Tags

, , , ,

Johan 4

Zogenaamde top-trainers kunnen ruwweg opgedeeld worden in drie verschillende categorieën. Natuurlijk is dat een generalisatie, maar wel een die een de overgrote meerderheid van de gevallen op zal gaan.

De eerste categorie is de trainer die successen behaald met behulp van een ander. Soms is dat een team dat er al staat: Kovacs en het grote Ajax. Meestal is dat het geld van de voorzitter. Legio voorbeelden: het AZ van Molenaar (niet Kessler), KV Mechelen van Corbier (niet De Mos). Newcastle, Olympique Marseille, Blackburn Rovers en AC Milaan, zo zijn er nog wel meer voorbeelden te bedenken. Als er maar genoeg geld is, komt het succes vanzelf, zo lang je als trainer maar niets buitensporigs doet dan gaat het wel goed. Kenmerken voor deze categorie is dat deze teams slechts tijdelijk top zijn. De trainers herken je aan het feit dat ze bij bijna elke andere club niet uitzonderlijk presteren.

De tweede categorie is de trainer die wel de middelen krijgt en dan toch nog niet presteert. Vaak blijkt dat uit het feit dat we de trainer niet eens leren kennen, of dat de trainer voortijdig de laan uit wordt gestuurd. Het klassieke voorbeeld van deze categorie is Atletico Madrid, waar de voorzitter Gil y Gil in 4 seizoenen tijd een paar dozijn trainers versleet. Ook bij Inter Milaan en Bayern München kan een trainer het niet snel goed doen. Andere voorbeelden in deze categorie zijn bijvoorbeeld De Mos bij PSV, De Mos bij Standaard Luik of De Mos bij Werder Bremen. Andere clubs waar het erg moeilijk werken is: Wolverhampton Wanderers (al jaren de gedoodverfde favoriet voor promotie), Schalke ’04 (al doet Stevens het niet slecht) en Barcelona, waar behalve Cruijff geen enkele trainer het lang vol kan/kon houden.

De laatste categorie zijn de echte toptrainers. Zij die door gerichte aankopen en/of een goed jeugdbeleid zelf een team opbouwen. De drie grootste Nederlandse trainers aller tijden hebben dit bij Ajax gedaan. Van bijna niks met goede nieuwe jeugdspelers naar de Europese top. Andere voorbeelden zijn Scala bij Parma, Roux bij Auxerre, Robson bij Ipswich, Herrera bij Inter, Lobanovski bij Dinamo Kiev (Sovjet Unie 1986), Lobanovski bij Dinamo Kiev (Oekraïne 1997), Valdano bij Tenerife, Busby en Ferguson bij ManchesterUnited (al had die het voordeel van een goede merchandising afdeling = geld) en Wim Jansen bij Feyenoord. Deze categorie verdient het meeste respect en navolging. Hun visie is belangrijker dan het geld en teams met een veel grotere begroting worden verslagen. Als ze dit ook bij meerdere clubs kunnen doen, laten ze zien dat ze echt absolute top zijn. Michels, Scala, Valdano en Robson is dat niet gelukt. Van Gaal nog niet bij Barcelona, net zoals Wim Jansen het nu probeert bij Celtic. Cruijff en Lobanovski lijken hier de echte toppers. Cruijff die met twee verschillende clubs de Europa cup won en Lobanovski die 10 jaar later bij dezelfde club laat zien dat zijn visie klopt.

De uitzondering op alle regels is natuurlijk Ernst Happel. Bij sommige clubs waar hij werkte, valt hij in te delen in voornoemde categorieën, bij andere weer niet. Zijn visie (Kein geloel, Fußballen) lijkt erg simpel, maar zijn persoonlijkheid was dermate groot, dat hij respect afdwong bij vriend en vijand, waar hij ook was. Helaas is deze unieke trainer ons enige jaren geleden te vroeg ontvallen.

Advertenties