Tags

, ,

“Hallo, ik ben er. Jullie hadden toch werk voor mij?” Ze kijken even vreemd op. Het gezicht komt ze vaag bekend voor, maar zo maar midden op de dag in het kantoor, verwachten ze eigenlijk geen sollicitanten. Ze graven in hun geheugen. Een paar weken geleden was er een klus, bijna 200km verder naar het noorden. Aangezien ze nog wat hulp nodig hadden, huurden ze wat dagwerkers in voor die ene dag. Hij was er een van. Nu stond hij voor ze, een boerenzoon, nog geen 20 jaar oud. Inderdaad had hij destijds gevraagd of ze werk voor hem hadden. Het bevestigende antwoord had hem blijkbaar aangemoedigd. Ze hadden niet verwacht hem ooit weer te zien. Wie reist er nu een paar uur met de trein voor ongeschoold werk? Maar blijkbaar is er zo weinig werk in zijn streek, dat hij de moeite wel deed. Ja, ze hadden wel werk voor hem, maar hoe ging hij dat doen? Waar woon je, waar eet je? Hij bleek voorbereid. Na de treinreis van meer dan 2 uur moest hij nog een kilometer of zeven lopen. Onderweg had hij zijn tas en tent in een klein stukje bos verstopt. En ook al was het geen winter meer, ze vonden toch dat hij niet wild hoefde te kamperen. Hij mocht in de kantine slapen, overdag kon hij dan gewoon werken en daarna op zoek gaan naar een permanente verblijfplaats. Ze reden naar het bos waar zijn spullen zouden liggen. Aan het begin van het zandpad stonden ze te wachten. Het duurde langer dan verwacht. Eindelijk kwam de nieuwste werknemer over het pad teruggelopen. “Ik moest de tent toch afbreken en inpakken?” Terug in de kantine bleek hij geen slaapzak, geen luchtbed, geen matras te hebben. “Ik heb toch een tent, meer heb ik niet nodig”. Die nacht slaapt hij op een snel geregelde matras, met een geleende slaapzak. Een paar oude T-shirts kreeg hij ook nog toegeworpen. Ze hadden er een nieuwe werknemer bij.

Advertenties