Tags

, , , , , ,

In de winter van 1987 had ik mijn ouders omgepraat en mocht ik in Deventer naar de Tröckener Kecks. Op de fiets natuurlijk. Via Markelo, waar ik een klasgenoot ophaalde, achter Holten en Bathmen langs, bijna 2 uur later aankomend in de Hanzestad. Ik zag mijn eerste concert en sprak na het concert met de bassist die met een platenkoffer en zijn arm vol T-shirts op de rand van het podium de merchandise verzorgde. Met een oude LP en de belofte van een speciaal shirt fietsten we die nacht in de vrieskou weer de ruim 30 kilometer huiswaarts. In de vijftien jaar die volgden zag ik de band regelmatig. Ik zag de bassist met een T-shirt van de Duitse band Die Toten Hosen en ontdekte zo een nieuwe band. Ik zag de band groeien en populair worden.

Tijdens de laatste jaren verscheen bassist Theo Vogelaars steeds vaker op het podium in een wielershirt, meestal een van een oude ploeg. Na de afscheidstournee in 2002 mailde ik hem met het verzoek het verhaal achter de shirts in een column te verwerken voor CycloSim. Het kwam er niet van, maar hij wilde het verhaal wel een keer vertellen. Met zijn nieuwe band de Snevo’s trad hij onlangs op in Hengelo. Ik vroeg hem een kwartiertje van zijn tijd en kreeg bijna een uur. Het concert begon iets later dan gepland. Bij deze mijn excuses aan de muziekliefhebbers van Hengelo en omstreken. Theo nam de tijd en vertelde over de shirts, de overeenkomst tussen wielrennen en concerten en ook uitgebreid over zijn vorige band, de Tröckener Kecks.

‘Eigenlijk zijn die wielershirts op het podium bij toeval ontstaan. Dat overkomt mij wel vaker. Net als bij die baret, die zo kenmerkend was voor mijn tijd bij de Kecks. Ik kreeg er een keer een cadeau en heb hem een keer bij een optreden zomaar opgezet, daarna kreeg ik er nog een en voor ik het wist stonden er velen met een rode baret in de zaal. Ook het wielershirt was toeval. We waren op vakantie in de Vogezen en bij het huisje stond een mountainbike. Ik heb toen eigenlijk per ongeluk, we wilden eens een andere weg naar huis nemen, een klim gedaan daar, ik geloof van wel 14 kilometer lang, het leek alsof er geen einde aan kwam. Ik kreeg een ontzettende bewondering voor die wielrenners. Je kreeg een klein beetje het gevoel van wat profs meemaken. Het is een beetje zoals de uitspraak van Gerrie Knetemann: ‘Het snot voor je ogen fietsen’, eigenlijk doe ik dat op een podium ook. Gewoon alles geven, spelen tot je niet meer kunt.

Daarna ging ik steeds vaker fietsen in de bergen, een heerlijk gevoel. Net als optreden, je kunt er je energie goed in kwijt, je stopt er wat van jezelf in. Het eerste shirt dat ik kocht was geloof ik op Lowlands, een zwarte met een witte streep. Dat was niet echt duur toen, maar wel heel praktisch. Het neemt zweet op, daarbij heeft het handige zakken. Ideaal voor op de fiets, maar ook voor op het podium. En zoals zo vaak bij mij, als iets goed is, dan koop ik er meteen meer van, ik denk dat ik vrij eenkennig ben. Dus kocht ik er nog een paar, daarna kreeg ik er ook wat. Als je eenmaal op het podium verschijnt met zo’n shirt en de fans zien dat, snel nadien had ik een collectie van een dertigtal shirts. Ik heb een mooie van het Nederlands team, maar ook die van Peugeot is een bijzonder exemplaar, dat geblokte shirt. Die staat nog in mijn geheugen gegrift, ik zie nog zo Kuiper en Thevenet in die shirts rijden.

Die oude shirts vind ik toch veel mooier dan de shirts van tegenwoordig. Een simpel motief, 1 of 2 kleuren, sponsornaam erop, klaar. Tegenwoordig zie je allemaal van die heel drukke shirts met te veel kleuren en te veel reclame. Ook het shirt van Raleigh wat ik heb, is een van mijn favorieten.

Ik heb zelf ooit de Galibier beklommen, ik geloof dat die 2600 meter hoog is. Dat was een tocht van 1 dag met de Croix de Fer, de Telegraph/Galibier en daarna 60 kilometer dalen om tot slot Alpe d’Huez te beklimmen. Beneden bloedheet en boven ijskoud. Ik deed er iets meer dan 10 uur over, de goeden konden dat in 6 uur, de echte renners in 5 uur geloof ik. Op 1 dag drie cols, dat is geloof ik wel de zwaarste dag die ik op de fiets heb meegemaakt. Deed me denken aan die keer dat we met de Kecks drie concerten op 1 dag hadden gedaan. Dat was ook afzien. Ik was zo warm, ik zie mezelf nog met ontbloot bovenlijf de sneeuw opzoeken.

In de begintijd van de Snevo’s droeg ik de wielershirts nog wel eens. Maar na een paar concerten kwamen er fans naar me toe en vertelden ze me dat die shirts ze aan de tijd van de Kecks deed denken. Ik zei juist dat het bij mij hoorde en niet zozeer bij de band. Maar ik hoorde het meerdere keren. Sindsdien heb ik de shirts niet meer aan op het podium. Het is een kleine verandering voor mij, maar als dat er voor zorgt dat mensen minder die link leggen vind ik het best. Ik zit niet meer in de Kecks, dit is nu mijn band, dit is waar ik mee bezig ben, dus passen die shirts daar dan maar even niet meer bij.

Ik kijk niet echt vaker naar de sport sinds ik zelf fiets. Ik kijk wel anders. Ik volgde het altijd al wel, vond het altijd een mooie sport, maar nu weet je ongeveer waar die renners mee te maken hebben. Je hebt er meer gevoel voor. Zelf op de fiets is het verstand op nul, jezelf wegcijferen en gaan. Het is natuurlijk een goedkope sport, voor mij althans. Ik heb ooit een tweedehands fiets gekocht voor een paar honderd gulden, ik geloof dat het een Koga Miyata was, met 10 versnellingen. Op die toertochten zie je wel eens amateurs die een fiets van 5000 gulden of nog meer hebben, die moeten ze verzekeren zelfs. Voor een amateur vind ik dat onnodig. Voor mij hoeft dat niet. Ik heb echter wel een heel dure versterker voor mijn bas daar op het podium staan. Voor het niveau waarop we nu spelen, is dat eigenlijk boven ons level. Maar die had ik nog van de Kecks, daarbij is dat mijn beroep. Samen met mijn studio mijn broodwinning.’

Natuurlijk ben ik als wielerfan en muziekliefhebber benieuwd naar het eerste wielerlied van de Snevo’s. Zanger en tekstschrijver Fred Kienhuis wordt er bijgehaald. Theo had al verteld dat ook Fred tegenwoordig op de fiets zit, hij fietst zelfs wel eens vanuit Amsterdam naar de oefenruimte annex studio, een kleine veertig kilometer.

Fred: ‘Een wielerlied? Heb ik al wel over gedacht, eigenlijk al sinds we begonnen met de band. Maar het is er nog niet van gekomen. Het is niet eenvoudig om in woorden te vangen wat je voelt als je kapot zit op je fiets en dan toch doorgaat. Of dat moment na de tijd, terwijl je zit uit te hijgen. Het is wel een heel mooi gevoel, maar juist daarom heel moeilijk om in een tekst te verwerken. Maar misschien komt het binnenkort, ik heb nog 2 melodieën liggen, waar nog geen tekst bij zit. Het zit er aan te komen.’

Ik bedank Theo hartelijk voor zijn tijd en moeite en wens de heren succes met het optreden. De Snevo’s moeten nog even de eigenaar van de kroeg overtuigen dat het geluid niet te hard staat, maar geven daarna een schitterend optreden. Ze zijn nog druk bezig met de opnamen voor hun eerste CD. Iets om naar uit te kijken en wie weet, staat dat wielerlied daar al op…

Advertenties