Tags

, , ,

Het literaire gehalte van wielerboeken 

Göran van Rooijen uit Zwijndrecht vond een mooi onderwerp voor zijn scriptie in 5 VWO. Hij koos een aantal wielerboeken en beoordeelde deze op het literaire gehalte. Inclusief de bijlage met wielertermen werd het een boekwerk van liefst 53 pagina’s.

Hij deeltde wielerliteratuur in 6 categorieën op:

1. Boeken over fietsonderhoud, training en materialen
2.(Auto-)biografieën over renners
3. Boeken met overzichten en uitslagen
4.Journalistieke wielerverhalen, veelal gebundelde columns
5. Boeken met het karakter van een documentaire, soms gedramatiseerd
6. Romans over wielrennen

Göran: “Vooral de laatste twee categorieën hebben mijn belangstelling gehad. Tijdens het voorbereiden van mijn scriptie, waarbij voor mij een aantal aspecten belangrijk waren, bleek steeds meer dat dramatiek van de koers en de renner en het wielerjargon me erg boeiden.”

Hij begint met de klassieker in de Nederlandse wielerliteratuur ‘De Renner’: “Doordat Krabbé zelf zijn eigen verhaal verteld is de geloofwaardigheid heel hoog, je hebt namelijk de informatie over de race uit de eerste hand en niet van een of andere journalist die zijn waarheid en gevoel vertelt.”

Over de thematiek van ‘De Kopgroep’: “Centraal in de roman staat de menselijke moraal. Mensen zijn wel bereid elkaar te bedonderen, maar betalen daarvoor later een prijs. Dat is goed aan van der Meer te zien.”

Peter Winnen’s “Van Santander tot Santander”, kan Göran wel bekoren: ”Ik vind het een geweldig boek. Dit komt mede doordat de schrijver heel goed duidelijk maakt wat er gebeurt in een wielerleven en hoe zwaar het is om aan de top te kunnen komen. Hij vertelt veel over de gebeurtenissen rond het wielrennen, soigneurs en teambazen.”

Een kleine kritieke kanttekening heeft hij bij het boek van Gijs Zandbergen: “Het realiteitsgehalte is niet echt hoog. Dit komt omdat het verhaal gebaseerd is op een aantal interviews en je weet niet of het verhaal over Bart Zoet op een aantal punten is aangedikt. Ik vind dat de schrijver het verhaal goed heeft gebracht, alles steekt goed in elkaar en als je eenmaal bent begonnen om het te lezen is het boek zo uit.”

Tenslotte leest hij Benjo Maso: “De lijn in het verhaal is heel duidelijk gemaakt door het hele boek één onderwerp te beschrijven. Dit is de Tour van 1948. De strijd tussen Bobet en Bartali was in die Tour van gigantische grootte.”

In zijn conclusie beoordeelt hij de vijf boeken op hun literaire gehalte, deelt ze op in Literatuur met een grote L of met een kleine l. “Ondanks dat niet alle boeken literair zijn, wil dit niet zeggen dat het slechte boeken zijn. Alle boeken die ik heb gelezen, vind ik zelf goede boeken.”

In zijn literatuurlijst noemt hij CycloSim bij de bronnen, wij zijn natuurlijk vereerd met deze vermelding.

Wij danken Göran dat wij zijn scriptie ook mochten lezen en zijn nog wel erg benieuwd naar het cijfer dat hij kreeg voor zijn epische werk.

Advertenties