lokale verbindingen vormen.Tijdens mijn wandeling loop ik ineens midden op de start- en landingsbaan van het kleine vliegveldje, waar 5 minuten later een tweepersoonstoestel richting het vaste land vertrekt. Buiten de 5 boten die elke dag op en neer varen, is dit de enige connectie met de rest van de wereld.

Photobucket - Video and Image Hosting

Helaas spoelt er veel troep aan aan de westkust van het eiland. In samenspel met de brandende hitte zorgt dat afval er voor dat er een behoorlijke onaangename stank hangt aan die kant. Juist daar, waar het enige stukje zandstrand is. Een belangrijke attractie van het eilandje wordt er door verpest. Het kerkhofje aan de rand van het strandje is mooi; niet omdat het zo goed verzorgd is, maar juist vanwege de scheve stenen, de onduidelijke paden tussen of over de graven en natuurlijk de opschriften dan weer in het Engels, dan weer in het Spaans. Al ziet het er niet naar uit dat men beseft dat dit kerkhof ook een attractie zou kunnen zijn.

Het eiland is erg smal, aan de ene kant staand kun je de andere kust zien, tenminste op die paar plekken waar geen bomen groeien of huizen staan. Aan de noordpunt is het slechts zo’n 100 meter breed, daar kunnen de toeristen ook genieten van de zon en het, hier wel, heldere water. De belangrijkste attractie blijft snorkelen en duiken, in de omgeving schijnen vele schitterende plekken onder water te vinden te zijn, aan het aantal bootjes te zien ook de meest belangrijke bron van inkomsten voor de lokale bevolking.

Terug in de oude hoofdstad concludeer ik dat ik de stad leuk vind. Waarom weet ik niet precies, maar iets in de sfeer van de stad en het land spreekt me erg aan. De stad ziet er uit zoals je van een Caribische stad verwacht; huizen op stelten, waar een lik verf zeker geen overbodige luxe zou zijn, een orkaan komt nooit onverwacht. Luide reggae, hiphop en samba muziek zijn overal hoorbaar. Veel rondhangende jonge en oude kerels op straat, de jeugd vaak met rastakapsels, die iedereen en alles becommentariëren. Grote dikke negerinnen, natuurlijk Big Mamma’s genoemd, bevolken met een aanzienlijke kroost de straten en converseren luid lachend met hun evenbeelden aan de andere kant van de straat.

Het zijn maar details, maar een glimlach stond regelmatig op mijn gezicht. Het bord in de tuin van het politiebureau waarop staat dat noch informatie, noch voorwerpen over de muur mogen worden doorgegeven doet me denken aan een dierentuin. In de supermarkt speelt zeker 10 minuten hetzelfde nummer op de radio. “Why are we waiting for so long…” is de titel volgens mij, waarbij dat laatste woord als een langgerekt ‘looooooong’ klinkt, iets wat door iedereen in de rij voor de kassa zonder enige terughoudendheid wordt beaamd.

Op het bord van de busterminal staan hele lijsten met vertrektijden, maar de eersteklas bus die ik een dag later naar Guatemala wil nemen, staat niet vermeld. Hij bestaat gelukkig wel. In het kantoor van de telefoonmaatschappij zijn wel telefoons, maar moet je eerst in de rij staan voor een telefoonkaart, die op elke willekeurige telefoon te gebruiken is. De krant die op donderdag verkocht wordt, heeft de datum van de zondag er na. De lottogetallen van zaterdag ontbreken helaas. Wel staat er een leuk verhaal in over de verkiezing van Miss Rainforest. Vier deelnemers bleken geen visum te krijgen en mochten het land dus niet in. Miss England, toch niet een land bekend om zijn regenwouden, is een van de overgebleven 9 kandidaten.

Het zijn allemaal maar kleine dingetjes, maar het maakt een verblijf in het land wel prettiger. Terugkeren hier is natuurlijk weer een ander verhaal. Maar er is nog genoeg wat ik niet gezien heb, dus wie weet.

(Belize, Belize, maart 2000)

Advertenties