Tags

, , , ,

Het volgende stukje is een vertaling van een van de columns uit het boek “Sporting fever” door Michael Parkinson. Het boek kwam uit in Engeland in 1974, deze column verscheen dus in de Sunday Times, ergens een tijdje voor dat jaar. De vertaling is zo letterlijk mogelijk, al heb ik soms een wat vrijere vertaling moeten gebruiken om sommige uitdrukkingen goed over te laten komen. Het geeft volgens mij redelijk weer wat de gemiddelde sportfan die voor het eerst Cyclocross ziet moet denken. Zeker in Engeland…


Neem een man, een meisje en drie flippers

Laatst was er een man op televisie die alle precieze details uitlegde van een sport die Cyclocross heette.

Als je niet echt een idee hebt wat je je daarbij moet voorstellen, denk dan aan een veldloop waarbij de lopers een fiets meezeulen, dan heb je een redelijk beeld van wat de sport inhoudt. Hoe langer de man aan het praten was, hoe vervelender ik het vond.

Terwijl we keken naar een groepje van deze geharde sportlieden die een heuvel opstrompelden, tot hun knieën in de modder, vertelde onze expert ons om naar een man te kijken en op zijn stijl te letten.

Op mij kwam die ene net zo belachelijk en moeilijk over als je zou verwachten van iemand met sportschoenen, een korte broek en een shirtje en een wielerfiets over zijn schouder. Maar volgens onze expert was dit een van de grootmeesters van zijn sport en we werden gewezen op de manier dat hij zijn fiets oppikte en over zijn schouder gooide. Op dat moment konden we de ware klasbak herkennen. Het was van een gelijke grootheid, zo werd ons verteld, als de drive van Graveney, een worp van Sober of een service van Laver.

Op dit punt voelde ik de neiging om de kamer te verlaten, maar ik bleef lang genoeg om de expert nog te horen vertellen dat het de deelnemers geheel vrij staat om wel of niet op hun fiets te blijven. Ze konden doen zoals ze wilden, zo lang ze maar over de finishlijn kwamen met hun apparaat maakte het niet uit of ze gefietst hadden, het meegezeuld hadden of dat ze lijn 69 hadden genomen.

Nog een punt. Zover ik het kon observeren, had dit fascinerende schouwspel de aandacht van een publiek, dat comfortabel in een Londense taxi zou passen. De reden is, natuurlijk, voordehandliggend. Cyclocross is niet uitgevonden voor de deelnemer, noch voor de betalende toeschouwer, maar voor de televisiekijker. Het is een van dat handjevol sporten die is gecreëerd speciaal voor de televisie. De aantrekkingskracht voor de kijker is dat het eenvoudig te begrijpen is en dat er altijd een mogelijkheid inzit dat een van de kerels die een fiets dragen plat op zijn bek gaat, lachwekkend genoeg. De aantrekkingskracht voor de televisiezenders is dat het goedkoop is.

Wat ik graag zou willen weten is wie deze sporten bedenkt? Het moet dezelfde persoon zijn die tot nu toe is aangekomen met free-style worstelen, autocross, orientatiewedstrijden en rolschaatscompetities. Daarbij komt dat ik geloof dat de uitvinder niet alleen bedenkt, maar tegelijkertijd ook de deelnemers levert. Dat betekent dat de man die afgelopen week zo vakkundig zijn fiets ronddroeg ook worstelt onder de naam Zaranoff de Zenuwspecialist, die onlangs derde werd in de orientatiewedstrijd, de aanvoerder was van het Malende Madeliefjes rolschaatsteam en tijdens die autocross meereed vermomd als een chauffeur met een schapenleren jas en een valse snor.

Zoals u kunt zien, heb ik een uitgebreide studie gemaakt van de sportevenementen op de televisie en ik geloof dan ook dat ik de juiste persoon ben om nog een paar suggesties te geven. Het ziet er namelijk naar uit dat de bedenker van deze sporten alleen nog maar aan het experimenteren is geweest. Zijn uiteindelijke doel is om een idee te krijgen die de goede momenten van alle hierboven genoemde sporten combineert in een fantastisch spektakel. Iets met het ruwe van worstelen, het ondeugende van de jongedames in strakke pakjes op rolschaatsen, de humor van de man die op zijn snufferd in een modderpoel valt en de snelheid van de crossende auto. Als al deze elementen in een sport gevangen zouden kunnen worden, dan staan de televisiezenders met bakken met geld klaar om een exclusief contract te ondertekenen.

Dat is ook de reden dat ik de voordeur alvast op een kiertje heb gezet voor de eerste onderhandelaars. Het is namelijk zo, dat ik deze sport al uitgevonden heb, waarin alle elementen gevangen zitten, om welke reden je dan ook zit te kijken.

Allereerst moet het een sport zijn waarin de leden van beider sekse kunnen meedoen. Daarom worden in mijn nieuwe sport alleen maar gemengde koppels toegelaten. Ze doen allebei een wetsuit aan, inclusief snorkels en flippers. Maar in plaats van vier flippers, zijn er maar drie. Twee daarvan zijn normaal, maar de derde is speciaal ontworpen voor twee voeten. Het idee is dat zowel de man, als de vrouw allebei een voet in de flipper hebben en dus op die manier beginnen aan een soort handicaprace.

Met deze uitrusting zwemmen de deelnemers onder de Putney Brug (maar het mag ook een andere brug zijn, zo lang er maar water onderdoor stroomt) voor de eerste drie mijl onder water, met hun voeten vast in de gezamenlijke flipper. Aan het eind van het eerste stuk ontdoen ze zich van flippers en snorkels, maar houden hun wetsuit aan. Ze doen rolschaatsen aan en schaatsen, armen aan elkaar vastgebonden, naar het National Recreation Centre in Crystal Palace, onderweg geen enkele verkeersregel verbrekend. Bij dit centrum krijgen ze een tandem en rijden tien rondjes op de wielerbaan, voordat ze richting de skiheuvel gaan. Hier, nog steeds met de rolschaatsen aan en de tandem op hun schouders, moeten ze tegen de skiheuvel oplopen. Als ze eenmaal boven zijn krijgen ze sneeuwschoenen, een kompas en een gedetailleerde kaart van Middlesex en de opdracht om over land de weg naar Wembley te vinden.

In het stadion komt deze sport dan tot een uiteindelijke climax in een speciaal ontworpen worstelring, behandeld met afwasmiddel. De winnaars is het paar dat het langst kan blijven staan, met de sneeuwschoenen nog steeds aan natuurlijk.

Ik begrijp dat u de kunst van deze nieuwe sport misschien niet meteen zult zien. Ik begrijp dat het concept van zo’n revolutionaire sport eventjes zal moeten inzakken. Ik vraag u slechts groot te denken, stel de sport voor op een 86 centimeter scherm en in kleur. En beantwoord dan de volgende vraag zo eerlijk mogelijk: Heeft het niet een stuk meer dan kerels in korte broeken met een racefiets op hun schouder?

Advertenties