Tags

, ,

Wanneer je een tijdje op reis bent, komt dezelfde vraag regelmatig voorbij. Van degene naast je in bus of trein. Van medereizigers in hostels en op het vliegveld. Via email van vrienden en bekenden. En op een gegeven moment ga je jezelf die vraag ook stellen. Waarom? Dit is meteen de moeilijkste vraag die er is. Zo vele antwoorden zijn mogelijk. En ze kloppen allemaal.

Nieuwsgierigheid. Reisverslaving. Op zoek naar de zin van het bestaan. Ik ben gek op steden. Waar ik ook heenga, ik wil rondlopen in de stad. Ik zal natuurlijk onderweg een hoop natuurschoon tegenkomen, loop niet weg van een waterval, een gebergte of een paradijselijk strand, maar uiteindelijk hou ik meer van cultuur dan natuur. En cultuur vind je alleen daar waar mensen zijn. De stad dus. En steden vind je in allerlei soorten en maten. Daarom gaan ze me nooit vervelen. Het is moeilijk te zeggen wat me precies aantrekt in steden. Niet de standaard dingen die toeristen willen zien. Natuurlijk ga ik ook de toeristenattracties niet overslaan, maar een stad vind ik mooi om andere redenen.

Zou het slechts om die attracties gaan dan zouden Rome, Parijs en London mijn favoriete steden zijn. Maar ik kies eerder voor Napoli, Guanajuato en Santo Domingo. Ik hou van een stad waar men leeft. Maar tegelijkertijd ook een stad met een geschiedenis. En dat hoeft zeker niet de ‘standaard’ geschiedenis uit de boekjes te zijn, maar een zichtbare historie, zonder direct verhaal is minstens zo interessant. Het komt er op neer dat ik, en dan komen we bij de echte vage termen aan, de stad voel als ik er rondloop. Ik moet het gevoel hebben dat de mensen er leven.

Ultiem fout zijn dus Amerikaanse steden als Tampa en Charlotte, waar je je op zondagmiddag op een autoloze zondag uit de jaren zeventig waant. Ook fout zijn steden die bedacht zijn. Cancun in Mexico, de Australische goudkust zijn voorbeelden van de zogenaamde ‘purpose built’ resorts. Er moet wat te zien zijn. Een eindeloze rij suburbs zoals in zo vele Amerikaanse en Australische steden is niet de moeite. Maar ook Managua dat al 30 jaar wacht op de heropbouw na een aardbeving of Milaan, waar je na de Scala en de Dom al uitgekeken bent, zijn niet de moeite waard.

En het moet eigen zijn. Antigua in Guatemala, door velen de mooiste stad van midden Amerika genoemd, is overgenomen door buitenlandse taalstudenten, San Jose, de hoofdstad van Costa Rica is Amerikaanser dan sommige Amerikaanse steden. Het is erg moeilijk wat er dan wel moet zijn. Het is, zoals hierboven al blijkt, eenvoudiger om te zeggen wat fout is, dan wat goed is. Waarom zijn Napoli en Guanajuato steden die boven vele anderen staan? Waarom valt Amsterdam eigenlijk ook in die categorie? Omdat ik er keer op keer rond zou kunnen lopen zonder dat ik me er zou vervelen. Omdat ik er elke keer weer wat nieuws zou zien. Omdat ik er zou kunnen wonen.

Zelfs sommige steden die door velen werden afgeraden zoals Marseille, Guatemala en Guadelajara bleken de moeite waard. Wat me terugbrengt bij de oorspronkelijke vraag. Waarom? Het is dat gevoel dat ik nog steeds elke keer heb bij aankomst in een nieuwe stad. En alleen op deze reis al heb ik er meer dan honderd gezien. Niet allemaal verdienen ze de naam stad, vele bleken dorpen of op zijn hoogst een grote plaats, maar bij aankomst zijn ze allemaal gelijk. Onbekend. Nieuw. Verrassend. Uitdagend. Ik probeer niet te veel te lezen vooraf.

In tegenstelling tot vele toeristen en reizigers probeer ik de stad te leren voelen, in plaats van alles in zo kort mogelijke tijd te moeten zien. Natuurlijk heb ik wel wat gezien en heb een plattegrondje bekeken om me te kunnen oriënteren, maar ik probeer zo open mogelijk te zijn. Het moment dat ik uit bus of trein stap (je vliegt nooit naar een stad, maar naar een vliegveld, daarna heb je altijd nog vervolgvervoer nodig) moet ik ergens onderdak vinden. Meestal komt die uit een gidsje. Maar omdat busstations en treinstations bijna altijd ergens verdekt liggen, weet ik nooit welke kant ik op moet lopen. De lol is om de weg te vinden, zonder het te vragen. Vraag me niet waarom, maar ik loop liever een keer verkeerd, dan dat ik hulp vraag. En verkeerd lopen doe ik dan ook bijna altijd. Het is een onmisbaar gedeelte van het plezier van het ontdekken. Op weg naar onderkomen is alles nog vreemd. Over een paar dagen loop ik er rond met veel zelfvertrouwen en mogen ze me de weg vragen. Nu ben ik als een buitenlander die nog geen verkeersbord kan lezen. Ik heb geen richtingsgevoel en loop meerdere keren verkeerd voordat ik mijn rugzak eindelijk af kan doen.

De eerste wandeling nadien is een korte oriëntering, slechts de directe omgeving, slechts op zoek naar een supermarkt of voedsel. De volgende dag begint het echte plezier. Na een nacht slaap begint een mooie nieuwe dag. Het weer die dag is totaal irrelevant, het gaat me om het nieuwe. Ik bereid me in zoverre voor dat ik weet welke kant ik moet oplopen vanuit de deur, maar meestal ook niet meer dan dat. Geen reisgids mee, geen plattegrond in de hand. Als ik de kans heb, doe ik de eerste dag niets meer dan rondlopen. De kerken, museums, winkels en andere te bezoeken gebouwen komen de volgende dag wel. De stad is de moeite waard wanneer ik rondloop zonder dat ik precies merk wat ik doe, waar ik ben.

Na een paar uur ergens op een bankje in een park gaan zitten, het liefst met een lokale krant, en dan voor het eerst op de plattegrond kijken, om te zien waar ik allemaal langs ben gekomen, waar ik nog heen wil lopen. Even een rustpunt in de dag, het dagelijkse leven van de stad voorbij zien komen. En dan weer een paar uur ronddwalen. Die avond lees ik dan echt. Wat heb ik allemaal gezien? Waar wil ik morgen allemaal naar toe? En wanneer ik op weg naar de volgende stad in bus of trein zit te denken dat ik eigenlijk te snel ben weggegaan uit de vorige stad, dan heb ik weer een nieuwe stad op mijn lijstje van favorieten.

Nog wat laatste voorbeelden? Philadelphia, New Orleans, Utrecht, Verona, Innsbruck, Sydney, Port au Prince, Santiago de los Caballeros, Port of Spain en Ciudadela. Ik hoop nog vele voorbeelden aan het lijstje te kunnen toevoegen.

(2000)